Prediker 1:2-11 – Preekinspiratie
Waar gaat het om in dit gedeelte?
Prediker 1:2-11 stelt de vraag naar de zin van ons bestaan: heeft het leven wel zin als we ervan uitgaan dat de mensheid eindig is en er ook geen vernieuwing mogelijk is? Alles wordt eindeloos herhaald en de orde van de schepping blijft gelijk.
De tekst laat ons stilstaan bij ons eigen bestaan en plaatst ons doen en laten in perspectief. Terwijl de aarde op een cyclische manier haar gang gaat, maken we ons tegenwoordig vaak veel zorgen om hetgeen ons hier en nu bezighoudt. Onze passage houdt ons een spiegel voor en roept op tot introspectie: zijn de zaken waarover we ons druk maken de moeite waard?
Klik om deze passage te lezen in de NBV21
Lucht en leegte
Hier
En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier
Invalshoeken voor de verkondiging
- Tegenwoordig leven we in een ware rat race. De maatschappij verwacht dat we steeds maar meer en meer werken, zodanig dat we (materiële) welvaart verwerven. Ook worden vele mensen verwacht ieder moment van de dag en week paraat te staan voor allerlei zaken. Als het niet de werkgever is, dan zijn het social media die de aandacht opeisen. Om die reden komen de woorden van Prediker vandaag hard binnen: Is er enig voordeel uit het harde zwoegen dat we soms als mensen doen? Waarom en voor wat jagen we ons op? Zijn vele van onze bezigheden die we op het eerste gezicht belangrijk vinden misschien niets anders dan leegte en geven ze eigenlijk weinig zin aan het leven? Op welke manier kunnen we vandaag onderscheiden wat er echt toe doet? Hoe kan ons geestelijk leven hiertoe bijdragen?
- Prediker 1 heeft een interessant uitgangspunt dat vandaag de dag in ecologische debatten nog aangehaald kan worden. Wij, mensen, zijn eindig terwijl de aarde dat niet is. Wanneer generaties mensen komen en gaan, blijft de aarde bestaan. Echter, is dit wel zo? Door de menselijke impact op het milieu (denk in dit verband aan de term antropoceen) lijkt het erop dat de aarde misschien op een gegeven moment op zal houden om te bestaan. In de tijd dat Prediker geschreven was, was de menselijke impact op de natuur zo goed als onbestaand. Op welke manier kan de tekst van Prediker ons vandaag aansporen een andere houding ten opzichte van de natuur aan te nemen en haar te beschermen, zodanig dat de aarde eeuwig zal blijven bestaan?
Context van Prediker 1:2-11
Het boek Prediker als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het boek Prediker vind je in deze inleiding op het boek Prediker
Plek van deze passage in het geheel
Onze passage bevindt zich op het begin van het boek Prediker, dat aanvat met een introductievers dat het werk toeschrijft aan een zekere Prediker (vs. 1). De passage leidt het boek in en start met de stelling ‘lucht en leegte, alles is leegte’ (vs. 2). Dit vers is bepalend voor de rest van het boek.
Opbouw en kern van de passage
Onze passage begint met een boute stelling: ‘lucht en leegte, alles is leegte’ (vs. 2). Hierop formuleert de auteur een retorische vraag die aan de lezers vraagt welk voordeel de mens kan halen uit al hetgeen hij verworven heeft (vs. 3). Het antwoord is duidelijk dat er geen voordeel is.
Om dit aan te tonen geeft de auteur enkele voorbeelden uit de wereld aan waaruit blijkt dat de mensheid eindig is maar dat de aarde zal blijven bestaan. Bovendien is alles wat nieuw lijkt, bij nader inzien toch niet nieuw (vs. 8-11). Alles wat we waarnemen heeft een cyclisch verloop: de baan van de zon, de beweging van de wind en de stromen van de rivieren (vs. 4-7). Ze lijken te veranderen en te vernieuwen, maar eigenlijk verandert er niets en komt alles weer terug vanwaar het begon.
Aantekeningen per vers
Bij vers 2
Lucht en leegte
- In vers 2 vinden we het motto van het boek Prediker terug. Alles is absurd en is leegte. Echter, wanneer we door de rest van het boek gaan, zien we dat er meer is dan deze boute uitspraak. Vers 2 is als het ware een vereenvoudiging van het denken van Prediker. De idee die hier geponeerd wordt, vinden we ook in lichtelijk verkorte vorm terug op het einde van het boek, in Prediker 12:8.
- Lucht en leegte: hăbēl hăbālîm in het Hebreeuws. De Hebreeuwse uitdrukking die traditioneel met ‘ijdelheid der ijdelheden’ werd weergegeven, heeft in de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) een nieuwe vertaling gekregen. In het hele Bijbelboek komen de woorden ‘ijdelheid’, ‘ijdel’ en ‘ijl’ niet meer voor. Hiermee onderscheidt de NBV zich niet alleen van de Statenvertaling en de NBG-vertaling 1951, maar ook van de Groot Nieuws Bijbel en de Willibrordvertaling. Volgens de vertalers van de NBV komt de uitdrukking ‘lucht en leegte’ beter tegemoet aan wat de Hebreeuwse uitdrukking in het moderne Nederlands betekent. De woorden ‘ijdel’ en ‘ijdelheid’ hebben een betekenis gekregen van eigendunk en praalzucht. De bedoelde betekenis van ‘ijdel’ of ‘ijdelheid’ (leegte, nietigheid) is voor mensen die er niet mee vertrouwd zijn dus naar de achtergrond geschoven. De uitdrukking ‘lucht en leegte’ past goed bij de natuurmetaforen in vers 2-11, zoals de zon, de wind en de rivieren. Ook de uitdrukking in de brontekst hăbēl hăbālîm is nadrukkelijk bedoeld als natuurmetafoor. De vertaling in de NBV ligt dicht bij de letterlijke vertaling en blijft in de natuursfeer. De Hebreeuwse constructie heeft de functie van een superlatief. Dit geldt ook voor de hebraïstische Nederlandse vorm ‘ijdelheid der ijdelheden’. Maar ook van ‘lucht en leegte’ kan gezegd worden dat dit een superlatieve constructie is. Aangezien de uitdrukking ‘lucht der lucht’ of ‘lucht van lucht’ weinig veelzeggend is, is gekozen voor de tautologie ‘lucht en leegte’. De tautologie heeft een intensiverende werking, net als bijvoorbeeld ‘klip-en-klaar’. Bovendien wordt met de alliteratie in ‘lucht en leegte’ recht gedaan aan de alliteratie van hăbēl hăbālîm. Met de keuze voor deze uitdrukking wordt dus tegemoetgekomen aan de eisen van modern Nederlands en ook aan de eis allerlei functionele vormkenmerken van de brontekst in de vertaling te verdisconteren. In zijn commentaar op Prediker in de serie Historical Commentary on the Old Testament vertaalt Antoon Schoors dit zinsdeel met ‘helemaal absurd’ (utterly absurd). Welke vertaling ook gekozen wordt, het gaat in dit vers om iets wat vluchtig en eindig is.
- Prediker: qōhelet in het Hebreeuws. Er bestaan meerdere theorieën over wat een qōhelet nu eigenlijk is. De volgende suggesties zijn gemaakt: (1) een verzamelaar van spreuken of wijsheid, (2) (degene die) een bijeenkomst (samenroept), (3) degene die spreekt tijdens een bijeenkomst. In de NBV21 wordt het woord als een eigennaam vertaald: Prediker. Het boek wordt toegeschreven aan Prediker. Volgens het eerste vers van het boek is dat de zoon van David en koning in Jeruzalem. Op die manier wordt Prediker gelijkgesteld met Salomo. Het is ook aan hem dat het boek traditioneel toegedicht wordt.
Bij vers 3
- Welk voordeel (…) heeft verworven: Dit is een retorische vraag. Als alles lucht en leegt is, is het antwoord dat er geen voordeel is. Opmerkelijk is dat het Hebreeuwse yitrôn (voordeel) enkel voorkomt in Prediker (10x in totaal).
- onder de zon: taḥat haššāmeš in het Hebreeuws. Deze uitdrukking komt enkel voor in Prediker (29x) in de Hebreeuwse Bijbel. Het verwijst naar het (aardse) bestaan van de mens in de wereld.
Bij vers 4
- Generaties gaan (…) blijft (…) bestaan: De mensheid is eindig. Generatie na generatie komen en gaan ze, terwijl de aarde niet vergaat en blijft bestaan.
- altijd: ləʿôlām in het Hebreeuws. Voor het gebruik vanʿôlām in de Hebreeuwse Bijbel, zie het artikel van Robin ten Hoopen in Met andere woorden: ‘Hoelang duurt eeuwig? Eeuwigheid en tijd in het Oude Testament
’.
Bij vers 5
- In verzen 5-7 wordt geïllustreerd op welke manier de aarde blijft bestaan (vs. 4b).
- snelt: Hier wordt het werkwoord šāʾap gebruikt. In het Oude Testament wordt het woord zowel negatief als positief gebruikt. Wanneer je het in dit vers positief opvat, roept het het beeld op van de zon die vol vreugde naar haar eindpunt snelt om nadien weer met veel luister aan haar tocht te beginnen. Wanneer je het negatief invult, krijg je dat de zon zich snel moet haasten om vervolgens weer op te komen in een soort van eindeloze lus. De negatieve betekenis wordt ondersteund door de Septuaginta en de Targoem. Om die reden lijkt de negatievere betekenis hier van toepassing te zijn.
Bij vers 6-7
- In vers 6 wordt gesteld dat de wind, hoe onstuimig hij misschien ook is, ook steeds (circulair) terugkomt bij zijn startpunt. Vers 7 maakt hetzelfde punt aan de hand van de rivieren. Al lijkt er veel verandering in de wind en de rivieren te zitten, toch is niets minder waar wanneer je het iets nauwgezetter observeert. Uiteindelijk verandert er niets. Zowel de wind als de rivieren keren terug naar hun oorsprong om van daaruit opnieuw te vertrekken.
- Hij draait en waait en draait: In vers 6 staat de wind centraal. Er wordt opgemerkt dat de wind draait en waait en draait. In de Hebreeuwse tekst staat het woord ‘wind’ zowel aan het einde als aan het begin van het vers. Hiermee wordt de beschreven kringloop nog eens extra benadrukt. Ook in de Nieuwe Bijbelvertaling is gekozen voor deze symbolisering van de eeuwigdurende natuurlijke cyclus: het vers begint met ‘de wind waait’ en eindigt met ‘waait de wind weer terug’. Veel aandacht is besteed aan het klankspel in dit vers. Zo bevat ‘en al draaiend waait de wind weer terug’ een mooie alliteratie en de verschillende a-klanken zorgen ervoor dat het poëtische karakter van de brontekst duidelijk zichtbaar wordt.
- de plaats waar ze ontsprongen: ‘De plaats’ waar de rivieren ontspringen om weer verder te stromen, kan op twee manieren worden geïnterpreteerd. De eerste mogelijkheid is dat hiermee bedoeld wordt dat de rivieren naar en vanuit de zee stromen, en de tweede mogelijkheid is dat ‘de plaats’ de bron is van de rivieren. In dat geval keren de rivieren terug naar hun plaats van oorsprong om daarna weer naar de zee te stromen. Die voorstelling past goed bij de opmerking dat de zee niet vol raakt van het rivierwater. De kringloop van het water past dan ook goed bij de kringloop van de zon en de wind (vs. 5-6).
Bij vers 8
- Alles: kol-haddəbārîm in het Hebreeuws. Al wordt dābār vaak met ‘woord’ vertaald, het kan ook op andere manieren vertaald worden, zoals ‘ding’. Binnen de context van het vers en de voorafgaande verzen is ‘alle dingen’ of ‘alles’ voor de hand liggend.
- De ogen (…) blijven horen: Deze versdelen geven informatie over waarom alles vermoeiend is. Ogen kunnen veel zaken zien, oren kunnen veel zaken horen, maar uiteindelijk blijven ze bezig. Er zijn steeds meer zaken te zien en te horen.
- geen rust: De NBG-vertaling 1951 vertaalt in dit vers met: ‘Het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen.’ De consequentie van die vertaling is dat de tekst zo geïnterpreteerd kan worden: er is zo veel nieuws onder de zon, dat het allemaal niet bij te houden is. Andere vertalingen vertalen op een soortgelijke manier. Dit is echter in strijd met vers 9: er is niets nieuws onder de zon. Daaruit blijkt juist dat alles op dezelfde manier doorgaat. Geen rusteloosheid dus, maar monotonie.
Bij vers 9
- Vers 9 vat samen wat in de voorafgaande verzen gezegd is. Al lijken de zaken te veranderen, toch blijft alles hetzelfde (merk hier ook het gebruik op van taḥat haššāmeš [onder de zon], dat verwijst naar vs. 3). Ook de geschiedenis wordt in dat opzicht als een cyclisch gebeuren getypeerd. Op die manier lijkt de visie van Prediker op de geschiedenis anders te zijn dat datgene wat we elders aantreffen in het Oude Testament. Bij Prediker lijkt er geen ruimte te zijn voor nieuwe dingen die al dan niet door God aangekondigd en gemaakt worden (zie Jes. 43:19; Num. 16:30). Deze gedachte wordt verder benadrukt in verzen 10-11.
Bij vers 10
- sinds lang vervlogen tijden: Dit is de vertaling van het Hebreeuwse kəbār ləʿōlāmîm. Merk op dat een andere vorm van ləʿōlāmîm, namelijk ləʿôlām, in vers 4 met ‘altijd’ vertaald wordt. Hier duidt het een verleden tijd aan door het gebruik van kəbār (‘sinds’).
Bij vers 11
- generaties: Uit de brontekst blijkt niet duidelijk hoe dit vers moet worden geïnterpreteerd. Letterlijk vertaald zou dit vers luiden: ‘Er is geen herinnering aan de eersten en ook niet aan de lateren die er zullen zijn.’ De woorden ‘eersten’ en ‘laatsten’ kunnen verwijzen naar lang vervlogen tijden (vs. 10), iets nieuws (vs. 10) of generaties (vs. 4). Er is gekozen voor deze laatste optie vanwege het cyclusmotief: vers 2-11 begint met de cyclus van komende en gaande generaties en eindigt er ook mee.
Achtergrondinformatie
Verdieping bij thema’s
- Robin B. ten Hoopen, ‘Hoelang duurt eeuwig? Eeuwigheid en tijd in het Oude Testament
’ in: Met Andere Woorden 45/1 (juni 2026), 4-19.
Ter inspiratie
Het leven onder de zon
Op kruispunten in je leven heb je soms zo’n moment van reflectie: je maakt de balans op van je leven, je evalueert wat is gebeurd, je kent betekenis toe aan de verschillende momenten van je leven. Zo lees ik het Bijbelboek Prediker.
Salomo overziet zijn leven en realiseert zich dat het leven onder de zon – een mensenleven, zíjn leven – een aantal kenmerken heeft:
- het is lucht en leegte
- het is niks nieuws
- het wordt vergeten
Het leven zoals Prediker dat ervaren heeft, is ‘lucht en leegte’. De leegte waar Prediker over spreekt is niet zozeer een groot, zwart gat. Het is niet niets. De leegte waar Prediker over spreekt is de leegte die ontstaat als iets verdwijnt. Ieder leven bestaat uit een aaneenrijging van leegtes. Een aaneenrijging van dingen die voorbijgaan en verdwijnen.
Het leven zoals Prediker dat ervaren heeft, is niks nieuws. Het is slechts een herhaling van zetten: je staat op, je gaat aan het werk, je komt thuis, eet, ontspant, gaat naar bed en morgen weer opnieuw. De dagen verlopen volgens vaste patronen die enige variatie kennen, afhankelijk van je omstandigheden, van het deel van de wereld waar je woont – maar er is veel hetzelfde.
Het leven zoals Prediker dat ervaren heeft, is een leven dat vergeten wordt. Alleen heel grote namen worden nog genoemd. Omdat er verhalen over hen zijn opgeschreven. Omdat er documentaires over hen zijn gemaakt. Maar altijd weer zijn er mensen die zeggen: ‘Wie bedoel je? Wie was dat?’ En zelfs al is er over jou een biografie geschreven: wie kent jou echt?
Het leven onder de zon, het leven zoals Salomo dat geleefd heeft, is lucht en leegte, het was uiteindelijk niks nieuws onder de zon en het zal in de vergetelheid raken. En dan blijven deze conclusies over:
- Als er niets nieuws onder de zon is, moet onze enige hoop erboven liggen.
- Als de man die alles had en al het zichtbare onderzocht, zegt dat het allemaal leegte is, moet het enige dat nodig is onzichtbaar zijn.
Wij kunnen best met enige afstand naar deze tijd en naar het verleden kijken, maar het blijft allemaal het perspectief van onder de zon. God is de enige die vanuit een totaal ander perspectief kijkt: boven de zon, boven de tijd, Hij is de enige die alles en iedereen overziet.
Het leven onder de zon krijgt zin omdat er een werkelijkheid is die boven de zon uitstijgt. Omdat er een God is die de Schepper is en ook de zon aan de hemel heeft geplaatst. Een God die ons niet vergeet, omdat Hij ons heeft gemaakt.
Ds. Mirjam Muis, Protestantse Kerk Nederland
