Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

De wijsheidsliteratuur in de Hebreeuwse Bijbel

Verschillende boeken van de Hebreeuwse Bijbel worden gerekend tot de wijsheidsliteratuur van de klassieke oudheid. Het gaat om de boeken Job, Spreuken en Prediker. In deze teksten staat de levenskunst centraal, niet de goddelijke openbaring of de geschiedenis van het volk Israël. De focus in de wijsheidsliteratuur ligt op de praktijk van het dagelijks leven. Hoe kunnen mensen gelukkig zijn in hun relaties met anderen? Wat helpt om stand te houden in het leven en enigszins te slagen, en wat helpt juist niet? Hoe ga je met grote tegenslagen om? Voor het vinden van een antwoord op dergelijke vragen is wijsheid vereist die verworven is door te reflecteren op alle kleine en grote dingen in het dagelijks leven, te worstelen met existentiële problemen, door met anderen daarover te discussiëren en naar acceptabele oplossingen te zoeken. Wie op die manier leert van het leven en kennis verwerft, wordt wijs en kan die wijsheid ook doorgeven aan een volgende generatie. Deze vorm van wetenschap is een belangrijk cultureel fenomeen dat in de literatuur van de volken in het oude Nabije Oosten en in het latere Griekse en Romeinse rijk zijn sporen heeft nagelaten.

Bijbelse levenskunst 

De wijsheidsliteratuur in het oude Israël is erop gericht mensen te motiveren om het goede te doen en na te laten wat verkeerd is. De kennis van goed en kwaad is een vrucht van observeren van de gevolgen van menselijk gedrag. Daarin kan men zien dat het doen van het goede iets goeds oplevert. Het juiste gedrag komt altijd ten goede aan het individu of aan de gemeenschap. Wie slechte dingen doet, berokkent zichzelf en anderen schade. Het is de taak van de wijze om wat mensen kiezen en de consequenties daarvan in kaart te brengen, te noteren en ze aan anderen te leren als een elementaire ethiek. Er komt niet veel theologie bij kijken, al is het uitgangspunt steeds wel dat de wijze de werkelijkheid beschouwt als een door God gewilde schepping. Als mensen eerbied hebben voor God die de wereld zo heeft gemaakt dat alles en iedereen tot zijn recht kan komen, en als zij hun gezond verstand gebruiken, dan kunnen ze erop vertrouwen dat zij in alles zullen slagen wat zij op hun levensweg ondernemen. Ze moeten dan de goede raad van de wijsheidsleraren niet in de wind slaan en de gevaren waarop zij wijzen niet negeren. Zo kunnen zij zich al reflecterend op het menselijk bestaan de ware levenskunst eigen maken.

Wijsheid en milieus 

Historisch en sociologisch zijn drie milieus te onderscheiden die kenmerkend zijn voor de wijsheidsliteratuur van het oude Israël. In de eerste plaats zijn er teksten waarin gefocust wordt op het leven in grote familieverbanden in een hoofdzakelijk rurale, agrarische samenleving. Men neemt vaak aan dat daaruit de oudste vormen van reflectie op het menselijk bestaan voortkomen. De teksten die vanuit die maatschappelijke context zijn overgeleverd, gaan over het samenleven van diverse families en generaties, over de onderlinge solidariteit en sociale rechtvaardigheid, over observaties in het boerenbestaan, over de tijd van zaaien, oogsten, de natuur en het gedrag van dieren, over klimatologische omstandigheden, en ook over de vraag hoe men zich het beste kan verhouden tot stedelingen, handelslieden en vreemdelingen.

In de tweede plaats zijn er teksten overgeleverd die hun setting hebben in de stadscultuur die is ontstaan ten tijde van de monarchie in Israël en Juda (vanaf 1000 v.Chr.). Georganiseerd onderwijs speelt daarbij een belangrijke rol. De scholen hebben de taak jonge mensen op te leiden tot stadsbestuurders en beambten aan het koninklijke hof. De jongeren, meestal prinsen en kinderen van hooggeplaatste functionarissen, krijgen naast taalles (spreken en schrijven) ook een training in internationale diplomatieke betrekkingen, juridische kwesties, economische aangelegenheden, het innen van belasting en alle andere zaken die samenhangen met het bestuur van stad en land. Belangrijk is ook dat de leerlingen zich in het milieu waarin ze later werkzaam zijn op juiste manier gedragen. Ze worden gewaarschuwd voor bijvoorbeeld ongepast gedrag tijdens een diner met de koning, voor de gevolgen van dronkenschap, voor luiheid, voor corruptie van de rechterlijke macht, enzovoort. Er zijn ook talloze adviezen over alledaagse kwesties, over relaties en geldzaken. Het onderwijs heeft in de scholen in Jeruzalem een internationaal en intercultureel niveau gekend. Men vertaalde en bestudeerde er literatuur van andere volken en landen, in ieder geval Egyptische wijsheidsliteratuur en poëzie. Deze teksten konden ook in de Bijbel worden opgenomen. Een goed voorbeeld daarvan is Spreuken 22:17-23:11, een gedeelte waarin een vertaling wordt geboden van een aantal Egyptische spreuken van Amenemope uit omstreeks 1000 voor Christus.

In de derde plaats staat in de Hebreeuwse Bijbel ook wijsheidsliteratuur met een sterk theologische inslag. Men neemt aan dat deze teksten pas in de periode na 500 voor Christus zijn verzameld en overgeleverd. Kenmerkend voor deze theologisch getinte teksten is de gedachte dat wijsheid en levenskunst geen zaken zijn die iedereen zich in de praktijk van het gewone leven kan verwerven, maar dat ze een openbaring van God zijn, voor de mensen bestemd en te ontdekken in alles wat Hij bij het begin van de geschiedenis schiep. Het is aan de mensen om die wijsheid als geschenk te aanvaarden. De wijsheid wordt ook wel als een persoon voorgesteld, een vrouw die mensen opzoekt, ze liefheeft, voedt en troost. Dat wordt goed geïllustreerd in Spreuken 8:1-38. In een latere ontwikkeling van de theologische wijsheidsliteratuur komt de Tora centraal te staan als het grootste goddelijke geschenk aan de mens. Wie de Tora als hoogste richtsnoer voor het leven omarmt, zal uitnemende wijsheid ten deel vallen. Dit verband tussen Tora en wijsheid is al aanwezig in Deuteronomium 4:5-8.

Literaire vormen 

In de Hebreeuwse wijsheidsliteratuur zijn verschillende literaire vormen gebruikt. Deze zijn niet typisch voor de boeken Job, Spreuken en Prediker. Men vindt ze ook in bijvoorbeeld het boek Psalmen en in de profetische boeken. Doorgaans worden in de wijsheidsliteratuur vier vormen onderscheiden: de spreuk, de onderwijzing, het didactische verhaal en het leerdicht.

De spreuk is een uniek middel om verworven wijsheid kernachtig onder woorden te brengen en aan anderen door te geven. Door het bondige taalgebruik is een spreuk ook makkelijk te memoriseren. Kenmerkend voor de Bijbelse spreuken is het gebruik van het parallellisme van de versdelen (de zogenoemde parallelismus membrorum). Daarmee is bedoeld dat de twee regels van een vers inhoudelijk sterk samenhangen en in hun zinsbouw vaak enige gelijkenis vertonen. Deze poëtische stijlfiguur is ook bekend uit de literatuur van het oude Egypte, Ugarit en Mesopotamië.

1) Men spreekt van een herhalend of synoniem parallellisme wanneer in twee regels met synonieme woorden dezelfde gedachte of hetzelfde beeld wordt uitgedrukt. Dat komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in Spreuken 5:1, een oproep om aandacht te schenken aan wat de wijsheidsleraar te zeggen heeft:  

Mijn zoon, luister naar mijn wijsheid, 

schenk mijn inzicht een aandachtig oor. 

2) Twee inhoudelijk samenhangende regels kunnen ook met tegengestelde woorden of begrippen zijn geformuleerd, maar inhoudelijk op hetzelfde neerkomen. Een voorbeeld daarvan is Spreuken 15:32:  

Wie zich niet laat terechtwijzen, doet zichzelf tekort, 

wie berispingen ter harte neemt, wint daarbij.  

3) Er zijn ook spreuken waarin de tweede regel de eerste inhoudelijk aanvult. Spreuken 10:18 geeft een voorbeeld, waarbij afkeurenswaardig gedrag in de tweede regel wordt geconcretiseerd:  

Wie heimelijk haat is een huichelaar, 

wie openlijk lastert een dwaas. 

De stijlfiguur van het parallellisme komt niet alleen in het boek Spreuken voor, maar is ook in Job en Prediker frequent aanwezig.  

De onderwijzing is een tekst waarin een spreker zich direct richt tot een ander, een leerling of een vriend. Deze literaire vorm komt meestal voor in teksten van grotere omvang. In Spreuken 1:8-19 wordt een leerling gewaarschuwd voor de omgang met mensen die niet deugen. Het boek Job bestaat voor het grootste deel uit toespraken waarin Job en zijn vrienden elkaar al discussiërend de les lezen en waarin ook God zich uiteindelijk tot Job wendt. Deze teksten zijn zeer poëtisch. Door de dialoog-vorm doet het boek Job ook wel aan een Griekse tragedie denken. 

In het boek Job is het didactische verhaal opvallend. De teksten in Job 1-2 en Job 42 (vanaf vs. 7) vormen het kader dat de dialogen in Job 3-42 (tot vs. 6) bijeenhoudt. Het didactische verhaal als literaire vorm bedoelt met de geschiedenis van een bijzonder persoon als voorbeeld de lezer te overtuigen van een universele waarheid. Het verhaal wil door de realistische voorstelling van de persoon Job en diens lotgevallen zo geloofwaardig mogelijk overkomen.  

Het leerdicht is vooral in het boek Prediker een bekende literaire vorm – hoewel deze niet altijd een poëtische vorm heeft. De gedachten van de wijze leraar zijn niet gericht tot een leerling, zoals in Spreuken vaak het geval is. In Prediker reflecteert of mediteert de wijze over de grote vragen van het leven en het doel van de geschiedenis, terwijl hij daarin een verborgen zin en samenhang tracht te ontdekken. Een voorbeeld daarvan is Prediker 1:2-11 en 3:1-8

Wanneer zijn deze Bijbelboeken geschreven? 

Hoewel in de Bijbelse wijsheidsliteratuur zeer oude overleveringen zijn opgenomen, zijn de boeken Job, Spreuken en Prediker niet tot de oudste boeken van de Hebreeuwse Bijbel te rekenen. De schrijvers van deze Bijbelboeken zijn niet bekend. Spreuken en Prediker zijn wel toegeschreven aan Salomo, de zoon van David, die koning was te Jeruzalem in de tiende eeuw voor Christus (zie Spr. 1:1 en Pred. 1:1). Of koning Salomo zelf een belangrijke impuls heeft gegeven aan de wijsheidsbeoefening in Israël is historisch niet te verifiëren. Maar er was wel een traditie die de naam van Salomo met de wijsheid in Israël verbond, en die zien we terug in de notities aan het begin van de boeken Spreuken en Prediker. Men vermoedt dat de tekst van het boek Spreuken na een lang proces van redactionele bewerking zijn huidige vorm heeft gekregen in de derde of tweede eeuw voor Christus. Het boek Prediker wordt doorgaans in ongeveer dezelfde tijd gedateerd.  

Wat betreft de historische achtergrond van het boek Job is veel ongewis. Wanneer en door wie het boek is geschreven of samengesteld is moeilijk vast te stellen. Op grond van de thematiek en het taalgebruik zou het boek Job zijn huidige omvang hebben gekregen tussen de vijfde en de tweede eeuw voor Christus.

Dr. Jaap van Dorp is oudtestamenticus en als Bijbelvertaler verbonden aan het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Bronvermelding

Jaap van Dorp, ‘De wijsheidsliteratuur in de Hebreeuwse Bijbel’ in: Met Andere Woorden 45/online (22 mei 2026), debijbel.nl. Oorspronkelijk, in iets andere vorm, gepubliceerd als ‘Inleiding op Job, Spreuken en Prediker’ in: De Bijbel [literaire uitgave NBV21], Amsterdam/Antwerpen 2021, DCCLVII-DCCLXI. 

Vakblad Met andere woorden

Met Andere woorden is hét tijdschrift dat je up-to-date houdt over het vertalen van de Bijbel. Ook biedt Met Andere Woorden inspirerende artikelen op het snijvlak van vertalen en Bijbeluitleg.

Lees meer

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.46.1
Volg ons