Context en aantekeningen bij Lucas 19:1-10
Het Evangelie volgens Lucas als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Dit evangelie is opgebouwd in vier hoofdgedeeltes:
Jezus’ geboorte en kinderjaren | |
Jezus’ optreden in het Judese land | |
Jezus’ reis naar Jeruzalem | |
Jezus in Jeruzalem |
Lucas schreef volgens veel uitleggers tegen het einde van de eerste eeuw, in de periode dat de verwoesting van Jeruzalem nog nadreunde en tot grote spanningen leidde in en rond Joodse gemeenschappen. Hij wil met Lucas-Handelingen uitleggen dat Jezus Christus de vervulling is van Gods belofte aan Israël, maar ook hoe het komt dat de meeste Joden Hem niet hebben aanvaard en het evangelie juist veel niet-Joodse aanhangers in de hele wereld heeft gekregen. Lucas’ werkwijze is dat hij zijn verhaal vormgeeft rond hem bekende overleveringen, maar daar een eigen ordening aan geeft. Het doel is om de boodschap van het evangelie te versterken (zie Luc. 1:1-4).
Voor een beschouwing over het Evangelie volgens Lucas als geheel, zie dit artikel van Arco den Heijer, ‘Het Evangelie volgens Lucas in het Jubeljaar van de Hoop’
Plek van deze passage in het geheel
Lucas 19:1-10 maakt onderdeel uit van het laatste gedeelte van het grote reisverhaal in Lucas, waarin Jezus onderweg is naar Jeruzalem. Lucas 18:35-19:46 beschrijft de reis vanaf Jericho tot Jeruzalem. Eerst geneest Jezus een blinde vlakbij Jericho (Luc. 18:35-43). Het verhaal over Zacheüs speelt zich in Jericho af (Luc. 19:1-10). Vervolgens vertelt Jezus daar een gelijkenis met betrekking tot de komst van het koninkrijk van God, omdat ze nu dicht bij Jeruzalem zijn en sommigen denken dat het koninkrijk nu zal verschijnen (Luc. 19:11-28).
Zowel het verhaal over de genezing als over Zacheüs presenteren Jezus als de messiaanse Davidszoon die de redding brengt die door God aan Israël beloofd was. In het huis van Zacheüs zinspeelt Jezus op de profetie in Ezechiel 34:16-23, waar God de verloren schapen van Israël redt en een ‘David’ als herder aanstelt.
Het verhaal over Zacheüs bevat belangrijke motieven uit het Evangelie volgens Lucas. Er is sprake van ‘redding’ die zijn huis ‘vandaag’ ten deel valt; dat is iets dat Jezus ‘moet’ doen (vgl. Luc. 2:11; 3:6; 4:21, 43). Zacheüs is ‘een zoon van Abraham’ (vgl. Luc. 1:69-77; 4:21) en was een verlorene, die door de Mensenzoon gezocht en gered moet worden (vgl. Luc. 5:32; 15:1-9, 24).
Opbouw en kern van de passage
Tegen de achtergrond van Jezus’ bezoek aan Jericho (Luc. 19:1) treffen we Zacheüs, die nieuwsgierig is naar Jezus en daarvoor in een vijgenboom klimt (vers 2-4). Dan draaien de rollen om. Jezus ziet hem in de boom zitten en stelt dat het Gods plan is dat Hij in Zacheüs’ huis moet verblijven (vers 5). Zacheüs ontvangt hem met blijdschap (vers 6), tot ongenoegen van de ooggetuigen (vers 7). Het verhaal over Zacheüs wordt op dit punt een twistgesprek. Zacheüs’ gewijzigde opstelling (vers 8) dient voor Jezus als bewijs voor Zacheüs’ gewijzigde identiteit (vers 9). Het bezoek aan een zondig mens hoort bij zijn missie om verloren kinderen van Abraham op te zoeken en te redden (vers 9-10).
Terwijl Zacheüs eerst het voortouw neemt, neemt Jezus vanaf vers 5 het initiatief over. Dat wordt ook zichtbaar in een andere omkering: terwijl Zacheüs Jezus ‘wilde zien’ (vers 3-4, of ‘gelegenheid zocht Hem te zien’), staat er dat Jezus omhoog keek en dus hém zag (vers 5), omdat de Mensenzoon wil redden wat verloren was (vers 10: ‘om te zoeken en te redden wat verloren was’). Schematisch weergegeven:
(A) Vers 1: Jezus komst in Jericho.
(B) Vers 2-4: De ‘oude’ Zacheüs.
(A’) Vers 5: Jezus komt ter plaatse en grijpt in.
(B’) Vers 6-9: De ‘nieuwe’ Zacheüs.
(A’’) Vers 10: De komst van de Mensenzoon.
Uitgelicht: Redding van een rijke
In het Evangelie volgens Lucas is Zacheüs de enige persoon die ‘rijk’ genoemd wordt die positief reageert op Jezus. Dat is verrassend, omdat Jezus net gezegd heeft dat rijken menselijkerwijs gesproken niet gered kunnen worden (Luc. 18:24-27). De verandering van Zacheüs is een teken van Gods redding die Jezus brengt.
Eigen accenten Lucas, in vergelijking met Matteüs en Marcus
In de drie synoptische evangeliën vormt Jericho de laatste tussenstop van Jezus’ reis naar Jeruzalem. In Marcus 10 eindigt Jezus’ bezoek aan Jericho met de genezing van de blinde Bartimeüs (Marcus 10:46-52). Matteüs volgt Marcus, met dit verschil dat het bij hem twee blinden zijn die worden genezen (Matteüs 20:29-34). Bij Lucas vindt deze genezing eerder plaats, namelijk voordat Jezus in Jericho aankomt (18:35-43). Op die manier maakt Lucas ruimte voor de ontmoeting van Jezus met Zacheüs in Jericho (19:1-10), een verhaal dat Marcus en Matteüs niet hebben.
Aantekeningen
NB: Voor aanvullende exegetische notities bij deze passage zie dit MAW-artikel van Matthijs de Jong uit 2010:
Bij vers 1
- Jericho: In de tijd van Jezus een stad met paleizen, theaters en sportfaciliteiten. De Jeruzalemse aristocratie bracht er vaak de winter door.
Bij vers 2
- De beschrijving van Zacheüs roept het beeld op van een ultieme zondaar, een verdorven mens die zijn rijkdom niet eerlijk heeft verkregen (vgl. vers 8).
- Zacheüs: Een Griekse vorm van een naam die is afgeleid van het Hebreeuwse woord voor ‘rechtvaardig’ of ‘rechtschapen’, zoals in de naam R. Jochanan ben Zakkai. Er is geen duidelijke aanwijzing dat deze betekenis een rol speelt in het verhaal. Wel is het duidelijk dat iemand met deze naam een Jood is.
- hoofdtollenaar: Dit woord komt nergens anders in de antieke literatuur voor. Zacheüs was een hooggeplaatst persoon in de stad, maar zijn stadgenoten minachtten hem waarschijnlijk vanwege zijn functie (zie v. 7). Tollenaars pachtten de tol in een bepaalde regio van de Romeinen en verwierven hun inkomsten door vergoedingen te vragen boven op het tarief dat aan de Romeinen moest worden afgedragen. In Lucas 18:11 worden tollenaars in een adem genoemd met rovers, dieven en overspeligen. Jezus komt in Lucas vaak in contact met tollenaars en brengt sommigen van hen tot inkeer (Luc. 5:27-30; 7:29-34; 15:1).
- en hij was erg rijk: Rijkdom is een belangrijk thema in het Evangelie volgens Lucas. Jezus zegt rijken het oordeel aan (Luc. 6:24; 16:25). Om deel te krijgen aan het eeuwige leven en Gods nieuwe wereld moeten rijken afstand doen van hun bezit en het aan de armen geven (18:18-23). Bezittingen verkopen ten behoeve van de armen is een voorwaarde om leerling van Jezus te zijn (Luc. 12:33; 14:33). Jezus’ strenge veroordeling van rijken, de teleurstellende ontmoetingen met rijken tot nu toe (Luc. 18:26) en zijn constatering dat het menselijkerwijs onmogelijk is dat rijken het koninkrijk van God binnengaan (Luc. 18:34-37) laten de spanning oplopen: hoe zal de ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs verlopen?
- Omdat het van belang is dat Zacheüs rijk is, heeft de NBV21 de NBV04 gewijzigd: ‘een rijke hoofdtollenaar’ werd ‘hoofdtollenaar, en hij was erg rijk’. Het element ‘erg’ is toegevoegd omdat ‘erg rijk’ in het Nederlands een veelvoorkomende combinatie is die op een natuurlijke manier aandacht vestigt op deze omstandigheid.
Bij vers 3
- Hij wilde Jezus (…) iemand het was: Ongeveer hetzelfde wordt over Herodes gezegd (Luc. 9:9; 23:8), die Jezus uit sensatiezucht wil ontmoeten. Uit deze wens zou daarom niet meer dan nieuwsgierigheid hoeven blijken. Maar hier in Lucas 19:3 staan extra woorden: tis estin, ‘wie Hij was’, ‘wat voor iemand het was’. Die woorden doen denken aan passages in Lucas waarin het gaat over de vraag ‘wie is Jezus?’, over zijn ware identiteit (Luc. 9:18-22; 10:22). Zacheüs’ verlangen gaat daarom waarschijnlijk verder dan sensatiezucht. Hij wil te weten komen wie Jezus echt is. Dat komt hij inderdaad te weten op het moment dat hij, tegen zijn bedoeling in, van toeschouwer aangesprokene wordt. Zacheüs’ zoektocht laat zien dat er bij hem een bepaalde mate van openheid is voor Jezus, ook al gaat hij een ontmoeting liever uit de weg.
Bij vers 4
- klom in een vijgenboom: Zacheüs had ook direct naar Jezus kunnen gaan, maar houdt liever afstand. Het gaat hier om een Egyptische vijgenboom, oftewel een moerbijvijgenboom (ficus sycomorus).
Bij vers 5
- moet Ik in uw huis verblijven: Jezus neemt het initiatief over. Het woord ‘moet’ wijst op Gods heilsplan. Jezus is gezonden om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen en ‘moet’ dat daarom doen (Luc. 4:43). Op dezelfde manier behoort het tot zijn missie om het huis van Zacheüs redding ten deel te laten vallen. Deze uitspraak laat zien dat het hier niet gaat om een toevallige gebeurtenis onderweg, maar dat de verandering die Jezus bij Zacheüs teweegbrengt exemplarisch is voor Jezus’ optreden.
Bij vers 7
- Terwijl de menigte Zacheüs eerst niet dicht genoeg bij Jezus liet komen (vers 3), vinden de omstanders het nu problematisch dat Jezus onderdak krijgt bij Zacheüs.
- zeiden morrend tegen elkaar: Net als in Lucas 5:30; 7:34 en 15:1-2 roept Jezus’ omgang met tollenaars en zondaars kritiek op.
- zondig mens: Jezus verkeert in gezelschap van mensen op wie Gods oordeel rust en van wie rechtschapen Israëlieten afstand hielden. Maar Jezus ziet deze zondaren allereerst als verloren kinderen van Abraham die gered moeten worden (vers 9-10).
Bij vers 8
- was gaan staan: Een publieke verklaring.
- Zal ik (…) geven (…) zal ik (…) vergoeden: De werkwoorden staan in het Grieks in de tegenwoordige tijd. Sommige uitleggers denken daarom dat Zacheüs niet zozeer berouw heeft, maar zijn rechtschapenheid benadrukt. Zacheüs zou dan wijzen op wat hij gewoonlijk doet. Maar het is veel waarschijnlijker dat de tegenwoordige tijd hier een toekomstige betekenis heeft (dat kan in het Grieks). Zacheüs verkondigt publiekelijk dat hij als gevolg van inkeer anders gaat handelen. Het is immers lastig voorstelbaar dat Zacheüs gewoonlijk de helft van zijn bezit weggeeft, of gewoonlijk na mensen af te persen ze een viervoudige vergoeding geeft.
- de helft van (…) viervoudig: Volgens sommigen voldoet Zacheüs hier niet aan de eis van Jezus om afstand te doen van al je bezit. Zacheüs zou eerder aansluiten op de verkondiging van Johannes de Doper, die opdracht gaf bezittingen te delen (zie Lucas 3:10-14). Dat wringt echter met Jezus’ verklaring dat Gods redding zichtbaar is geworden. Het lijkt aannemelijker dat ‘de helft van het bezit’ en niet het hele bezit wordt genoemd omdat Zacheüs met de andere helft zijn slachtoffers gaat compenseren. De viervoudige terugbetaling komt voor in Bijbelse bronnen (2 Samuel 12; Exodus 21:37) maar ook daarbuiten. Het accent ligt op de ruimhartigheid en royaliteit van de vergoeding.
Bij vers 9
- Jezus zei (…) deze man: Letterlijk ‘Jezus zei tegen hem (…) hij’. Jezus spreekt in de derde persoon over Zacheüs tegen Zacheüs. Over diens hoofd heen spreekt Jezus dus tot de aanwezigen. De NBV21 formuleert dit op een natuurlijk manier: ‘tegen hem’ uit de inleiding op de directe rede is getransformeerd naar ‘deze man’ binnen de directe rede.
- zoon van Abraham: Wat er is gebeurd staat in het kader van het herstel van Israël. Jezus brengt de redding die God bij monde van de profeten aan Israël had beloofd.
- Bij vers 10 te zoeken en te redden wat verloren was: Net als in Lucas 5:24 zegt Jezus dat het zijn missie is om wat verloren is te zoeken en te redden. Dit is een toespeling op Ezechiël 34, waar God over de kudde van Israël zegt: ‘Ik zal naar verdwaalde dieren op zoek gaan (…) en (…) Ik zal mijn schapen te hulp komen [of: redden]’ (Ez. 34:12, 26). Jezus brengt dus namens God de profeten tot vervulling.
Bron: Studiebijbel in Perspectief
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen, aangepast
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Verdieping bij thema’s
Ga op deze pagina direct naar:
- het Evangelie volgens Lucas als geheel
- de plek van deze passage in dit geheel
- opbouw en kern van deze passage
- de eigen accenten van Lucas in vergelijking met Matteüs en Marcus
- aantekeningen bij de verzen
- achtergrondinformatie bij kernwoorden en begrippen
