Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Luthers vertaling

Het werk van de hervormer Maarten Luther is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van bijbelvertalingen.

Vertaling uit de brontekst

Tot aan Luther waren alle vertalingen gebaseerd geweest op de Latijnse vertaling van Hiëronymus, de Vulgata. De Vulgata was ‘de’ Bijbel van het christendom in het Westen. Luther was na Hiëronymus de eerste die een vertaling maakte uit de Hebreeuwse en Griekse bronteksten.
In 1522 verscheen van zijn hand het Nieuwe Testament in het Duits. Het boek sloeg in als een bom. De eerste oplage van ongeveer 3000 exemplaren was binnen twee maanden uitverkocht. Na het Nieuwe Testament heeft Luther ook het Oude Testament vertaald, in samenwerking met Philipp Melanchthon. Vanaf 1523 werd het in gedeelten uitgegeven, totdat het geheel klaar was in 1534.

Taalgebruik

Luthers vertaling is beroemd geworden door zijn taalgebruik. Hij wilde de Bijbel toegankelijk maken voor het gewone volk, en daarom koos hij er regelmatig voor om ‘echt Duits’ te gebruiken in plaats van bijbels idioom.
In een brief over zijn vertaalwerk geeft Luther het volgende voorbeeld. Een Duitser zegt niet: ‘uit de overvloed des harten spreekt de mond’, dat zou belachelijk taalgebruik zijn. Een Duitser zegt: ‘waar het hart vol van is daar loopt de mond van over’. Zo moet je het in Lucas 6:45 dan ook vertalen, volgens Luther.
Met dit soort taalgebruik liep Luther voorop. De Statenvertaling, die een eeuw later verscheen, koos eigenlijk altijd voor een meer ‘letterlijke’ weergave. Dat leidde nogal eens tot bijbeltaal en niet tot natuurlijk taalgebruik.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.20.15
Volg ons