Context en aantekeningen bij Lucas 16:1-17
Hier vind je informatie over de context van Lucas 16:1-17 en aantekeningen bij de tekst.
Het Evangelie volgens Lucas als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Dit evangelie is opgebouwd in vier hoofdgedeeltes:
Jezus’ geboorte en kinderjaren | |
Jezus’ optreden in het Judese land | |
Jezus’ reis naar Jeruzalem | |
Jezus in Jeruzalem |
Lucas schreef volgens veel uitleggers tegen het einde van de eerste eeuw, in de periode dat de verwoesting van Jeruzalem nog nadreunde en tot grote spanningen leidde in en rond Joodse gemeenschappen. Hij wil met Lucas-Handelingen uitleggen dat Jezus Christus de vervulling is van Gods belofte aan Israël, maar ook hoe het komt dat de meeste Joden Hem niet hebben aanvaard en het evangelie juist veel niet-Joodse aanhangers in de hele wereld heeft gekregen. Lucas’ werkwijze is dat hij zijn verhaal vormgeeft rond hem bekende overleveringen, maar daar een eigen ordening aan geeft. Het doel is om de boodschap van het evangelie te versterken (zie Luc. 1:1-4).
Voor een beschouwing over het Evangelie volgens Lucas als geheel, zie dit artikel van Arco den Heijer, ‘Het Evangelie volgens Lucas in het Jubeljaar van de Hoop’
Plek van deze passage in het geheel
Na Lucas 15, waar het gaat over de zorg om wat verloren is, gaat Lucas 16 over de juiste houding en omgang met materiële bezittingen. Vanaf vers 14 richt Jezus zich tot de farizeeën. De daaropvolgende gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus sluit aan bij dit laatste gedeelte en stelt de hardnekkigheid van rijke mensen aan de kaak.
Opbouw en kern van de passage
Lucas 16:1-17 begint met een verhaal over de oneerlijke rentmeester (1-8a), waarna Jezus’ commentaar daarop volgt (8b-13). Jezus’ repliek op de reactie van de farizeeën (14-15) wordt gevolgd door twee verzen (16-17) waarin zowel het nieuwe van Jezus’ evangelieverkondiging als het blijvende van de wet wordt gethematiseerd.
In dit gedeelte erkent Jezus dat de kinderen van de wereld slimmer omgaan met geld dan kinderen van het licht. Jezus roept op om vrienden te maken met behulp van de valse mammon, oftewel de mammon dienstbaar te laten zijn aan het goede in plaats van de mammon te laten overheersen.
Uitgelicht
Geld en bezit zijn per definitie bedrieglijk (‘vals’), maar kunnen wel gebruikt worden om relaties op te bouwen die van eeuwige waarde zijn.
Aantekeningen
Bij vers 1
Rijkdom en gerechtigheid
- Er was eens een rijke man: Gelijkenissen met deze frase zijn meestal kritisch naar rijke mensen die de armen niet ondersteunen (vgl. Luc. 12:16).
- verkwistte: Net als de verloren zoon (zie Lucas 15:13). Er staat niet expliciet dat de beschuldiging klopt, maar er is geen aanleiding in de tekst om te twijfelen of de rentmeester echt oneerlijk was.
Bij vers 2
- niet langer: De verantwoording die de rijke man vereist van zijn rentmeester kan het ontslag niet meer ongedaan maken.
Bij vers 3
- Wat moet ik doen: De rentmeester heeft een benijdenswaardige sociale positie en hij heeft veel te verliezen als hij zijn werk kwijtraakt.
Bij vers 4
- bij hen thuis ontvangen: Een bekende uitdrukking van gastvrije vriendschap. In de toepassing van de gelijkenis in vers 9b wordt hierop teruggegrepen.
Bij vers 6
- vaten: Een vat (letterlijk: ‘bat’) is een inhoudsmaat (circa 40 liter).
- Maak er gauw vijftig van: De rentmeester moet haast maken om vrienden te maken voordat hij ontslagen wordt. Sommige uitleggers vermoeden dat de rentmeester de belasting weglaat (Ex. 22:24; Lev. 25:36-37; Deut. 23:20; Ps. 15:5), waardoor hij toch eerlijk zou handelen, maar daar is in de gelijkenis geen bewijs voor te vinden.
Bij vers 7
- Balen: Een baal (letterlijk: ‘kor’) is een inhoudsmaat (circa vierhonderd liter).
Bij vers 8
- heer: Uitleggers zijn het er niet over eens of deze ‘heer’ de rijke man is, of de ‘Heer’ (hier: Jezus). In het eerste geval behoort ook vers 8 tot de gelijkenis. Vers 8a geeft dan de reactie weer van de rijke man op de aanpak van zijn rentmeester en vers 8b vormt een toelichting op die reactie. De rijke man kan weinig anders doen dan de rentmeester prijzen; de rentmeester heeft hem immers een reputatie van vrijgevigheid bezorgd, die hij niet wil weerleggen. In het tweede geval (de Heer prijst de oneerlijke rentmeester) omvat de gelijkenis alleen vers 1-7 en formuleert vers 8 een eerste commentaar van Jezus op die gelijkenis. Voor deze interpretatie pleit dat de rijke man verlies maakt op zijn verkwistende rentmeester en hem eerder zou straffen dan prijzen om zijn gedrag. Jezus benadrukt daartegenover de handigheid van de man, terwijl Hij tegelijkertijd het onderscheid tussen mensen ‘van de wereld’ en ‘van het licht’ maakt: kinderen van het licht hebben een hogere ethische standaard. Voor de eerste keuze (zo ook de NBV21) pleit uiteindelijk dat kurios uit vers 3 woordelijk terugkomt in vers 8. Het is ook vreemd dat Jezus in derde persoon zou worden opgevoerd, terwijl het volgende vers zonder inleiding begint met ‘Ook Ik zeg jullie’. Vers 8 past dan beter bij de spreektekst van Jezus. Ook zou het verhaal geen climax of clou hebben als na de kwijtschelding door de rentmeester het verhaal ineens ophoudt.
Bij vers 9
- vrienden: Zie vers 4. De rentmeester wordt een voorbeeld van hoe je duurzaam en crisisbestendig voordeel kunt halen uit geld en goederen: door ze anderen te laten helpen en zo vrienden te maken. De vergelijking loopt wel deels mank, omdat de oneerlijke rentmeester andermans geld gebruikt. Daarom benadrukt het vervolg van Jezus’ toespraak betrouwbaarheid.
- de valse mammon: Letterlijk: ‘de onrechtvaardige mammon’. Het woord is een Griekse transliteratie van een semitisch woord voor geld. In Joodse bronnen is mammon een neutraal woord dat zowel goed als fout kan zijn, terwijl de mammon volgens Jezus per definitie fout is. De mammon krijgt de trekken van een antigoddelijke macht (zie vers 13). Niettemin stelt slim gebruik van het bezit waarover je kunt beschikken, je status bij het laatste oordeel veilig. Zie verder ook het achtergrondartikel
over de mammon. - eeuwige tenten: Zie vers 4. Het slimme gedrag van de kinderen van deze wereld kan hun zekerheid geven in deze tijd, maar de wijsheid van de kinderen van het licht kan hun eeuwige welzijn bevorderen (vgl. Luc. 6:35; 7:41-42; 14:12-14). De dag dat het geld zal verdwijnen, zal er een schat in de hemel zijn (12:33).
Bij vers 10-12
- Nadat de rentmeester in vers 8-9 is geprezen voor zijn gebruik van geld om vrienden te maken, maakt Jezus nu duidelijk dat zijn leerlingen niet ook op zo’n trouweloze manier handelen. Omdat de rentmeester de eigendommen van zijn werkgever gebruikte, was hij onbetrouwbaar. Jezus maakt duidelijk dat dit aspect van rentmeester geen voorbeeld moet zijn.
- valse mammon: Zie aantekening bij vers 9.
Bij vers 13
- de mammon: Letterlijk ‘mammon’. Door het ontbrekende lidwoord is ‘mammon’ als personificatie op te vatten. Dienst aan de mammon staat dan op gespannen voet met dienst aan God.
Bij vers 14
- geldzuchtig: Een gangbare belediging in de Grieks-Romeinse wereld. Voor Lucas is geldzucht een belangrijke zonde (zie 1 Timoteüs 6:10; Hebreeën 13:5; 1 Henoch 92-105). Deze typering van de farizeeën dient daarnaast op nog twee manieren in context geplaatst te worden. Ten eerste waren de farizeeën de belangrijkste concurrent voor Jezus’ onderwijs en zijn ze bij Lucas de stereotiepe tegenstanders; dat hier de farizeeën genoemd worden betekent dus niet dat geldzucht een exclusieve farizese eigenschap zou zijn. Ten tweede is in vergelijking met de radicale opvatting van Jezus over geld iemand met een andere opvatting al snel geldzuchtig.
- honend hun neus voor Hem op: Dezelfde uitdrukking komt ook in Lucas 23:35 voor, waar gebruikgemaakt wordt van de woorden van Psalm 22:8. Met deze uitdrukking karakteriseert Lucas de farizeeën als goddelozen, als dwazen die zonder beter te weten hun neus ophalen voor de wijsheid (Ps. 35:16; Spr. 1:30; 15:5).
Bij vers 15
- wilt bij de mensen als rechtvaardig doorgaan: Door rijk te zijn lijkt men door God gezegend.
- God kent uw hart: Vergelijk 1 Samuël 16:7; 1 Koningen 8:39 en Handelingen 1:24; 15:8.
- gruwel: In de directe context betrokken op geldzucht. God heeft andere maatstaven dan mensen (vgl. Luc. 6:24).
Bij vers 16
- De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: Letterlijk ‘de Wet en de Profeten tot aan Johannes.’ Omdat er een werkwoord moet worden aangevuld, kan dit vers op verschillende manieren uitgelegd worden. Sommige uitleggers vatten de Wet en de Profeten op als een tijdsperiode, waarbij Johannes dan de laatste profeet is. Anderen laten de tijdperk van het koninkrijk van God juist bij Johannes beginnen. Maar 1. De Wet en de Profeten verwijzen naar de literaire onderdelen van de heilige Schriften, niet naar een periode. 2. Lucas maakt herhaaldelijk duidelijk dat de verkondiging van Gods koninkrijk niet met Johannes, maar pas met Jezus begint (Luc. 4:43; 8:1; 9:2, 60). Een soortgelijk onderscheid tussen Johannes en het koninkrijk van God wordt ook gemaakt in Lucas 7:28. In het licht van beide punten is het goed mogelijk dat de vertaling ‘gaan’ nader gespecificeerd dient te worden met ‘verkondigd worden’ (vgl. Hand. 15:21). De Wet en de Profeten worden verkondigd tot aan (d.w.z. inclusief) Johannes. In dat geval kan Johannes ook als de profetische afsluiter van deze periode gezien worden. Hij verkondigde de boodschap die vaak in de Wet en de Profeten klinkt: help de armen en buit niemand uit (Luc. 3:10-14).
- wordt met klem (…) komen: Ook mogelijk: ‘dringt zich naar binnen’. Hoewel beide vertalingen mogelijk zijn, laat het Evangelie volgens Lucas maar weinig voorbeelden zien waarin men staat te dringen om binnen te gaan. De passieve vertaling past daarom beter: met dat het evangelie van Gods koninkrijk verkondigd wordt, worden mensen ook met klem uitgenodigd daarin binnen te gaan. In het koninkrijk gelden nog radicalere regels over geld en bezit dan Johannes verkondigde.
Bij vers 17
- één tittel (…) wegvalt: De letter ‘i’, de kleinste letter van het Griekse alfabet. Volgens de Joodse teksten zou geen ‘jod’ (de kleinste letter van het Hebreeuwse alfabet) uit de wet worden geschrapt. Om de indruk tegen te gaan dat Jezus’ verkondiging de wet opheft, onderstreept Jezus dat de wet nog steeds geldt. In het rabbijnse Jodendom vinden we vergelijkbare uitspraken over de eeuwigheid van letters.
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen, aangepast
Bron: Willibrordvertaling 2012
Bron: Willibrordvertaling 2012, aangepast
Bron: Studiebijbel in Perspectief, aangepast
Bron: Studiebijbel in Perspectief
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Verdieping bij thema’s
Ga op deze pagina direct naar:
- het Evangelies van Lucas als geheel
- de plek van deze passage in dit geheel
- opbouw en kern van deze passage
- aantekeningen bij de verzen
- achtergrondinformatie bij kernwoorden en begrippen
