Tussen de regels van het wapengekletter door
Intriges, macht en machtsmisbruik en regelmatig smeuïge uitspattingen rond seks en geweld – de verhalen over Debora, Jaël en Sisera, Saul en David, Achab, Izebel en Elia lenen zich uitstekend voor grootse Hollywood-producties of series van het genre Game of Thrones.
De vraag is wel of datgene wat de auteurs willen communiceren zich op dit niveau van de tekst afspeelt. Naast, of eigenlijk onder, de verhalen over inspirerende leiders en gewetenloze schurken (soms, zoals bij David, gecombineerd in één persoon) trekt een andere rode draad door de boeken Rechters tot en met Koningen. Het is de draad van macht die wordt uitgedaagd en langs de meetlat van Gods visioen van een goede wereld wordt gelegd. Soms gebeurt dat door mensen die hier beroepshalve mee bezig zijn, zoals Natan, Samuel en Elia, profeten die dicht bij het centrum van de macht staan en er directe invloed op kunnen uitoefenen, met wisselend succes. Maar even vaak gebeurt het ook op subtielere manieren, door aanwijzingen in de tekst die de lezer laten merken dat er iets niet (of juist wel) in de haak is.
Grote verschuivingen, grote vragen
De verhalen spelen zich af in een tijd waarin Israël grote veranderingen ondergaat. Van los stammenverband met naast de stamoudsten tijdelijke, vaak waarschijnlijke plaatselijke of regionale militaire leiders (de rechters) ontwikkelt het zich tot koninkrijk met één leider en één hoofdstad. Niet veel later valt dit koninkrijk weer uiteen in twee delen. In het zuidelijke, politiek en economisch minder belangrijke blijft een afstammeling van David op de troon zitten, terwijl in het noordelijke, politiek en economisch sterkere steeds wisselende dynastieën aan de macht zijn. De ongeorganiseerde groep tot slaaf gemaakten die Mozes uit Egypte had weggeleid, heeft een lange weg afgelegd. De verandering in organisatiestructuur brengt diepe vragen met zich mee:
- Hoe ziet goed leiderschap eruit?
- Hoe organiseer je een tegenwicht tegen de macht die koningen menselijkerwijs altijd naar zich toe trekken?
- Wat gebeurt er als je ‘gelijk [wordt] aan alle andere volken’ (1 Sam. 8:20) en vooral: hoe voorkom je de negatieve implicaties daarvan?
Op het niveau van het verhaal zijn daarnaast nog andere vragen te stellen:
- Welke rol spelen maatschappelijk achtergestelde figuren zoals vrouwen in deze verhalen (letterlijk, maar ook als signaalfiguren)?
- Wat zegt het dat in vrijwel alle verhalen juist het zwakke het van het sterke wint (of zou moeten winnen)?
Macht en tegenmacht
Dat het koningschap in Israël geen vanzelfsprekende en ook niet per se een wenselijke situatie was, blijkt al uit 1 Samuel 8
Om die reden is het nodig om tegenmacht te organiseren. In het Oude Israël heeft die tegenmacht de vorm van profeten en een enkele wijze vrouw. De overgeleverde woorden van de grote en kleine schriftprofeten getuigen ervan hoe wijdverbreid het verschijnsel van de profeet als criticus en klokkenluider was, en hoe hardnekkig bepaalde zonden zich bleven herhalen in de geschiedenis van Israël en Juda. Een rode draad vormt daarbij de wens om gelijk te worden aan machtige en economisch welvarende buurlanden – precies waar al in Deuteronomium en Rechters voor gewaarschuwd wordt. Daar hoort afgoderij bij, zeker, maar vooral ook het gedrag dat daarmee gepaard ging: machtslust en inhaligheid ten koste van anderen.
De verhalen over David, Natan, Achab en Elia laten nog een andere kant zien van het verschijnsel ‘profetie’ in het Oude Israël: de interactie tussen menselijke machthebber en goddelijke oppositie. Profeten als bemiddelaars tussen mensen en goden waren een wijdverspreid fenomeen in het Oude Nabije Oosten. Het verrast dan ook niet dat iemand als Natan een positie aan het koninklijke hof heeft. Toch zijn er verschillen. Waar profeten in de omliggende landen vooral werden ingehuurd om door middel van allerlei technieken de toekomst te ontrafelen en op basis daarvan te adviseren, wordt van Bijbelse profeten van begin af aan een zekere mate van tegendraadsheid verwacht. Profeten met een boodschap die overeenkomt met wat de ontvanger graag wil horen, kunnen in eerste instantie beter argwanend worden bejegend (Deut. 13:2-6; 1 Kon. 22:13-18). Niet omdat God alleen maar vervelende dingen tegen mensen te zeggen heeft, maar omdat de schrijvers van de Bijbel maar al te goed weet hebben van de menselijke neiging om tegen God te kiezen.
‘Het gefluister van een zachte bries’
De kritische stem van de profeten is één vorm die de tegenmacht in de gelezen teksten aanneemt. Maar er is er nog een tweede, subtielere stem. Het mooist wordt deze wellicht verwoord in het verhaal van Elia op de Horeb (1 Kon. 19
‘Mijn koningschap hoort wel bij deze wereld’
‘Mijn koningschap hoort niet bij deze wereld,’ zegt Jezus tegen Pilatus wanneer die Hem aan de tand voelt over zijn politieke ambities (Joh. 18:36). Hij is ‘gekomen om van de waarheid te getuigen’, maar niet om die waarheid aan mensen op te leggen – niet met dictatoriaal geweld en ook niet door middel van democratische verkiezingen.
Het koningschap waar het in de verhalen in deze serie van Preekinspiratie over gaat, hoort wél bij deze wereld. Het moet concreet worden ingevuld met wetten, administratie, belastingen, diplomatieke betrekkingen en, op z’n tijd, oorlogsvoering. En tegelijkertijd moet het iets weerspiegelen van het koninkrijk dat God voor ogen heeft. Een koninkrijk dat vaak tegenovergesteld is aan menselijke intuïtie – nu niet minder dan toen. Een koninkrijk waar niet de meest indrukwekkende zoon tot koning wordt gezalfd, maar de jongste en zwakkere. Waar niet politieke en economische prestaties tellen, maar de vraag of de resultaten daarvan rechtvaardig verdeeld worden. Een koninkrijk waar de machtigste man zich op elk moment moet kunnen verantwoorden voor de profeten of wijze vrouwen die namens God en het volk spreken, en natuurlijk voor God zelf.
Eeuwen nadat de laatste davidische koning in ballingschap is overleden, krijgt Zerubbabel, een van zijn nakomelingen en bestuurder van de Perzische provincie Juda, van de profeet Zacharia te horen: ‘Niet door eigen kracht of macht zal hij slagen – zegt de HEER van de hemelse machten – maar alleen met hulp van mijn geest’ (Zach. 4:6). Het is die geest die ook al door de verhalen van helden en schijnbare antihelden in deze serie waait.
Anne-Mareike Schol-Wetter is oudtestamentica en hoofd Bijbelgebruik bij het NBG.
Vakblad Met andere woorden
Met Andere woorden is hét tijdschrift dat je up-to-date houdt over het vertalen van de Bijbel. Ook biedt Met Andere Woorden inspirerende artikelen op het snijvlak van vertalen en Bijbeluitleg.
