Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
7 november 2018

Wat zegt de Bijbel over … Jezus? 

Jezus is de centrale figuur in alle boeken van het Nieuwe Testament. In die boeken kun je lezen over Jezus als leraar en wonderdoener, als Zoon van David, als messias en redder van de mensen. 
Er zijn in het Nieuwe Testament veel prachtige verhalen over Jezus te vinden. 
Laat je inspireren door deze vijf verhalen, steeds vanuit een ander perspectief op Jezus.

Jezus: geboren in eenvoud

De geboorte van Jezus wordt door twee evangelisten beschreven: Matteüs en Lucas. 
Matteüs vertelt over een huis in Betlehem, en over magiërs die langskomen met geschenken. En hij vertelt dat Jozef, Maria en Jezus moeten vluchten voor Herodes. Zo brengt Jezus de eerste jaren van zijn leven door in Egypte (Matteüs 2:1-15).
Lucas vertelt dat Maria en Jozef op reis moeten van Nazaret naar Betlehem. Omdat er geen plaats is voor hen in het nachtverblijf van de stad, vinden ze een plek tussen de dieren: Jezus wordt immers in een voederbak gelegd. We weten niet waar de voederbak precies stond. Misschien op de
benedenverdieping van een huis, misschien bij een schaapskooi of in een stal. Maar dat maakt ook
niet zoveel uit: het gaat erom dat de redder van de wereld de eerste uren van zijn leven doorbrengt in een voederbak, en niet in een dure wieg in een mooi paleis (Lucas 2:1-7).

Jezus: een heel bijzonder kind

In de Bijbel is – op de geboorteverhalen na – maar één verhaal te vinden over Jezus als kind. In Lucas 2:41-52 lees je hoe Jezus op twaalfjarige leeftijd na een bezoek aan Jeruzalem niet met Jozef en Maria mee terugreist naar Nazaret, maar achterblijft in de tempel. Daar praat hij met leraren. Iedereen die hem hoort, staat versteld over zijn wijsheid en inzicht. Jongens van twaalf zijn volgens de Joodse wet in religieus opzicht bijna volwassen, maar Jezus laat zien dat hij veel meer over God weet dan je van een jongen van zijn leeftijd zou verwachten.

Jezus: een leraar voor alle mensen

Vooral in het evangelie volgens Matteüs kom je Jezus tegen als leraar. Alle Joodse geleerden hadden leerlingen. Dus in die zin is het heel gewoon dat ook Jezus aan het begin van zijn openbare optreden begint met het zoeken van leerlingen. Maar Matteüs laat zien dat Jezus de leraar bij uitstek is. Dat blijkt uit bijvoorbeeld de Bergrede, en dan in het bijzonder vanaf Matteüs 5:17. Als Jezus telkens iets uit de Tora citeert en er zijn eigen uitleg bij geeft, overstijgt hij zelfs de ultieme leraar en wetgever: Mozes. En het is ook te zien aan het einde van diezelfde Bergrede, waar staat: ‘Toen Jezus deze rede had uitgesproken, waren de mensen diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals hun schriftgeleerden.’ (Matteüs 7:28-29)

Jezus: Zoon van David

Jezus geneest in de evangeliën veel verschillende mensen. Mensen die last hebben van een kwade geest, mensen die verlamd zijn, mensen die doofstom zijn, mensen die blind zijn, enzovoort. Een van de bekendste genezingen is die van de blinde Bartimeüs. Die wil zo graag genezen worden, dat hij zich door niemand laat tegenhouden. Hij roept Jezus net zo lang tot die hem hoort. Bartimeüs noemt Jezus dan ‘Zoon van David’. Hij zegt hiermee dat hij gelooft dat Jezus de messias is, de koning die God aan zijn volk had beloofd en die recht en vrede zou brengen (Marcus 10:46-52).

Jezus: de opgestane Heer

Nadat Jezus is gekruisigd door de Romeinen, wordt hij in een nieuw graf gelegd. Maar na drie dagen is het graf leeg: Jezus is opgestaan!
Jezus verschijnt dan het eerst aan Maria uit Magdala, en niet aan Petrus en de andere leerlingen. In Johannes 20:11-18 kun je lezen dat Maria hem eerst niet herkent, ze denkt dat het de tuinman is. Tot hij haar naam uitspreekt. Dan ziet ze ineens dat hij de opgestane Heer is. 
Daarna laat Jezus zich ook zien aan zijn andere leerlingen. En hij stuurt hen de wereld in, met de woorden: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Matteüs 28:19-20)

Over Jezus zijn dus prachtige en bijzondere verhalen opgeschreven. 
Hij was een leraar voor mensen toen en is dat voor ons nu. In alle beschrijving en titels die hij gekregen heeft in het Nieuwe Testament klinkt iets door van God die hem gezonden heeft. 

Wil je meer lezen over Jezus in de Bijbel? Lees de blogs over hoe Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes alle vier een eigen beeld van hem laten zien.

Deze blog is geschreven door Roelien Smit, Bijbelwetenschapper en vertaler bij het Nederlands Bijbelgenootschap. Ze houdt zich onder andere bezig met kinderBijbelblad Alef, de kindernevendienstmethode Bijbel Basics en is publicist voor deBijbel.nl. 

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons