Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Context en aantekeningen bij Psalm 8:1-10

Hier vind je informatie over de context van Psalm 8:1-10 en aantekeningen bij de tekst.

Het boek Psalmen als geheel

Plek van deze passage in het geheel

Psalm 8 neemt een unieke positie in binnen het psalter. Het dient als een kalm intermezzo te midden van omringende psalmen die zich richten op vijanden, dreiging en lijden. Als eerste lofzang die je tegenkomt bij het lezen van de Psalmen, contrasteert deze psalm met de voorafgaande gebeden van hen die vervolging of ziekte ervaren. De plaatsing van de psalm suggereert dat diegenen die lijden onder de handen van kwade krachten juist onder Gods bijzondere bescherming staan.

Structureel wordt Psalm 8 omlijst door de zin “HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde”, die Gods soevereiniteit en majesteit benadrukt. Dit verbindt de psalm thematisch met de psalmen 7 en 9, die het thema van het prijzen van Gods naam delen (Ps. 7:18; 9:2-3). Daarbij zien we een contrast tussen de glorie waarvoor God de mensheid heeft geschapen (Psalm 8) en de diepte waarin de mensheid is gevallen volgens de omringende psalmen.

Opbouw en kern van de passage

Psalm 8 begint met een opschrift in vers 1. De lofprijzing in vers 2 komt terug in vers 10, waardoor het middengedeelte duidelijk ingekaderd is. Het middengedeelte bestaat uit vier gedeelten die elk inhoudelijk betrokken zijn op de hemel:

  • Vers 1: lofprijzing
  • Vers 2b-3: de hemelse luister wordt bejubeld door kinderen en zuigelingen.
  • Vers 4-5: in contrast met machtige hemelwerken is het verwonderlijk dat God omziet naar de sterveling.
  • Vers 6-7: de mens wordt ondanks zijn nietige bestaan bevorderd tot een hemelse rang.
  • Vers 8-9: alles wat leeft vanaf de zeebodem tot aan de hemel is onder de heerschappij van de mens.
  • Vers 10: lofprijzing

Psalm 8 verkondigt de lof op Gods majesteit over de hele aarde en benadrukt de bijzondere, door God gegeven waardigheid en verantwoordelijkheid van de mens als heerser over de schepping. Het is een psalm van verwondering: hoe groot en verheven God ook is, toch schenkt Hij zorg en eer aan de mens, die klein en kwetsbaar lijkt in vergelijking met de hemellichamen. De mens wordt bijna goddelijk gemaakt en krijgt een koninklijke taak als heerser over de schepping – niet om te overheersen, maar om namens God zorg te dragen voor alles wat leeft.

Uitgelicht

Psalm 8 is vaak gelezen als legitimatie van het menselijk heersen over de schepping. Maar de psalm kadert dat heersen op een bijzondere manier in. Ten eerste is het heersen gericht op Gods eer, niet op onszelf; in de tweede plaats heeft het kleine, kwetsbare kinderen als voorbeeld; en ten derde gaat het samen met het besef van onze nietigheid binnen de schepping.

Aantekeningen

Bij vers 1

1

Psalmen 8:1NBV21Open in de Bijbel

  • Voor de koorleider: De betekenis van het Hebreeuwse woord is niet duidelijk. De aanduiding komt in 55 psalmen voor.
  • De Gatitische: De betekenis van de gebruikte term is onzeker (ook in Ps. 81 en 84). Sommigen brengen de term in verband met de muziekbeoefening in Gat (2 Sam. 15:18), anderen met een lied voor de wijnoogst (het Hebr. woord gat betekent pers).

Bij vers 2

Voor de koorleider. Op de wijs van De Gatitische. Een psalm van David.

2HEER, onze Heer,

hoe machtig is uw naam

op heel de aarde.

Uw luister aan de hemel wordt bejubeld

Psalmen 8:2NBV21Open in de Bijbel

  • HEER … heel de aarde: Deze woorden komen terug in het laatste vers van de psalm, waardoor de lofzang als het ware is ingesloten om te benadrukken dat het erom gaat de HEER te eren. Gods naam op heel de aarde komt ook in Exodus 9:6 voor, als God de farao in leven laat om zijn naam op heel de aarde bekend te maken.
  • naam: Gods naam, geopenbaard in Exodus 3:14-15 als JHWH, wordt in de vertaling weergegeven als de HEER. Gods naam staat voor zijn machtige en liefdevolle aanwezigheid.
  • op heel de aarde: Vergelijk Psalm 19:5; 83:19; 113:3; Jesaja 6:3.
  • Uw luister aan de hemel: Vergelijk Psalm 104:1-2. Misschien bedoelt de psalmist de maan en de sterren van vers 4.
  • wordt bejubeld: Het Hebreeuws is hier onduidelijk. Je kunt het afleiden van nātan (geven, in deze context: plaatsen). Dan plaatst God zijn luister aan de hemel. Die keuze maakt de NBV04: ‘U die aan de hemel uw luister toont’. Als gevolg van die keuze moet je dan de stemmen van kinderen en zuigelingen verbinden met wat volgt: de macht tegen de vijanden (zie onder). De NBV21 leest het als tunnah, de passieve vorm van een werkwoord dat ‘bezingen’ betekent. In dat geval kan het direct worden verbonden met de kinderen en zuigelingen: zij zijn het die Gods luister bezingen. Dat leidt tot de meest evenwichtige indeling van de psalm en past inhoudelijk ook het beste.

Bij vers 3

3door de mond van kinderen en zuigelingen.

Tegen uw vijanden hebt U een macht gebouwd

om hun wraak en verzet te breken.

Psalmen 8:3NBV21Open in de Bijbel

  • door de mond van kinderen en zuigelingen: In het Oude Testament zijn kinderen en zuigelingen vaak symbool voor weerloosheid en kwetsbaarheid (Klaag. 2:11; 4:4).
  • vijanden: De vijanden die Gods orde bedreigen, worden door God tegengehouden.
  • Tegen … gebouwd: Het beeld dat geschetst wordt is dat van een bolwerk waarop de wraak en het verzet van Gods vijanden stukbreekt. De Septuaginta vertaalt dit met ‘hebt U zich lof laten toezingen’, wat geciteerd wordt in Matteüs 21:16. Als ‘door de mond van kinderen en zuigelingen’ op de volgende regel betrokken wordt, bouwt God een macht tegen de vijanden door de mond (het hulpgeroep of de lofprijzing) van kinderen en zuigelingen. Als het op het voorgaande betrokken wordt, staat deze regel op zichzelf en kan het verwijzen naar Sion. Het woord voor ‘sterkte’, ʿōz, verwijst elders in de psalmen namelijk vaak naar het heiligdom van Sion of Gods macht die daarin zich ontplooit (Ps. 46:2, 68:29, 96:6, 110:2, 150:1). Ook het motief van Gods vijanden die Sion bedreigen komt vaak terug.

Bij vers 4

4Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,

de maan en de sterren door U daar bevestigd,

Psalmen 8:4NBV21Open in de Bijbel

  • Zie ik (…) uw vingers: Een wisseling van perspectief als de dichter in de ik-vorm verdergaat en vertelt over de betrokken manier waarop God zijn schepping maakt.
  • de maan (...) de sterren: Zie Genesis 1:14-18.

Bij vers 5

5wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt,

het mensenkind dat U naar hem omziet?

Psalmen 8:5NBV21Open in de Bijbel

  • Deze tekst wordt vanuit de Septuaginta geciteerd in Hebreeën 2:6-8 en betrokken op Jezus Christus als degene aan wie alles onderworpen is.
  • wat is dan de sterveling… het mensenkind: Een vraag die in Psalm 8:6-9 positief wordt beantwoord. De vraag wordt verbonden met een meer pessimistische visie in Psalm 144:3-4 en Job 7:17-18. Job ziet deze goddelijke aandacht op een negatieve manier, alsof God de mens voortdurend zou proberen te betrappen op zijn fouten. Letterlijk betekent ʾĕnôš ‘mens’, het woord belicht de mens van zijn zwakke kant, een sterveling, een vluchtige ademtocht, in vergelijking met de machtige hemellichamen die eeuw in eeuw uit op hun plaats staan. Het is geen uitroep van triomf maar van verwondering.
  • aan hem denkt … naar hem omziet: Dit zijn woorden die, wanneer God het onderwerp is, in het Oude Testament sterk verbonden zijn met Gods omzien naar zijn volk (zie Ex. 2:24, 3:16, Ps. 106:4).

Bij vers 6

6U hebt hem bijna een god gemaakt,

hem gekroond met glans en glorie,

Psalmen 8:6NBV21Open in de Bijbel

  • bijna een god gemaakt: In de oude Griekse vertaling (die in Hebr. 2:7 geciteerd wordt) staat: ‘U hebt hem voor korte tijd lager dan de engelen geplaatst’. Het woord ʾĕlōhîm kan zowel als ‘god’ als ‘engelen’ vertaald worden (zo bijvoorbeeld de HSV). In ieder geval gaat het om de bijzonderheid dat een aardswezen tot een haast hemelse rang bevorderd is (zie 1 Sam. 28:13; Zach. 12:8). Vergelijk Gen. 1:26-27.
  • gekroond met glans en glorie: Met goddelijke grandeur wordt de mens een koninklijke rol toebedeeld (vgl. Ps. 21:5). In tegenstelling tot andere scheppingspsalmen (Ps. 33, 104, en 145) is de mens hier niet slechts toeschouwer of ontvanger van de schepper, maar tussenpersoon tussen God en zijn schepping.

Bij vers 7

7hem toevertrouwd het werk van uw handen

en alles aan zijn voeten gelegd:

Psalmen 8:7NBV21Open in de Bijbel

  • In Hebreeën 2:5 worden deze dingen toegepast op de toekomende wereld en Jezus Christus wordt de Mensenzoon genoemd, die voor een korte tijd lager werd gemaakt dan de engelen, maar daarna werd gekroond met heerlijkheid en eer en werd geïnstalleerd als heerser over het universum. Het NT concentreert daarmee het hele mysterie van het menselijk bestaan dat in Psalm 8 aan het licht wordt gebracht op de Mensenzoon die uit de hemel is gekomen en op het komende tijdperk dat door zijn vernedering en verhoging is aangebroken.
  • aan zijn voeten gelegd: aan hem onderworpen. In Genesis 1:28 wordt dit van de mens gezegd met betrekking tot de schepping. Dit veronderstelt de mens als koning op de troon, heersend over een onderworpen wereld. Belangrijk om op te merken is dat de Bijbel het heersen van de mens structureel anders uitlegt en invult dan in onze wereld gebruikelijk is (zie hiervoor het boek Hemels Groen: Nieuw licht op duurzaamheid als Bijbels thema).  

Bij vers 8-9

8schapen, geiten, al het vee,

en ook de dieren van het veld,

9de vogels aan de hemel, de vissen in de zee

en alles wat trekt over de wegen der zeeën.

Psalmen 8:8-9NBV21Open in de Bijbel

  • De mens wordt het werk van Gods handen toevertrouwd, zowel de dieren op het land, in de lucht als in de zee. Opvallend is dat de mens hier niet over andere mensen heerst zoals de koningen van de grote rijken (Egypte, Assyrië, Babylonië) deden.
  • alles wat (…) zeeën: Waarschijnlijk worden hier de zeemonsters bedoeld (Gen. 1:21).

Bij vers 10

10HEER, onze Heer,

hoe machtig is uw naam

op heel de aarde.

Psalmen 8:10NBV21Open in de Bijbel

  • hoe machtig is uw naam: De lofprijzing waarmee deze psalm begint en eindigt maakt duidelijk dat de mens niet het eerste en ook niet het laatste woord heeft. Alles draait om de naam van de machtige God. De God die wordt aangeroepen als ‘JHWH, onze Heer’ is geen onpersoonlijke godheid, maar de Bijbelse God. Zo blijkt ook hier, zoals steeds in het Oude Testament, dat de aarde geen neutraal domein is. De aarde is het domein van de Bijbelse God en tegelijk een krachtenveld van vijanden die Gods orde bedreigen en de aarde voor zich opeisen, de kinderen die Gods orde bezingen.

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen

Verdieping bij thema’s

NB: Zie Hemels Groen over deze Psalm, in samenhang met de andere passages uit deze serie!

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons