Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Beelden van hoop: Interpretatieve handvatten bij zogeheten ‘messiaanse’ teksten in Jesaja

De adventsweken van het kerkelijk jaar breken aan en het vraagt tijd om geschikte Bijbelteksten te vinden om de ‘hoop’ voor vandaag te adresseren en voldoende door te dringen tot de gelaagdheid van de verzen. Gelaagdheid is er bijvoorbeeld in de zogeheten ‘messiaanse’ teksten in de eerste hoofdstukken van het boek Jesaja. Ik wil daar kort op in gaan en enkele hermeneutische handvatten geven die kunnen helpen bij het maken van adventspreken.

Hoopvolle beelden

Het valt op dat in de profetieën van Jesaja 2:1-5, 7:10-17, 8:23-9:6 en 10:28-11:10 hoop voor Juda wordt uitgesproken door in hoopvolle beelden te spreken. Eerst wordt een beeld geschetst van de tempelberg, met de tempel, waar de volken Gods onderricht zullen zoeken en zij hun zwaarden zullen omsmeden tot ploegijzers. Dan volgen de beelden van de geboorte van een kind (Immanuel), van licht en wederom een kind, en ten slotte van een stronk en telg. De begrippen zijn typerend voor Jesaja in deze hoofdstukken.

De directe historische betekenis ligt in het proces van ‘verresting’ dat Jesaja ziet en verwacht, en dat zich over een langere tijdsperiode uitstrekt (zijn zoon heet Sear-Jasub, letterlijk ‘een rest zal terugkeren’, zie het spel met woorden in 7:3 en 10:21). Het zijn verschrikkelijke gebeurtenissen die plaatsvinden, zoals bijvoorbeeld in 10:28-32 beschreven staat, als het leger van Assur het land Israël binnentrekt: ‘Ze rukken op naar Ajjat, ze trekken door Migron; ze laten de legertros bij Michmas achter, met de hele uitrusting. Ze steken het ravijn over. “In Geba zullen we overnachten!” Rama siddert, Gibea van Saul vlucht weg. Gil het uit, Bat-Gallim! Laïs, geef gehoor! Anatot is er slecht aan toe, Madmena slaat op de vlucht, de inwoners van Gebim houden zich schuil. Vandaag nog houden ze halt bij Nob, ze ballen de vuist tegen de Sion, tegen de heuvel van Jeruzalem.’

De taal is dramatisch en laat bijna voelen hoe traumatisch de gevolgen zijn. Toch blijft iets hoopvol kleins over, een kind, een stronk of scheut of telg (ook wel spruit genoemd). Dit contrast is ook voelbaar in de overgang van hoofdstuk 10 naar 11 (10:33-11:1): ‘God (…) houwt met geweld hun takken af (…). Met een bijl kapt Hij de struiken weg. (…) Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.’ Uit de rokende grond van Israël bloeit iets moois en hoopvols op.

Oerbeelden

In de christelijke traditie worden deze teksten weliswaar als messiaanse voorzeggingen gezien, maar zo zijn ze niet direct bedoeld. Bovendien is messianisme in het Joodse theologische denken meer iets dat aan de zijlijn staat dan in het centrum. Om tot de teksten van Jesaja door te dringen is het nodig dat christenen hun christelijke bril even afzetten. Deze bril kan afleiden van de hoofdzaak die Jesaja profetisch voor ogen stond.

Het ging Jesaja om de hoop die een ‘rest’ (šǝʾār) of ‘restje’ (šǝ’erîth) in de hand van God voor een mogelijk herstel van Juda zal geven. Om deze hoop namens God uit te drukken zag Jesaja met het profetenoog een moeder en kind of telg, en een stronk of scheut. Ze zijn een teken van hoop op dat moment, op die plaats, waar het eigenlijk niet kon. Het zijn grondbeelden, archetypische oerbeelden, die diep met ons mens-zijn verweven zijn. Ik wil de hermeneutische gelaagdheid hiervan kort in vijf punten benoemen.

  1. God is de God van de generaties, van de lange historische lijnen. Dit betekent dat, ondanks aanhoudende processen van ‘verresting’, de hoop niet geknakt wordt en het Joodse volk uit de as zal herrijzen. De lange lijn begint in Genesis 3:15 (het nageslacht van de vrouw wordt gif ingebeten) en loopt door de geslachten heen (cf. Exodus 1:16 over het doden van Joodse jongetjes), tot in nieuwtestamentische tijden (cf. Matteüs 2:16-18 over de moord op Joodse kinderen te Rama, en Openbaring 12:4 over het verslinden van het pasgeboren Joodse kind). Steeds wordt dodelijk gehapt naar het Joodse nageslacht en leidt dit niet tot uitroeiing.
  2. De ‘rest’, het Joodse overblijfsel, is deel-voor-het-geheel van Israël als volk, en dat is ook moeder-en-kind, evenals de stronk of scheut. Zij dragen zogezegd de hoop en het herstel van het geheel van het volk. De Joodse moeder is ook de belichaming van verlies en ondraaglijk verdriet als zij ziet dat haar kinderen haar worden ontnomen, als zij worden gedood of in gevangenschap gevoerd (cf. Klaagliederen 1:1-2, en vooral de Bat Tsiōn in Klaagliederen 2:4; vergelijk Lucas 23:28, ‘Dochters van Jeruzalem, huil niet om Mij. Huil liever om jezelf en je kinderen!’; cf. het beeld van de zittende en wenende berooide Joodse vrouw op de Judaea Capta-munten, geslagen onder Vespasianus na de verovering van Jeruzalem). Het verlies van de stad, die staat voor de generaties en gezinnen die daar hebben gewoond en zullen wonen, is ondraaglijk. Zo belichaamt het beeld van moeder en kind ‘het liefste wat je hebt’, het aller-kostbaarste bezit (cf. Ezechiël 24:16, ook in Klaagliederen 2:4).
  3. De intertekstualiteit van het beeld van ‘rest’, van moeder en kind of scheut, laat zien hoe steeds naar de taal van hoop gezocht werd. De picturale kracht van deze beelden hebben geholpen om tegen ellende en trauma in te blijven vasthouden aan herstel. De harde tinten van traumabeelden kunnen mogelijk overschreven worden door de zachte tinten van Geest-gedragen beelden van hoop en nieuwheid.
  4. Dat mensen deze oer-hoop hebben, blijkt steeds als te midden van kapotgeschoten steden en ruïnes huwelijken worden gesloten en kinderen worden geboren. Altijd vlamt de blijdschap op als dit gebeurt. De boodschap van de profeet Jesaja knoopt aan bij diepe existentiële krachten en verlangens.
  5. De hoop van Israël is dan ook de hoop van de volken, zoals vooral in het tweede deel van het Jesaja-boek aan de orde wordt gesteld. Ook de landen om Israël heen zullen worden gedragen op het Joodse overblijfsel. Israëls hoop is hun hoop, en zij zullen net zo worden getroost als een moeder haar kind troost. Ook hun verliezen en angsten, de wreedheden die hun zijn aangedaan, zullen ter sprake komen.

De beelden zijn min of meer ‘woord-handelingen’ die in bange tijden ontroering wekken en helpen om de hoop niet los te laten.

Maak de hoop groot

Predikanten zoeken voortdurend naar de taal van hoop voor enkelingen en groepen mensen, en die kunnen erg divers zijn. Als geestelijk leider sta je voor de opdracht om, zo mogelijk, de hoop van (en voor) anderen vast te houden. Omgekeerd gezegd door een kerkganger: ‘Als jij als predikant al de hoop verliest, hoe kun je dan van mij verwachten dat …’

Het is nodig om de beelden van hoop in onze dagen groot en kleurrijk te maken en te verwachten dat deze kunnen opwegen tegen donkere beelden van angst en trauma. Volgens Paulus staat de hoop tussen geloof en liefde in. Wie standbeelden van de drie bekijkt, ziet dat het beeld van hoop vaak groter is dan de geflankeerde beelden van liefde en geloof. Hoop kijkt ver voor zich uit de toekomst in. Liefde kijkt vaak druk om zich heen en reikt uit, en kan ook leeglopen. Geloof heeft vaak een boek en kijkt naar beneden en naar binnen. Beide hebben de grote steun van hoop nodig en leggen de hand soms ook op de schouder van hoop. De hoop moet groot worden, en in het midden staan (1 Korintiërs 13:3). De liefde is het meest, maar de hoop staat in het midden en is door beeldende kunstenaars afgebeeld als groter dan geloof en liefde.

Probeer als predikant te ‘zien’ welke hoop er is of opkomt uit de profetische teksten, zoals Elia’s knecht diverse malen de berg op ging en pas bij de zevende keer zag dat een ‘klein wolkje (…) niet groter dan een handpalm’ uit de zee opsteeg (1 Koningen 18:44). Dat was het begin van een stortbui die het land meer dan nodig had.

Prof. dr. Henk Bakker is namens de Unie van Baptistengemeenten hoogleraar voor de McClendon Chair for Baptistic and Evangelical Theologies aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Bronvermelding

Henk Bakker, ‘Beelden van hoop: Interpretatieve handvatten bij zogeheten ‘messiaanse’ teksten in Jesaja’ in Met Andere Woorden 44/online (3 november 2025), debijbel.nl

Vakblad Met andere woorden

Met Andere woorden is hét tijdschrift dat je up-to-date houdt over het vertalen van de Bijbel. Ook biedt Met Andere Woorden inspirerende artikelen op het snijvlak van vertalen en Bijbeluitleg.

Lees meer

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons