

In zijn beroemde Four freedoms Speech uit 1941 kwam de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt op voor vier fundamentele vrijheden: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrij zijn van gebrek en vrij zijn van vrees.
In deze onzekere tijd gaan we na hoe de Bijbel ons kan inspireren tot leven als vrije mensen. Vandaag: Bettelies Westerbeek over vrij zijn van gebrek.
Armoede
Wie hier komt wonen, mag twaalf jaar van zijn levensverwachting aftrekken. De kans is groot dat je last krijgt van je luchtwegen vanwege de schimmel in de huizen. Er lopen ratten in de tuin en je buurman heeft regelmatig psychoses. 70% van je buren heeft moeite met rondkomen. Niemand doet open als er wordt aangebeld, want het kan zomaar een deurwaarder zijn. Kinderen zitten met een lege maag in de klas.
Wanneer ik dit vertel, zijn mijn luisteraars vaak verbaasd dat deze armoede in Nederland voorkomt. Maar mensen in de wijk zijn creatief. Iedereen zit in hetzelfde schuitje, dus wordt er voor elkaar gezorgd. Kinderen eten mee bij vriendjes, er zijn weggeefgroepen op Facebook, er is altijd wel een buurtmaaltijd waar je kunt aanschuiven of werk dat zwart gedaan kan worden. Wie een meevaller heeft gehad, zegt geen nee als iemand een sigaret komt bietsen. Wie is afgesloten van water of elektriciteit, kan altijd bij de kerk z’n telefoon opladen. Zo redden mensen het net. In deze wonderlijke creativiteit kan ik vaak de hand van God ontdekken. Hij zorgt voor ons.
Hoezo: niet bezorgd zijn?
Maar juist dit informele netwerk van onderlinge steun valt nu in coronatijd weg. Alles is dicht. Je kunt niet meer langs bij je familie en vrienden. De spullen in de supermarkt zijn duur. Je moet extra schoonmaakmiddel kopen, een laptop voor je kind, en beltegoed om je moeder in het verzorgingshuis te kunnen bellen. Je verbruikt meer water en elektriciteit en het wegvallen van zwart inkomen wordt niet gecompenseerd. Onze buurt heeft letterlijk steeds meer honger en ik maak me zorgen over wat er nog gaat komen. Hoezo zegt Jezus dat we ons niet af moeten vragen wat we zullen eten of drinken?
Het valt me in deze tijd dan ook op dat de Bijbel vol staat met verhalen van mensen met honger. Het is de honger die Jakob en zijn zonen ertoe aanzet naar Egypte te trekken, waar God (via Jozef) gezorgd heeft voor volle schuren. Als hun nageslacht eindelijk mag vertrekken en de honger in de woestijn hen doet terugverlangen naar datzelfde land, laat God manna en kwakkels uit de hemel regenen. Elia klopte aan bij een weduwe in Sarefat, die nog één dag kon eten, daarna zou ze omkomen van de honger. Als ze dat laatste beetje niet aan haar kind geeft maar aan de profeet Elia, zorgt God ervoor dat haar meelpot niet leeg raakt en haar oliekruik vol blijft. Jezus geeft de hongerige menigte te eten en de verloren zoon keert terug om zijn lege maag te vullen.
Bij nader inzien staat de Bijbel niet vol met verhalen over honger, maar met verhalen van mensen van wie de honger gestild wordt. Het koninkrijk van God is een wereld zonder gebrek. Wie gehoor geeft aan Jezus’ oproep om zich geen zorgen te maken over eten en drinken, krijgt daarmee ook de opdracht om mee te werken aan een wereld waarin het inderdaad niet nodig is om je dat soort zorgen te maken. Omdat er genoeg is.
Bettelies Westerbeek - pastor in de Protestantse Kerk in Nederland en werkt als kerkpionier in de Haagse Moerwijk.

