Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Jeruzalem in de tijd van de koningen

De Kanaänitische stad Oeroesalim lag precies tussen het gebied van de noordelijke stammen en dat van de stam Juda. Toen de Israëlieten het land veroverden, vielen ze deze stad niet aan. Maar als David koning wordt over heel Israël, kiest hij Jebus als hoofdstad van zijn rijk. In 2 Samuel 5:6-9 wordt beschreven hoe David Jebus heeft veroverd. Uit vers 8 wordt duidelijk dat Davids leger de stad via de watergang binnenkwam en Jebus zo van binnenuit kon aanvallen. David noemt Jebus vanaf dan Stad van David en bouwt er een huis en een muur die van zijn woning naar de Millo loopt. Dat was waarschijnlijk een groot terras op de top van de berg. Ook liet hij de ark naar Jeruzalem komen, die hij op de dorsvloer van Arauna in een eenvoudig heiligdom plaatste (2 Samuel 6; 2 Samuel 24).

Salomo

Volgens de Bijbel maakte Salomo van Jeruzalem een belangrijke stad doordat hij daar het koninklijk paleis (1 Koningen 7) en de tempel liet bouwen. De tempel werd gebouwd in het gebied ten noorden van de Stad van David, op wat nu de Tempelberg (Haram esj-Sjarif) heet (1 Koningen 6). Na de splitsing van Salomo’s rijk werd Jeruzalem de hoofdstad van het koninkrijk Juda. In 925 voor Christus werd de stad leeggeroofd door farao Sjosjenk (Sisak).

Uzzia

Toen de Israëlitische koning Joas een deel van de stadsmuur had laten afbreken (2 Koningen 14:3; 2 Kronieken 25:23), versterkte Uzzia de muren van Jeruzalem weer (2 Kronieken 26:9).

Hizkia

De ondergang van het noordelijke koninkrijk Israël zorgde voor een grote stroom vluchtelingen richting het zuiden. Tijdens de regering van koning Achaz gingen de vluchtelingen ten westen van de versterkte stad wonen, maar door het oorlogsgevaar besloot Achaz’ opvolger Hizkia de stad beter verdedigbaar te maken (2 Kronieken 35:5). Hij versterkte de bestaande stadsmuren en legde een nieuwe muur aan ten westen van de stad, zodat een nieuwe wijk ontstond. Toen David Jeruzalem veroverde was al duidelijk geworden dat de watervoorziening door een vijand kon worden gebruikt om soldaten de stad binnen te laten sluipen. Daarom liet Hizkia een onderaardse tunnel aanleggen zodat de mensen in de stad ook tijdens een omsingeling door vijanden gebruik konden blijven maken van de waterbron van Siloach (Siloam) (2 Koningen 20:20). In 701 voor Christus omsingelde het leger van de Assyrische koning Sanherib de stad. Maar uiteindelijk trokken de soldaten zich terug, nadat Hizkia Sanherib had afgekocht (2 Koningen 18:13-16).

Haal het meeste uit debijbel.nl

Word BIJBEL+ gebruiker en ontvang een Bijbel naar keuze en direct toegang tot:

  • Meer dan 20 Bijbelvertalingen (waaronder bronteksten)
  • Extra achtergrondinformatie
  • Studieaantekeningen

Als BIJBEL+ gebruiker steun je het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap om wereldwijd mensen te bereiken met de Bijbel.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.8
Volg ons