4Want jullie dekken alles toe met leugens,
kwakzalvers zijn jullie, allemaal!
35O, wilde er maar iemand luisteren!
Ik sta in voor wat ik heb gezegd.
Laat nu de Ontzagwekkende antwoord geven,
laat mijn tegenstander zijn klacht boekstaven!
7Spreken jullie onwaarheid omwille van God?
Willen jullie God met leugens dienen?
8Zien jullie Hem naar de ogen?
Is het zijn zaak waarvoor jullie pleiten?
9Loopt het goed af, als Hij jullie onderzoekt?
Kun je Hem bedriegen zoals je een mens bedriegt?
10Streng zal Hij je straffen,
als je heimelijk partijdig bent.
Had Job berouw van zijn boosheid over het onverdiende leed dat hem had getroffen? En deed hij daarom ‘boete in stof en as’ (zoals hoofdstuk 42:6 traditioneel werd vertaald)? Nee, geen van beide.
Het Bijbelboek Job is een verhaal van diepe ellende, onverdiende rampspoed, een onmogelijke weddenschap tussen God en de satan, berusting, opstandigheid en falende vriendschap. Maar wie was de échte Job?
Kunnen we het hebben als niet alles leuk en geweldig is? Het boek laat zien hoe Job zijn ellende aangaat. Job probeert het niet weg te verklaren en toch nog te genieten of een reisje te maken. Hij gaat er vol in en komt uiteindelijk tot inzicht.
Soms kan de vertaling van één Bijbelvers een heel boek in een ander licht plaatsen. Dat gebeurt bij de laatste woorden van Job, in Job 42:6