Loflied op de sterke vrouw
10Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?
Zij is meer waard dan edelstenen.
11Haar man vertrouwt op haar
en zal daar rijkelijk bij winnen.
12Ze brengt hem voorspoed, geen ellende,
alle dagen van haar leven.
13Ze zoekt wol en linnen uit,
en spint en weeft met vreugde.
14Zoals een koopmansschip naar verre streken vaart,
zo haalt zij van verre wat ze nodig heeft.
15Ze staat al op als het nog donker is,
geeft heel haar gezin te eten,
draagt haar slavinnen taken op.
16Als zij haar zinnen op een akker zet, koopt ze hem,
van wat ze heeft verdiend, plant ze een wijngaard.
17Zij is vol daadkracht,
onvermoeibaar is ze in de weer.
18Handeldrijven gaat haar heel goed af,
’s nachts gaat haar lamp niet uit.
19Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok,
steeds houdt zij de spintol vast.
20Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen,
ze geeft de armen hulp.
21De sneeuw zal haar gezin niet deren:
zij heeft hen in scharlaken gekleed.