Lucas 19:41-48 – Preekinspiratie


Waar gaat het om in dit gedeelte?
Lucas 19:41-48 toont hoe Jezus’ komst naar Jeruzalem niet triomfantelijk, maar bewogen is. In drie bewegingen – huilend, reinigend en onderwijzend – laat Jezus zien wat échte vrede betekent. Jezus huilt om Jeruzalem, de stad die haar moment van vrede niet herkent. Vervolgens reinigt Hij de tempel, zodat het weer een huis van gebed wordt. Dit is geen eindpunt maar een begin: Jezus zuivert de tempel om vervolgens juist daar zijn onderwijs te laten klinken.
Klik hier om deze passage te lezen in de NBV21
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- Jezus’ tranen zijn opvallend in deze passage. Jezus huilt om een stad die Gods ontferming niet herkent. Zijn verdriet is profetisch: Hij ziet wat er komt wanneer mensen voorbijgaan aan de vrede die God aanbiedt. Jezus’ tranen zijn ook Gods tranen – een God die niet in woede oordeelt, maar in liefde rouwt om gemiste kansen. Is Gods verdriet iets wat wij vandaag kunnen meevoelen?
- De tempelreiniging is geen eindpunt maar een beginpunt. Jezus maakt letterlijk ruimte voor zijn onderwijs. Dat heeft te maken met prioriteiten. Er kan van alles in de weg komen te staan waardoor wat primair is – het gebed, onze relatie met God – raakt ondergesneeuwd. Herkennen we dat bij onszelf?
- Jezus is op zijn zachtst gezegd een merkwaardige messias. Dat de religieuze leiders Hem liever kwijt dan rijk waren, is niet eens zo verrassend. Verrassender is dat het hele volk aan zijn lippen hing. Ook al voldeed zijn optreden niet aan het meest gangbare beeld van de messias, toch laten de mensen zich meevoeren. Waar biedt onze geloofsbeleving ruimte voor die verrassing?
Context van Lucas 19:41-48
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Voor een beschouwing over het Evangelie volgens Lucas als geheel, zie dit artikel van Arco den Heijer, ‘Het Evangelie volgens Lucas in het Jubeljaar van de Hoop’
Plek van deze passage in het geheel
Lucas 19:41-48 gaat over Jezus’ bewogenheid en het oordeel over Jeruzalem. De stad heeft de vrede niet herkend. De profetische zuivering van de tempel is een aanklacht tegen religieus misbruik. In de verzen direct vóór deze passage (Luc. 19:28-40) vindt de intocht in Jeruzalem plaats. Jezus wordt daar verwelkomd als koning, terwijl zijn volgelingen roepen: ‘Gezegend hij die komt als koning, in de naam van de Heer!’ (vs. 38). Het is een moment van vreugde en verwachting, maar ook van miskenning: de leerlingen huldigen Jezus als een bevrijder en brenger van vrede, maar Jeruzalem gaat daar niet in mee. Het is een scharnierpunt in het evangelie, want in Jeruzalem begint de beslissende fase van Jezus’ optreden. Lucas beschrijft Jezus als een koninklijke profeet die richting Jeruzalem gaat, maar in Jeruzalem wordt hij niet erkend en daar vinden de confrontaties met de leiders van Jeruzalem plaats (Luc. 19:47; 20:19). Die leiden uiteindelijk tot zijn dood.
Opbouw en kern van de passage
De passage is opgebouwd uit twee gedeelten:
(1) Vers 41-44: Jezus is vlak bij Jeruzalem gekomen, ziet de stad voor zich en spreekt een klaagzang uit die uitmondt in een oordeelsprofetie over Jeruzalem.
(2) Vers 45-48: Jezus maakt de tempel gereed voor de ware bedoeling ervan: een huis van gebed voor alle mensen. Als de rust is wedergekeerd kan zijn onderwijs beginnen (vs. 47-48).
De kern van de passage is: Jezus huilt over Jeruzalem, dat de weg van vrede niet herkent. Ook al zal daarom het oordeel over de stad komen, dat houdt Jezus niet tegen om ruimte te maken voor zijn onderwijs. Dat is een laatste oproep om tot inkeer te komen, maar toont ook dat ná de verwoesting van Jeruzalem en de tempel de weg van de vrede nog steeds een begaanbaar pad is. Want Jezus’ onderwijs blijft.
Eigen accenten Lucas, in vergelijking met Matteüs en Marcus
Het verhaal uit Lucas 19:41-44 is niet in de andere evangeliën te vinden (vergelijk Marc. 11:1-19 en Mat. 21:1-13). Opvallend is dat de tempelreiniging veel korter is beschreven dan in de andere evangeliën.
Verder zijn er deze opvallende verschillen:
- Bij Marcus vindt de tempelreiniging niet op dezelfde dag als de intocht plaats zoals bij Matteüs en Lucas, maar op de volgende dag (Marc. 11:11 en verder).
- Na de tempelreiniging lees je bij Matteüs over wonderen en verontwaardigde hogepriesters en schriftgeleerden (Mat. 21:14-17), bij Marcus alleen over de hogepriesters en schriftgeleerden die Jezus willen ombrengen en bij Lucas over Jezus’ onderwijs in de tempel en hoe Jezus’ onderwijs ervoor zorgt dat de hogepriesters en schriftgeleerden Jezus niet kunnen grijpen.
- Bij Johannes vindt de tempelreiniging plaats aan het begin van het evangelie en Jezus’ bediening (Joh. 2:13-22). Johannes’ focus is ook geen kritiek op religieus misbruik, zoals in de synoptici, maar richt zich op het afbreken en herbouwen van de tempel.
Aantekeningen per vers
Bij vers 41
- Toen Hij Jeruzalem voor zich zag liggen: Hoewel boven dit hele gedeelte ‘intocht in Jeruzalem’ staat, laat de NBV21 goed zien dat het daadwerkelijk binnengaan van de stad niet genoemd wordt. Jezus daalt de Olijfberg af (vs. 37), komt daarna dichtbij (vs. 41), maar in vers 45 is Jezus al in de stad. De daadwerkelijke intocht benoemt Lucas niet, in tegenstelling tot de evangeliën van Marcus (11:15) en Matteüs (21:10). Volgens het patroon van een intocht van een hoogwaardigheidsbekleder zou Lucas moeten vertellen over de glorieuze begroeting door de stad. In plaats daarvan vertelt hij over Jezus’ tranen en oordeelsspreuk. Pas bij de opstanding gaat Jezus zijn glorie binnen (Luc. 24:26).
- begon Hij te huilen: Naast Johannes 11:35 is dit de enige passage waar Jezus huilt. Het Grieks voor ‘huilen’ in Johannes 11:35 duidt een meer ingetogen vorm van huilen uit bij een persoonlijke situatie, terwijl het Griekse werkwoord klaiō meer in publieke settingen wordt gebruikt (zie Luc. 7:13; 8:52; 19:41; Hand. 20:37). Jezus’ huilen over Jeruzalem roept zijn weeklacht in Lucas 13:34 in herinnering.
Bij vers 42
- Had ook jij (…) maar geweten: De Griekse tekst begint met een optatief van spijt, wat duidt op een onvervulde mogelijkheid: ‘Als je het maar had geweten …’ Het is een zeldzame grammaticale vorm in het Nieuwe Testament, die hier de diepte van Jezus’ verdriet benadrukt.
- vrede: Het woord ‘vrede’ in Lucas is meer dan de afwezigheid van conflict. Het verwijst naar de messiaanse vrede, de sjalom van God die Jezus brengt (Luc. 1:79).
- deze dag: De dag van Gods oordeel, namelijk het moment waarop God in Christus nabijkomt.
- Maar dat blijft voor je verborgen: Gods heil blijft verborgen voor wie het niet wil ontvangen. In Lucas 10:21 zegt Jezus door de heilige Geest dat God zijn wijsheid voor wijzen en verstandigen heeft verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen heeft onthuld.
Bij vers 43
- Want er zal een tijd komen: De letterlijke formulering (‘de dagen zullen over jou komen’) is ook te vinden bij de profeten in hun profetieën tegen Israël, zie bijvoorbeeld Jesaja 39:6.
- dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten: Lucas denkt hier ongetwijfeld aan de belegering en inname van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70 na Christus. Jezus’ weeklacht herinnert aan de woorden in Jeremia 6:6-7 en 8:13, 23. De Joodse geschiedschrijver Josephus vertelt ook dat de stad tijdens de belegering in drie dagen tijd omwald werd met een muur van 39 stadia (ruim 7 kilometer lang) en 13 forten.
Bij vers 44
- Ze zullen je met de grond gelijkmaken en je kinderen verdelgen: In het Oude Testament komt vergelijkbare taal voor om de gruwelen van de oorlog aan te duiden (zie Hos. 10:14; Nah. 3:10; Ps. 137:9). Het is een ironische omkering van Zacharia 8:5, waar God belooft dat in het herstelde Jeruzalem ‘de straten zullen krioelen van de spelende jongens en meisjes’.
- geen steen op de andere laten: Na de val van Jeruzalem in 70 na Christus is alleen de Kotel (de Westmuur) overeind blijven staan.
- Gods ontferming: Het Griekse woord is een kernwoord in het Evangelie volgens Lucas. Zie hierover het artikel van Arco den Heijer over Lucas
.
Bij vers 45
- Hij ging naar de tempel, waar Hij: Hij ging naar het voorhof van de heidenen aan de buitenste randen van de tempel, niet naar het heiligdom zelf.
- begon weg te jagen: Lucas gebruikt hier het Griekse werkwoord ekballō, dat elders in het evangelie gebruikt wordt om het uitwerpen van demonen mee aan te duiden (9:40, 49; 11:14-20; 13:32).
Bij vers 46
- met de woorden: Jezus handelt en spreekt tegelijkertijd.
- Er staat geschreven: Inleiding van een schriftwoord, vaak een profeet.
- Mijn huis moet een huis van gebed zijn: Met deze symbolische handeling herinnert Jezus aan de profetische traditie die de authenticiteit van de eredienst benadrukt (Jes. 56:7; Jer. 7:1-15).
- maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt: Een verwijzing naar Jeremia 7:11. Een rovershol is een plaats waar dieven naartoe gaan met hun buit. Het draait hier niet zozeer om corruptie of het vragen van te hoge prijzen, maar om rituelen zonder het berouw en de goede daden die daarmee gepaard gaan.
Bij vers 47
- Dagelijks gaf Hij onderricht: Met dit samenvattende bericht schetst Lucas het optreden van Jezus in de tempel. Hij denkt kennelijk aan een langere periode dan Matteüs en Marcus, die het over enkele dagen hebben.
- De hogepriesters, de schriftgeleerden en de leiders van het volk: Opvallend aan deze opsomming is dat de farizeeën niet genoemd worden (voor het laatst genoemd in 19:39). In Lucas zijn het alleen de Jeruzalemse autoriteiten die Jezus naar het leven staan. In 20:19, 22:2 en 23:10 vinden we de hogepriesters en de schriftgeleerden, en in 22:4 en 52 de hogepriesters en de tempelwachters.
- wilden Hem uit de weg ruimen: Dit is de eerste keer dat het uit de weg ruimen van Jezus zo expliciet aan bod komt. Er zijn wel eerdere aanwijzingen, maar daar gaat het nog niet over plannen om Jezus te doden (Luc. 6:3; 11:53-54). Dit is relatief laat in het evangelie, vergelijk bijvoorbeeld Marcus 3:6.
Bij vers 48
- het hele volk hing aan zijn lippen: Het volk is wél ontvankelijk voor Jezus’ onderwijs, in tegenstelling tot de Jeruzalemse leiders. Hiermee wordt wederom duidelijk dat in Lucas de Jeruzalemse leiders de tegenstanders zijn. Opvallend is daarbij dat Lucas het woord laos (volk) gebruikt, dat ook een meer universele betekenis heeft dan bijvoorbeeld Marcus’ ochlos (menigte). Des te dramatischer is de verandering in de houding van ‘het volk’ ten opzichte van Jezus: eerst hangen ze aan Jezus’ lippen (19:48) en in de scène voor Pilatus kiezen ze voor de machthebbers en tegen Jezus (23:13-23).
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen, aangepast
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Verdieping bij thema’s
Ter inspiratie
De tempel als ruimte voor Gods woord
Wanneer Jezus Jeruzalem nadert, gebeurt er iets opmerkelijks: Hij barst in tranen uit. Niet vanwege persoonlijk verdriet, maar vanwege het geestelijk en moreel verval van een stad die haar moment van genade niet herkent. ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen,’ zegt Hij, ‘maar dat blijft voor je verborgen’ (Luc. 19:42). Deze woorden zijn geen oordeel, maar een roep van liefde. Jezus huilt als een profeet, als een herder, als een leraar van het hart. Zijn tranen zijn een spiegel voor de gemeente: kunnen wij nog geraakt worden door het lijden van de wereld, door het geestelijk gemis in onze omgeving?
Ruimte maken voor het woord
Direct na deze emotionele uitbarsting betreedt Jezus de tempel. Wat volgt is geen spontane woede-uitbarsting, maar een bewuste, profetische daad: Hij verdrijft de handelaars en roept de oorspronkelijke bestemming van de tempel in herinnering: een huis van gebed. Lucas voegt daaraan toe dat Jezus dagelijks onderwees in de tempel (vs. 47). De reiniging is dus geen eindpunt, maar een beginpunt. Jezus maakt ruimte voor het woord. Hij zuivert de tempel niet om te vernietigen, maar om te herstellen. De tempel wordt opnieuw een plaats van ontmoeting, van gebed, van onderwijs.
De jonge Jezus in de tempel
Deze scène roept herinneringen op aan een ander moment in Lucas: het verhaal van de twaalfjarige Jezus in de tempel (Luc. 2:41-52). Ook daar vinden we Jezus in het huis van zijn Vader, zittend tussen de leraren, luisterend en vragend. Zijn ouders zoeken Hem, maar Jezus zegt: ‘Wist u niet dat Ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’ (2:49). De jonge Jezus is al bezig met onderwijs, met het woord van God, met de tempel als plaats van openbaring.
Wat Hij als kind doet in stilte en verwondering, doet Hij als volwassene met profetische kracht en bewogenheid. Deze parallellen zijn geen toeval. Lucas schildert Jezus als de ware leraar, wiens aanwezigheid in de tempel niet draait om ritueel of macht, maar om onderwijs en waarheid. De tempel is de plaats waar het hart van God klopt, en waar Jezus dat hart zichtbaar maakt.
Drie bewegingen, één roeping
In dit gedeelte huilt, reinigt, en onderwijst Jezus. Daar kunnen we de volgende dingen uit leren.
Zijn verdriet is een oproep tot inkeer. Jezus huilt niet om zichzelf, maar om een stad die haar roeping mist. Zijn verdriet is een oproep tot inkeer. Hoe kunnen wij als kerk opnieuw gevoelig worden voor het geestelijk gemis om ons heen? Zijn we geraakt door het feit dat velen het evangelie niet kennen of afwijzen?
Jezus reinigt de tempel om ruimte te maken voor Gods woord. In een tijd waarin de kerk soms overspoeld wordt door organisatorische drukte en maatschappelijke verwachtingen, is dit een oproep tot herbronning. Hoe kunnen wij als gemeente opnieuw een plek worden waar het woord van God centraal staat, niet alleen in de eredienst, maar ook in het dagelijks leven?
Dit alles onderwijst ons de stille komst van genade te herkennen. Jeruzalem herkent haar messias niet. Dat is het tragische hart van deze passage. Jezus komt met vrede, maar wordt niet ontvangen. Dit roept de vraag op: herkennen wij Gods ontferming in ons leven? Zijn we alert op de stille komst van genade, op de onverwachte momenten waarop God ons aanspreekt?
In deze drie bewegingen ligt een roeping voor elke gelovige: om met bewogenheid te spreken, met profetische helderheid te zuiveren wat afleidt, en met liefde het woord te laten klinken. Want waar het woord klinkt, daar is hoop, zelfs voor een stad die haar messias mist. De tempel wordt opnieuw een plaats van vrede, niet door stenen, maar door het onderwijs van de levende Heer.
