In de kerk verwachten we van kinderen dat ze in de kindernevendienst stilzitten en niet wiebelen met de benen. Dat ze gesprekjes voeren en niet steeds tussendoor zeggen: ‘Wanneer gaan we nou eens wat doen?’ Dat ze kleurplaten netjes binnen de lijnen kleuren en er geen vliegtuigjes van vouwen.
Wij hebben in ons huis een haard. Wel zo handig in sinterklaastijd. Mijn zoontje zet er zijn schoen. Daar moet natuurlijk bij gezongen worden, maar zoonlief heeft na een jaar zonder Sinterklaas in het land niet alle teksten van de bijbehorende liedjes meer scherp. Hij pakt de laptop, zoekt op sinterklaasjournaal.nl een sinterklaasliedje uit, zet het volume zo hard mogelijk en steekt met beide handen de laptop in het rookkanaal. Als het liedje uit is, zet hij niet één, maar zes schoenen op een rij voor de haard.Als ik vraag waarom hij dit doet, zegt hij: ‘Nou, ik zie zóveel cadeautjes op de pakjesboot!’Van opwinding kan hij vervolgens moeilijk in slaap komen.
We houden kinderen geestelijk te klein door voor hen genoegen te nemen met een Bijbelverhaal en een kleurplaat, las ik ooit in een boek van een Amerikaanse schrijfster over kinderwerk. De auteur pleitte ervoor om met kinderen te gaan lezen uit de ‘grote-mensen-bijbel’, zodra ze enigszins begrijpend kunnen lezen.
We gaan het pinksterfeest vieren, ook thuis. Hoe breng je Pinksteren thuis voor kinderen ter sprake? Hoe laat je de Geest voor kinderen waaien?