Spreuken 31:10-21 – Preekinspiratie
Waar gaat het om in dit gedeelte?
Spreuken 31:10-21 is een lofdicht op de sterke vrouw. De passage laat zien dat een vrouw die wijsheid nastreeft vanuit de grondhouding van ontzag voor de Heer, een grote meerwaarde is voor haar gezin en voor de samenleving. Net zoals op de Heer, kun je op haar vertrouwen!
De sterke vrouw is het toonbeeld van hoe we ons moeten opstellen ten opzichte van God. Vanuit diep vertrouwen en ontzag voor de Heer kunnen we even daadkrachtig worden en voor anderen van betekenis zijn.
Klik om deze passage te lezen in de NBV21
Loflied op de sterke vrouw
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- Spreuken 31:17 spreekt over de daadkracht van de sterke vrouw. Net doordat de sterke vrouw ontzag heeft voor God, is ze in staat door te zetten en op die manier haar doelen te bereiken. Ook lezen we in vers 20 dat ze zich ontfermt over de armen en behoeftigen. Deze handelingen komen voort uit haar grondhouding van eerbied voor God. Dusdanig kan de sterke vrouw als voorbeeld voor ons vandaag dienen. In welke mate hebben wij ontzag voor God en laten wij deze houding ons sturen in ons doen en laten?
- Er wordt vaak gezegd dat de Bijbel patriarchaal is. Al is de Bijbel geschreven in een tijd waarin patriarchale verhoudingen gangbaar waren, toch vinden we in de Bijbel verschillende verhalen waarin vrouwen een prominente en sterke rol vertolken. Dit zien we ook in Spreuken 31. Het loflied op de sterke vrouw bezingt haar kwaliteiten en prijst haar ontzag voor God. De vrouw in dit gedicht is geen gewone huisvrouw die voor het huishouden zorgt. Integendeel, het is niet haar man die in het levensonderhoud voorziet, maar zijzelf. Ze zorgt ervoor dat alles geregeld is en heeft het goed voor elkaar. Vandaag worden vrouwen en mannen gelijkwaardig aan elkaar beschouwd. In welke mate kan het loflied op de sterke vrouw uit Spreuken 31 vandaag nog meer bijdragen aan gelijkwaardigheid tussen man en vrouw?
Context van Spreuken 31:10-21
Het boek Spreuken als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het boek Spreuken vind je in deze inleiding op het boek Spreuken
Plek van deze passage in het geheel
Hoofdstuk 31 is het laatste hoofdstuk van het boek Spreuken. Het wordt geïntroduceerd als woorden van koning Lemuel die hij van zijn moeder geleerd heeft (vs. 1). De eerste negen verzen bevatten wijsheden over goed leiderschap. Vanaf vers 10 begint het loflied op de sterke vrouw (Spr. 31:10-31), waarvan onze passage deel uitmaakt.
Sommige geleerden hebben gesteld dat de sterke vrouw over wie het in dit gedicht gaat Vrouwe Wijsheid is, die in de eerste negen hoofdstukken van het boek Spreuken een prominente plaats krijgt. Echter, wie het gedicht aandachtig leest, begrijpt dat het niet over Vrouwe Wijsheid kan gaan. Vrouwe Wijsheid is eerder een theologisch en abstract begrip, terwijl de vrouw die in hoofdstuk 31 beschreven wordt, dit niet is. Toch zijn beiden met elkaar verbonden. In Spreuken 31:30 lezen we dat de sterke vrouw ontzag heeft voor de Heer. Ontzag voor de Heer en wijsheid zijn in het boek Spreuken met elkaar verbonden. Dit lezen we in eerste instantie in Spreuken 1:7, maar evenzeer in de monoloog van Vrouwe Wijsheid in Spreuken 8:13. De sterke vrouw is het toonbeeld van hoe Bijbelse wijsheid zich vertaalt naar praktische wijsheid. Tevens is het beeld van de sterke vrouw opmerkelijk. Het is niet haar man die in het levensonderhoud voorziet, wat aannemelijk lijkt voor de tijd waarin de tekst geschreven is, maar zijzelf.
Verder is de structuur van Spreuken 31:10-31 opmerkelijk. Het is namelijk een acrostichon. Het is een gedicht waarbij de eerste letter van het vers begint met een letter van het Hebreeuwse alfabet.
Opbouw en kern van de passage
Spreuken 31:10-21 zijn de eerste verzen van het loflied op de sterke vrouw. Het gedicht start met de vraag wie een sterke vrouw zal vinden en de beschrijving van de waarde van zo’n vrouw voor haar man (vs. 10-12). Nadien worden haar kwaliteiten om in het levensonderhoud van het gezin te voorzien en haar zorg en bescherming voor het gezin en voor de behoeftigen geprezen (vs. 13-21).
De passage laat zien dat een vrouw die wijsheid nastreeft vanuit de grondhouding van ontzag voor de Heer een grote troef is voor haar gezin en voor de samenleving.
Aantekeningen per vers
Bij vers 10
Loflied op de sterke vrouw
- sterke: Het Hebreeuwse woord ḥayil wordt gebruikt om verschillende soorten van sterk aan te duiden: rijkdom, fysieke sterkte, militaire macht, praktische vaardigheden, karakter. Al prijst het loflied voornamelijk de sterkte van het karakter van de vrouw en haar praktische vaardigheden, toch wordt in het gedicht ook taalgebruik gehanteerd dat te maken heeft met oorlogsvoering en het verwerven van rijkdom (zie infra).
- wie zal haar vinden?: Een retorische vraag waarop het antwoord ‘bijna niemand’ is. Dit wordt ook bevestigd door het tweede deel van het vers, dat aangeeft dat de vrouw meer waard is dan edelstenen. Tevens is een vrouw die inzicht heeft een geschenk van God (zie Spr. 19:14).
- edelstenen: pənînîm in het Hebreeuws. Het woord komt slechts zes keer voor in de Hebreeuwse Bijbel: 1x in Job, 1x in Klaagliederen en 4x in Spreuken. Het wordt vaak in verband gebracht met wijsheid, waarbij wijsheid hoger wordt geacht dan edelstenen (zie bijvoorbeeld Spr. 3:15; 8:11; Job 28:18).
Bij vers 11
- Haar man vertrouwt op haar: bāṭaḥ bāh lēb baʿlāh in het Hebreeuws (lett.: Het hart van haar man vertrouwt op haar). Het is opmerkelijk dat de man hier op de vrouw vertrouwt, aangezien er in het Oude Testament vaak aangespoord wordt om op God te vertrouwen (ook in Spreuken, zie Spr. 3:5; 16:20; 28:25; 29:25). Maar de vrouw vertrouwt op haar beurt ook op God, aangezien zij ontzag heeft voor Hem (Spr. 31:3).
- en zal daar rijkelijk bij winnen: wəšālāl lōʾ yeḥsār (lett.: en hij zal geen winst tekortkomen). Het Hebreeuwse šālāl (winst, buit) is een militaire term die de winst van het oorlog voeren beschrijft. In dit vers wordt het als een metafoor gebruikt voor het levensonderhoud waarin de vrouw zal voorzien, waardoor de man niets tekort zal schieten.
Bij vers 12
- Ze brengt hem voorspoed: gəmālathû ṭôb in het Hebreeuws (lett.: ze beloont hem met goed). Hier gaat het over hetgeen de vrouw haar man geeft omdat hij haar als vrouw gekozen heeft.
Bij vers 13
- Verzen 13-27 beschrijven waarom de vrouw het attribuut ‘sterk’ toebedeeld krijgt.
Bij vers 14
- wat ze nodig heeft: laḥmāh in het Hebreeuws, wat letterlijk vertaald ‘haar brood’ betekent.
Bij vers 15
- geeft heel haar gezin (…) taken op: Zie ook Spreuken 27:23-27, waar de taken van het gezinshoofd op gelijkaardige wijze beschreven worden. In ons vers is het de vrouw die deze taken op zich neemt.
- slavinnen: Dit wijst erop dat de vrouw in kwestie rijkdom bezit.
Bij vers 17
- Zij is vol daadkracht (…) in de weer: ḥāgərâ bəʿôz motnêhā wattəʾammēṣ zərōʿôtêhā in het Hebreeuws (lett.: ze omgordt haar lendenen en sterkt haar armen). De uitdrukking ‘ze omgordt haar lendenen’ betekent dat ze haar gewaad in haar riem steekt. Het vers duidt op iemand die zich klaarmaakt voor de strijd. In dit geval betekent het dat de vrouw standvastig en vol daadkracht haar doelen probeert te verwezenlijken.
Bij vers 20
- Haar handen strekt zij uit: Dit betekent dat ze de armen ofwel bij haar thuis uitnodigt, ofwel materiële hulp aanbiedt.
Bij vers 21
- scharlaken: šānî in het Hebreeuws. Scharlaken kledij was kostbaar en werd gedragen door de rijken (zie bijvoorbeeld 2 Sam. 1:24; Jer. 4:30).
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Ter inspiratie
Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Ik herinner het me nog als de dag van gisteren: ik hoefde niet meer verder te kijken, ik had haar gevonden. Inmiddels hebben we drie kinderen en op het moment van schrijven vieren we bijna ons tienjarig huwelijksjubileum. En in die afgelopen tien jaar heb ik de waarde van een sterke vrouw persoonlijk mogen ontdekken. Want als ik eerlijk ben was ‘sterk’ niet de eerste eigenschap waar ik aan dacht bij mijn zoektocht naar een meisje. Ik dacht eerder aan ‘mooi’, ‘intelligent’ of ‘lief’. Maar zo klinkt het advies: ‘Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat.’ Jonge mannen hebben dat blijkbaar nodig te horen van wijze vrouwen, zoals koning Lemuel dat als jonge koning kreeg van zijn moeder.
Deze lofzang op de sterke vrouw houdt ons een beeld voor van een ideale vrouw, in een heel andere tijd en cultuur. Ik kan me goed voorstellen dat dit intimiderend of stereotyperend kan overkomen. Maar daarmee missen we waar dit loflied werkelijk om gaat. Dit loflied is volgens mij niet bedoeld om vrouwen te ontmoedigen, maar om te bemoedigen met een inspirerend voorbeeld van waardigheid, daadkracht en energie. We zien hier niet het beeld van een onderdanige vrouw. Integendeel: ze is ondernemend, creatief en neemt initiatief, en iedereen om haar heen prijst haar daarvoor. De moeder van Lemuel zegt niet: zoek een vrouw die je huishouden lekker op orde houdt. Ze zegt: zoek een vrouw naar wie je opkijkt, over wie je kunt blijven zingen.
Zoals het Bijbelboek Spreuken begint, zo eindigt het ook: met ontzag voor de Heer als bron van wijsheid (Spr. 1:7). Door het hele boek heen zien we hoe wijsheid zichtbaar wordt. In deze vrouw zien we hoe wijsheid gestalte krijgt in de kleine dingen van het dagelijks leven. Uiteindelijk gaat het niet om wat zij doet, maar om de motivatie erachter: een vrouw met ontzag voor de Heer. Het doet mij denken aan het verhaal van Marta en Maria (Luc. 10:38-42). Waar Marta druk bezig is met werken, kiest Maria voor het enige wat echt noodzakelijk is: zitten aan de voeten van de Heer en luisteren naar zijn woorden. Daarin schuilt het geheim: het gaat niet allereerst om wat ze doet, maar om wat haar beweegt. Wijsheid begint niet bij haar handen, maar bij waar haar hart naar uitgaat. Dat is wat deze vrouw uit Spreuken 31 ten diepste sterk maakt. Mogen vrouwen wereldwijd daarom geprezen en bezongen worden. En zo blijf ook ik mij voegen in dat loflied, voor de komende tien jaar en hopelijk nog vele jaren daarna.
Remy Splinter, predikant De Meerkerk, baptistengemeente te Hoofddorp
