Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Theoloog der Nederlanden Arnold Huijgen: ‘Waar ik ook kom, de Geest is overal aan het werk’

‘Ik kom uit een warm nest waar de Bijbel centraal stond. En die boeide me enorm.’ Aldus Arnold Huijgen, dit jaar Theoloog der Nederlanden. Hij werd bekend met een opvallend boek over Maria. Daarna pakte hij een zwaarder onderwerp op: de hel. Wat moeten we daarmee? Waarom vindt Arnold theologie zo belangrijk en het Hemelvaartslied ‘Al heeft Hij ons verlaten’ zo mooi?

Arnold groeide op als oudste van acht kinderen in Bunschoten. Het ging er in het gezin vooral om ‘dat je de Here vreest,’ herinnert hij zich als ik hem thuis in Kampen ontmoet. ‘Een onvoldoende voor godsdienst was erger dan voor wiskunde.’

De Bijbel stond in jouw ouderlijk huis centraal. Hoe landde dat bij jou?

‘Het boeide me enorm. Alleen al de figuur van Jezus! Wij als kinderen werden omringd met de verhalen over Hem. Dat we Jezus niet konden zien, was geen probleem om van Hem te houden. Dat doe ik nog steeds. En dan die Statenvertaling! Ik ben zielsgelukkig dat ik de taal daarvan heb meegekregen.’

Ben je ooit weggeweest bij je geloof?

‘Nee … maar … ik zit tussen “nooit” en “altijd” in. Als ik om me heen kijk, denk ik: “Het kan niet zo zijn dat er een God is. We beleven vandaag een mooie lentedag, maar wat gebeurt er in het Midden-Oosten, in Oekraïne? Er is een toeslagaffaire, mensen worden ziek … Als ik God was zou ik het heel anders doen.” Het is dus maar goed dat ik God niet ben. Maar dit is dus de aanvechting waar ik voortdurend tegenaan zit. Als student had ik andere spannende vragen, bijvoorbeeld over de canon. Als 2 Petrus niet door Petrus is geschreven, wat betekent dat voor het gezag van dit Bijbelboek? Ik leerde daar ontspannen mee om te gaan. Je hoeft er de Bijbel niet door kwijt te raken. Wat ook hielp, was wat Calvijn schrijft over de Geest. Die werkt van buiten naar binnen, zegt hij. Door onze ervaringen trekt de Geest ons naar de Schrift, door de Schrift naar Christus. Die trekkracht is soms zichtbaar, soms onzichtbaar. Dus waar ik ook kom, de Geest is overal aan het werk. Dat besef brengt ontspanning.’

Wat merk jij van de aanwezigheid van God?

Zacht: ‘Die ervaar ik bijvoorbeeld in de kerkdienst. In liederen die me boven mezelf uittillen, die me een stukje hemel op aarde brengen. Dan ervaar ik dat God liefde is. Dat zit ’m … eh … ook in de ervaring van schoonheid. Er zijn zulke prachtige kunstwerken dat ik tegen mezelf zeg: “Hoe kúnnen mensen denken dat er géén God is.” Zoiets ervaar ik ook bij het geheim van de persoon Jezus. Ik hoop op Hem. Christus is mijn leven, het leven dat naar mij toekomt in een wereld waar van alles mis is.’

Theologie anno nu

Als Theoloog der Nederlanden zei je dat theologie iets te melden heef in deze tijd. Wat dan?

‘Neem het conflict in het Midden-Oosten, tussen Iran, Israël, Libanon en rondom de Palestijnen. Veel Europeanen denken dat je dit kunt begrijpen als je religie tussen haakjes zet. Maar dat lukt niet. Religie is overal. Je kunt het Iraanse sjiitische regime niet begrijpen zonder theologische kennis. Dan begrijp je niet waarom Iran zo fel en existentieel strijdt tegen Israël en Amerika.

Theologie helpt ook bij zingeving. AI – kunstmatige intelligentie – bijvoorbeeld zorgt voor nieuwe onzekerheden. De econoom Keynes voorspelde in de jaren 1930 dat mensen in de toekomst maar 12 uur per week zouden hoeven werken voor hetzelfde welvaartspeil. We zouden steeds meer vrije tijd krijgen. Zo is het ook gegaan, maar – ha! – we bleven onszelf opjagen, we namen geen genoegen met het levenspeil van de jaren dertig. We wilden meer. Dat maakt ons druk en overbelast. Helaas zit de verzuiling ons in de weg om te zien dat theologie veel te bieden heeft over het goede leven en over de oorzaken van onze begeerte naar meer. In Zweden, bijvoorbeeld, is dat heel anders. Daar zijn naar verhouding negen keer zoveel studenten theologie als in Nederland. Theologie is daar een aantrekkelijke studierichting, een soort filosofie-plus.’

Arnold laat als Theoloog der Nederlanden overal de relevantie van zijn vak zien. Hij kruiste eind vorig jaar de degens met Arnon Grunberg over de aard van het kwaad. Beide sprekers waren het erover eens dat in ieder mens iets goeds én iets kwaads zit. En dat dus onder gegeven omstandigheden ieder mens een kampbeul in Auschwitz kan worden. ‘We waren het dus eens over de erfzonde! We moeten zo’n term wel vertalen naar nu, want die oude term begrijpen mensen niet meer.’

Je vindt ook dat theologie helpt om te hopen. Waar hoop jij op?

‘Klassiek gezegd: op het koninkrijk van God. Eigentijds gezegd: op vernieuwing, op een ongedachte nieuwe toekomst. Soms proef ik daar iets van. Ik bezocht een revalidatiecentrum voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Ik maakte mee dat iemand naar huis mocht. Hij zei: “Het was ontzettend zwaar. Toch had ik het voor geen goud willen missen.” Als je zo diep gaat, leer je je op een andere manier te verhouden tot het leven. Dit is een verhaal van hoop.’

Taal voor de hel

In juni verschijnt je boek Inferno. De ontdekking van de hel. Wat is volgens jou de hel?

‘Als het heel erg wordt, zeggen mensen “dat is de hel op aarde”. Veel theologen zeggen dan: nou, het kan nog veel erger, in het hiernamaals. Ik probeer in mijn boek die twee noties met elkaar te verbinden. Dat doe ik aan de hand van het geloofsartikel over Christus’ neerdaling in de hel. Wat we “de hel op aarde” noemen is inderdaad de hel. Dáárin is Christus neergedaald om ons eruit te bevrijden. Dat deed Hij door te lijden. Ik situeer de hel dan ook in het hiernumaals, liever dan te speculeren over een hiernamaals. Daarom vind ik het ook terecht dat we de ramp die door klimaatverandering op ons afkomt, “klimaathel” noemen. En wat geeft mensen dan hoop? Niet de techniek of de politiek. Ik val dan terug op God.

In mijn boek bespreek ik ook het oordeel en de eeuwigheid. Wij mensen kunnen alleen maar door de lens van de tijd naar de eeuwigheid kijken. Volgens de Bijbel wordt er een oordeel geveld over ieders leven. Dat oordeel ligt in de handen van Christus, die zelf door de hel heengegaan is. Ik zal over niemand zeggen dat die na dit leven in de hel terecht komt. Dat is alleen aan God. De evangelist Johannes zegt: wie niet in Jezus gelooft is al veroordeeld (Johannes 3:18). Dat oordeel is dus nú al realiteit. De hel is volgens mij: dat je weg doodloopt, dat er geen leven meer mogelijk is.’

Met het eeuwige hellevuur – ‘waar de worm niet sterft en het vuur niet wordt uitgeblust’ (Marcus 9:48) – zijn gelovigen eeuwenlang klein gehouden. Die hel kunnen we dus afschaffen?

‘Die tekst uit Marcus 9 is een aanhaling uit Jesaja 66. Daar is het een beeld van vernietiging, niet van altijddurende pijniging. Het dominante beeld in het Nieuwe Testament is: buitenstaan, ver bij Christus vandaan zijn.’

Is mijn niet-christelijke buurman, die misschien goede redenen heeft om mijn geloof niet te delen, dan toch voor eeuwig verloren?

Arnold zoekt naar de juiste woorden. ‘Ik wil het goede blijven zien in elk mens. Het oordeel laat ik aan God. Ik spreek graag over Christus en vertrouw erop dat de Geest allerlei pijlen op zijn boog heeft. God gaat met ieder mens een eigen weg en kan mensen iets laten ontdekken waar ze niet naar zochten.’

In gesprek met de Bijbel

Je deelt met het NBG een passie voor de Bijbel. Hoe typeer jij die? Is het ‘Gods Woord van kaft tot kaft’, of ‘wel waar maar niet echt gebeurd’ of nog anders?

‘Als aanspraak. De Bijbel doet een appèl op ons. Erin lezen is vooral luisteren. Als ik met jou in gesprek ben, moet ik niet zomaar weglopen – dat zou raar zijn. Luisteren vraagt om commitment, toewijding. Toen ik nog in Apeldoorn lesgaf, gebruikte ik voor mijn studenten graag een beeld uit het park. Stel je voor, zei ik dan, daar zit een stel op een bankje en het meisje zegt tegen de jongen: “Ik hou van je.” En dat de jongen dan zegt: “Ik denk dat dat waar is.” Je snapt het wel … Natuurlijk mag je je afvragen of de Bijbel wel waar is. Maar als dat je enige vraag is mis je de clou. Het gaat om je hart.’

De evangeliën zijn pas tientallen jaren ná Jezus opgeschreven. Dan is het toch vrij waarschijnlijk dat niet alles precies zo gebeurd is als we daar lezen. ‘Met die vraag ga ik ontspannen om. Neem de blinde Bartimeüs uit Marcus 10:46-52. Volgens Matteüs waren er twéé blinden. Dus hoe zit dat precies…? Het heeft te maken met het doel en de stijl van de evangelisten. Voor Matteüs, bijvoorbeeld, was het belangrijk dat er altijd twee personen waren. Als je dan zegt “dus is het niet waar”, zet je een harde knip tussen geschiedenis en literatuur. Dat is iets van onze moderne tijd. Bovendien, in onze tijd worden historische claims vaak eerder serieus genomen bij andere bronnen uit de Oudheid dan bij het Nieuwe Testament. En, nog iets: stel dat jij straks een stukje schrijft over dit gesprek van ons, dan is dat altijd eenzijdig. Want wat er tussen ons gebeurt, terwijl de zon in de kamer schijnt en de houtkachel brandt, is niet goed te beschrijven. En dat is niet erg.’

Christenen wachten al ruim 2000 jaar op de terugkeer van Jezus. ‘Dat Koninkrijk van U, wordt dat nog wat?’ dichtte Gerard Reve. Wat zou jij tegen hem zeggen?

‘Eh… we zullen zien! Alle generaties christenen hebben het volgehouden daarop te hopen. Ook ik verwacht dat koninkrijk. Dat geloof houdt me gaande om het goede te doen, lief te hebben en niet cynisch te worden. Een prachtig hemelvaartslied (NLB 663) zegt:

Al heeft Hij ons verlaten,
Hij laat ons nooit alleen.
Wat wij in Hem bezaten
is altijd om ons heen
als zonlicht om de bloemen
een moeder om haar kind.
Teveel om op te noemen
zijn wij door Hem bemind.

Om een ongeboren kind zit de moeder heen. Wie die moeder is, ontdekt het kind pas na de geboorte. Zo zie ik dat komende koninkrijk.’

In dit filmpje vertelt Arnold Huijgen waarom hij zo houdt van Johannes 20:15-16

15‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’ 16Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dit Hebreeuwse woord betekent ‘meester’.)

Johannes 20:15-16NBV21Open in de Bijbel

Interview en tekst: Peter Siebe

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.43.0
Volg ons