Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Woord en weerwoord: Het vertaalprobleem in Exodus 20:5

Op verzoek van de redactie geven twee specialisten hun reactie op het vertaalprobleem uit het researchartikel van Jaap van Dorp.

Bezoek of bezoeking in Exodus 20:5?

Piet van Midden

Toen ik de NBV-vertaling van Exodus 20:5 voor het eerst las, leek het me vooral een tekstje uit een dogmatiek, die een eigenschap van God beschrijft: ‘Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten. ’ Ik dacht: ‘Dat kan er niet staan’. In een van mijn efemeriden, de Hebreeuwse vlogs die ik dagelijks voor de Tilburgse Universiteit maak, stelde ik voor om poqeed, het tegenwoordig deelwoord van de wortel paqad, niet met ‘boeten’ maar met ‘controleren’ te vertalen. En het als restrictieve bepaling opgevatte leson’aj – door de NBV vertaald met: ‘wanneer ze mij haten’— gewoon te vertalen met: ‘van degenen die mij haten.’ Waarom zou je het beperken? De tekst biedt daarvoor mijns inziens geen houvast.

Om me wat breder te oriënteren, keek ik in de Septuaginta, waar de oudste vertalers van de Hebreeuwse Bijbel poqeed hebben vertaald met apodidous, tegenwoordig deelwoord van apodidômi, dat in eerste instantie gewoon ‘afgeven’ maar ook to make return for betekenen kan. Tientallen malen komt paqad in de qal-vorm voor en tientallen malen wordt die met verschillende Griekse woorden weergegeven.

Kortom: er zit bepaald ruimte in het semantische veld van paqad. Bij al die mogelijkheden hoort ook ‘boeten’. De NBV-vertaling zit wat dat betreft dicht tegen de klassieke vertaling ‘ik die bezoeking doe…’ aan. ‘Bezoeking doen’ is immers niet neutraal ‘op bezoek komen’. Maar de Hebreeuwse tekst is minder dichtgetimmerd dan uit die eerdere vertalingen blijkt. Mijn pleidooi was en is om die ruimte ook in de vertaling te laten blijken. Ik koos destijds voor ‘controleren’. Het gaat immers om drie, vier generaties die samen in een bet ’av wonen. De kinderen nemen daarin gemakkelijk de gewoontes van de ouders over, maar dat wordt wel nagetrokken. Van Dorp suggereert dat ‘ter verantwoording roepen’ een uitweg kan bieden. Ik kan daarin meegaan. Het gaat een stap verder dan controleren, maar laat ook veel open. Ook een beetje genade met die klein- en achterkleinkinderen. Dat lijkt me een mooie gedachte.

Dr. Piet van Midden is docent Bijbels Hebreeuws aan de Universiteit van Tilburg.

Hoe moeten we in vredesnaam Exodus 20:5 vertalen?

Bob Becking

De Hebreeuwse tekst van de motivering van het gebod geen andere goden te vereren stelt elke vertaler voor ten minste drie problemen. Allereerst is er het probleem van de jaloezie van God. Ik zeg daar nu alleen over dat in de weergave van de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) ‘(want ik, de HEER, uw God), duld geen andere goden naast mij’ te weinig emotie doorklinkt.

Het tweede probleem hangt samen met het werkwoord paqad, in de NBV vertaald met ‘laten boeten’. Paqad heeft vele betekenissen, die alle neerkomen op ‘het lot bepalen’. Dat kan ten goede zijn, zoals in Ruth 1, maar ook ten kwade. In Exodus 20 functioneert het werkwoord als waarschuwing aan de aangesproken generatie. Door hun verering van andere goden zullen zij het lot van hun nageslacht bepalen.

Het derde probleem is van syntactische aard. De NBV vertaalt leson’aj met ‘wanneer ze mij haten’. Daarmee wordt, zoals Jaap van Dorp al schrijft, het zinsdeel opgevat als een beperkende bepaling bij de nakomelingen. Daar zijn twee problemen mee. Ten eerste legt de vertaling een zware wissel op het nageslacht. Zij immers moeten dan door hun gedrag de opgelegde vervloeking zien af te wenden. En in de tweede plaats heeft het Hebreeuwse voorzetsel le nooit deze beperkende functie. Naar mijn idee is le hier redengevend. Het zinsdeel geeft aan waarom God jaloers is en de toekomst van het nageslacht wil bepalen: ‘omdat zij mij haten’. ‘Zij’ slaat dan niet terug op de kinderen, maar op het voorgeslacht. Het werkwoord sanee’, ‘haten’, wijst op menselijke handelingen die een bestaande verbintenis op het spel zetten.

Ik kom tot een voorlopig vertaalvoorstel: ‘Want ik, de HEER, uw God, ben een jaloerse god. Ik bepaal vanwege de schuld van het voorgeslacht het lot van de kinderen tot in het derde en vierde geslacht, omdat het mij gehaat heeft.’

Deze vertaling, zoals trouwens elke andere, plaatst de lezer voor een probleem. Het beeld van een dreigende God schuurt met zijn vergevende liefde. Deze tekst kan niet zonder uitleg of catechese op de gemeente worden losgelaten.

Prof. dr. Bob E.J.H. Becking is emeritus hoogleraar Oude Testament aan de Universiteit Utrecht.

Vakblad Met andere woorden

Met Andere woorden is hét tijdschrift dat je up-to-date houdt over het vertalen van de Bijbel. Ook biedt Met Andere Woorden inspirerende artikelen op het snijvlak van vertalen en Bijbeluitleg.

Lees meer

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons