Je zag kandelaars, maar die betekenen gemeenten. Je zag sterren en die betekenen engelen.’ Johannes ziet dingen die iets anders betekenen. Hij moet die kandelaars en sterren dus niet letterlijk opvatten.
'Gelukkig is wie voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat erin geschreven staat.' Want de tijd is nabij. In een tijd waarin de brieven, e-mails en WhatsAppberichten je om de oren vliegen, vraagt het boek Openbaring op een speciale manier de aandacht.
Het is duidelijk dat Johannes niet op eigen initiatief schrijft en dat hij voor de inhoud van zijn boek Gods gezag claimt. Deze claim is een van de stelligste in de hele Bijbel.
Johannes schrijft dat slechts weinigen in Sardes schone kleren hebben; veel namen worden geschrapt uit het boek van het leven. Zijn woordkeus suggereert dat het vijf voor twaalf is.