Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
17 februari 2026Peter Siebe

Ik ontdekte dat je de Bijbel ook op een nieuwe manier kunt lezen

‘Ik vind het een enorme rijkdom dat ik de Bijbel heb meegekregen. Het is de basis van onze cultuur. Alleen al daarom is goed om de Bijbel te kennen,’ aldus Roek Lips. Hij schopte het van journalist en programmamaker tot zenderbaas van Nederland 1 en NPO3. Totdat alles kantelde. Eerst toen zijn zoon vermist raakte. Daarna toen hij kanker kreeg. Wat bracht het lezen van het Bijbelboek Job hem? En waarom zoekt hij naar nieuwe manieren om de Bijbel te lezen?

‘Je vroeg me wie ik ben,’ begint Roek Lips het gesprek, als ik hem in zijn huiskamer ontmoet. ‘Ik heb allerlei rollen vervuld, maar dat is niet wie ik ben. Een mens is een proces dat voortdurend in beweging is. Dat zet zich nooit vast. Voor mij is de vraag wie ik ben heel belangrijk geworden. Wie ik ben? Die vraag moest ik steeds stellen om me te kunnen verhouden tot de indringende gebeurtenissen in mijn leven en tot de chaotische wereld van nu. Een vriend van me, psycholoog Paul Verhaeghe, zegt weleens: we zijn uniek plagiaat. We worden bepaald door onze omgeving.’ Er is weinig echt van onszelf, we hebben overal wat vandaan gehaald.

Dat zei Paulus ook tegen de Korintiërs: ‘Wie denkt u wel dat u ben? Bezit u ook maar iets dat u niet geschonken is?’ (1 Korintiërs 4:7).

‘Precies. En in mijn geval komt daar nog bij dat ik DNA van een donor heb, via een stamceltransplantatie.’ Glimlachend: ‘Misschien stelt het je teleur, maar eigenlijk zit jij dus tegenover een illusie!’

Uit wat voor nest kom je?

‘Mijn familie was voor de helft gereformeerd en voor een ander deel Nederlands Hervormd. Mijn ouders waren niet streng dogmatisch, maar wel behoorlijk gedreven. Hun geloof was heel bepalend voor wat ze deden. Mijn vader had dominee of zendeling willen worden, maar door de vroege dood van zijn vader kon dat niet. Toch was hij af en toe een halve dominee, in zijn functie als directeur van een christelijk schippersinternaat stond hij ook af en toe op de preekstoel. Mijn moeder was onderwijzeres. De Bijbel was thuis heel belangrijk. Daar werd elke dag uit voorgelezen.’

Toch sloeg je de Bijbel dicht toen je achttien was. Hoe kwam dat?

‘Ik ging toen vrij plotseling op kamers. Toen ik dat aan mijn vader vertelde, zei ik terloops – wijzend op de Bijbel – “En die laat ik nu ook achter me.” Die hoorde bij mijn ouderlijk huis en ik wilde nu mijn eigen weg vinden. Mijn vader sprak toen de wijze woorden: ‘’Dat is goed jongen. Dan mag je nu zelf de betekenis van jouw leven gaan zoeken.”’

Was je afgeknapt op de Bijbel?

‘Nee, dat niet. Wel vond ik het kerkelijk instituut benauwend. Dat kerkleden soms teksten in de mond namen terwijl ze er niks van terechtbrachten, vond ik hypocriet. Een open en eerlijk gesprek was zeldzaam. Er moest meer zijn, vond ik, en ik zette mijn vizier naar buiten open. Niet dat ik niets met God te maken wilde hebben. Maar wie of wat “God” was, vond ik lastig. Ik plaatste er een ‘e’ tussen en maakte er “goed” van, dan kon ik het hanteren. God en religie bleven mij wel interesseren. Na mijn studie werkte ik bij de IKON mee aan het programma Geloven in onze tijd. Dat leidde tot het boek Godvergeten!? In de inleiding daarvan schreef ik dat de deur naar de kerk op een kier open bleef staan. En zo is het gebleven. Met “geloven” kan ik niet zoveel. Maar de kerk als gemeenschap om lid van te zijn, bijbehorende rituelen en de Bijbel als boek met een centrale rol zijn wel de basis van onze cultuur.’

Het lezen van Job

Op 17 oktober 2011 kreeg je het meest verschrikkelijke bericht dat een vader kan krijgen. Je zoon Job was vermist geraakt bij het zwemmen. Hij werd niet teruggevonden. Wat hielp jou in de jaren daarna om verder te kunnen leven?

‘… Dat is een heel grote vraag. Veel dingen. Mijn opvoeding, mijn omgeving, vrienden. De Bijbel speelde daar geen rol in. Toch heb ik het boek toen wel weer een keer opengeslagen. De Bijbel staat in mijn boekenkast als studieobject naast andere “heilige” boeken zoals de Koran en Bhagavad Gita. Maar nu ging ik het boek Job met andere ogen lezen.’

Hoe kwam je daartoe?

‘Ik werd op zo’n heftige manier met de eindigheid van het leven geconfronteerd dat ik niet in staat was om te werken. Ik was meteen naar Spanje gereisd. Daar hoorde ik na vijf dagen dat Job niet meer gevonden zou worden. Ik als vader moest hem doodverklaren. Dat was, achteraf kijkend, het moment dat de wanhoop het grootst was. Ook moesten we afscheid nemen zonder dat zijn lichaam gevonden was. Je bent dan in zo’n staat van verwarring dat je jezelf bij mekaar moet rapen.

Op een koude avond in november ben ik op sokken de tuin in gelopen en heb me voorover laten vallen in het natte gras. Ik wist het niet meer. Achteraf gezien was dat een kantelpunt. Want – en in jouw oren klinkt dat waarschijnlijk niet eens zo vreemd … – op dat moment voelde ik ineens: “Ik word gedragen. In het diepst van mijn verdriet word ik gedragen.” Ik kan niet omschrijven wat dat is … Het was zó intens, dat de tranen van wanhoop overgingen in de tranen van ontroering. Onbeschrijflijk. Toen besloot ik dat het moment gekomen was om afscheid te nemen. Het Bijbelboek Job heb ik er later bij gepakt. Vanwege de naam en de betekenis die het verhaal heeft als het over de confrontatie met lijden gaat.’

Wat heeft dat voor je betekend?

‘Dat was voor mij ondersteunend. Job was iemand die nog zwaarder beproefd werd dan ik. Het Bijbelboek Job gaat over de rauwheid van het bestaan. Rauw én rouw waar wij mensen doorheen moeten. We kunnen er niet onderdoor, ook niet overheen of omheen, al proberen we nog zo het leed te vermijden. Het enige wat ons te doen staat is: er dóórheen.

Het lezen van Job gaf me daardoor weer nieuw perspectief. Al was het maar de herkenning dat ons mensen allemaal iets overkomt. En als we op één vraag het antwoord nooit krijgen, is het de vraag “waarom”. Toch hebben we die vraag wél te stellen. Waarom moet mij dit overkomen?

Een andere relevante vraag kunnen we wél beantwoorden. Dat is: “Hoe ga ik hier betekenis aan geven?” Dat allemaal kwam in mijn denken voorbij toen ik Job las. Het was bovendien een keerpunt in die zin, dat ik merkte dat ik de Bijbel anders kon lezen. Niet als boek van waarheden waar je vanzelfsprekend mee moet instemmen, maar als een boek vol metaforische verhalen (metafoor = beeldspraak, figuurlijk taalgebruik, PS). Daar wordt de Bijbel niet minder van: ook een metaforische waarheid is een waarheid! De Bijbel is een van de boeken met diepe wijsheden. Vooral de mystiek erin boeit me.’

Stilte en gebed

In 2022 diende een andere crisis zich aan. Je bleek acute leukemie te hebben. Je moest een beenmergtransplantatie ondergaan met stamcellen van een anonieme donor en leefde maanden in isolatie. Je schreef er een goudeerlijk boek over: Dit kan ook een goede tijd zijn. Wie of wat hielp jou daar doorheen?

‘Naast mijn thuisfront heb ik zo goed als dat ging met verschillende mensen contact gehouden die ik in de voorgaande jaren ontmoet en gefilmd had. Een van die mensen was, naast bijvoorbeeld wetenschappers, broeder Thijs, de abt van het Benedictijnerklooster in Egmond-Binnen. Hij had me eerder verteld over het belang van stilte in ons drukke, hectische leven in een gesprek dat ik met hem op camera had opgenomen. Toen ik hoorde dat ik maandenlang in isolatie moest, dacht ik: “Dat kan ik niet. Dan word ik hartstikke gek.” Ik bedacht dat broeder Thijs misschien zijn kloosterervaring met mij zou willen delen en dat wilde hij wel. Hij stuurde me kloosterteksten waarover ik een week kon mediteren. Bijvoorbeeld van de Woestijnvaders (de oudste kluizenaars, PS) met citaten uit de Bijbel, of van André Louf, Thomas Merton en Henri Nouwen. Dat hielp me om de stilte te bewonen en gaf mij nieuwe inzichten. Wij, moderne mensen, leven met de lengte van de tijd. Maar ik ontdekte dat het gaat om de diepte van de tijd. Ook dat was een kantelpunt. In de diepte van de tijd is alles er. En dan maakt het niet meer uit hoe oud je wordt.’

Heb je in dat ziekenhuis weleens gebeden?

‘Eh … ja. Eh … ik denk dat ik de hele dag door weleens bid. Maar dan moeten we het hebben over wat dat is, bidden. Ik heb opgezocht waar bidden is ontstaan en wat blijkt: bidden, dat deden mensen al voordat de religies zijn ontstaan. Daar herkende ik me in. Bidden is voor mij: je ergens op focussen. Door je gedachten te concentreren, of juist door je leeg te maken, zodat er iets binnen kan komen, als een soort fluistering in de stilte. Bidden ligt voor mij dicht bij mediteren. En daarvoor had ik toen alle tijd. Sommige monniken streven naar een bestaan waarin hun hele dag een meditatie is. Dat spreekt mij aan. Niet als hoogdravend ideaal, maar als een toestand van bewustzijn. Dat ik me helemaal open stel voor het hier en nu. Ik heb momenten gehad van diepe vrede met alles wat er is. Het is bijna niet uit te leggen aan anderen …’

Je schrijft in je boek over ‘bereid zijn om jezelf te verliezen om te kunnen behouden’. Dat zei Jezus ook: ‘Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen maar wie zijn leven verliest om Mij, zal het behouden’ (Matteüs 10:39).

Roek is daar niet verbaasd over. ‘Je vindt zoiets ook in andere religies. Het bijzondere is dat ik die zin in mijn boek intens zelf beleef heb. Het kwam bij mij van binnenuit. Ik voelde dat ik de bereidheid moest hebben om – als ik dit wilde overleven – alles op te geven.’

Nieuwe manieren van Bijbellezen

Je zoekt naar nieuwe manieren om de Bijbel te lezen. Waar moet ik aan denken?

‘Wat ik graag met de Bijbel doe is, een verhaal pakken en daar dan naar nieuwe betekenissen zoeken. De boeken die in de Bijbel staan, zijn een door mensen gemaakte keuze. Er is meer. En: de evangelieverhalen over de geboorte van Jezus zijn waarschijnlijk pas zo'n tachtig jaar later opgeschreven. Ook zijn ze verschillend. Je zou ze om die reden kunnen afdanken, maar dat wil ik juist niet. Ik stond onlangs in theaters met mijn voorstelling ’Wie kies je om te zijn, het kerstverhaal.’ Dan geef ik het kerstverhaal opnieuw vorm. Ik vraag aan het publiek: “Zullen we dit verhaal vanavond serieus nemen?” en schep ruimte om het met een open mind te lezen. Bijvoorbeeld metaforisch, of met behulp van de astronomie of de Koran. En wie zouden vandaag onze Maria of Jozef kunnen zijn? En wat zou dan de boodschap van het verhaal zijn? Ik opper bijvoorbeeld dat de wrede Herodes kan staan voor ons ego, dat bang is voor het kind in onszelf en er alles aan doet om dat weg te drukken. Het publiek is diep geraakt en aan het denken gezet, hoor ik na de voorstelling.’

Welke Bijbeltekst zou iedere Nederlander en Vlaming moeten kennen?

‘Een uitspraak van Jezus die heel actueel is: Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen. Als we dat verhaal uit Johannes 8 allemaal tot ons zouden nemen, gaat de wereld er anders uitzien.

Tekst en interview: Peter Siebe, persvoorlichter/eindredacteur bij het NBG en journalist.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.40.6
Volg ons