Context en aantekeningen bij Lucas 15:11-32
Hier vind je informatie over de context van Lucas 15:11-32 en aantekeningen bij de tekst.
Het Evangelie volgens Lucas als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Dit evangelie is opgebouwd in vier hoofdgedeeltes:
Jezus’ geboorte en kinderjaren | |
Jezus’ optreden in het Judese land | |
Jezus’ reis naar Jeruzalem | |
Jezus in Jeruzalem |
Lucas schreef volgens veel uitleggers tegen het einde van de eerste eeuw, in de periode dat de verwoesting van Jeruzalem nog nadreunde en tot grote spanningen leidde in en rond Joodse gemeenschappen. Hij wil met Lucas-Handelingen uitleggen dat Jezus Christus de vervulling is van Gods belofte aan Israël, maar ook hoe het komt dat de meeste Joden Hem niet hebben aanvaard en het evangelie juist veel niet-Joodse aanhangers in de hele wereld heeft gekregen. Lucas’ werkwijze is dat hij zijn verhaal vormgeeft rond hem bekende overleveringen, maar daar een eigen ordening aan geeft. Het doel is om de boodschap van het evangelie te versterken (zie Luc. 1:1-4).
Voor een beschouwing over het Evangelie volgens Lucas als geheel, zie dit artikel van Arco den Heijer, ‘Het Evangelie volgens Lucas in het Jubeljaar van de Hoop’
Plek van deze passage in het geheel
Lucas 15 begint met een korte typering van Jezus optreden (Hij trekt zondaars en tollenaars aan en richt met hen de maaltijd aan) en het gemor van de farizeeën en schriftgeleerden daarover. Jezus reageert met drie gelijkenissen: het verloren schaap, de verloren drachme en de verloren zoon. De samenhang van Lucas 15 ontstaat doordat de drie gelijkenissen met het enkelvoud ‘gelijkenis’ wordt aangeduid (15:3). In alle drie gelijkenissen komt het woordpaar verloren-gevonden voor en is er vreugde omdat zondaars tot inkeer komen. In de eerste twee gelijkenissen is er in de gelijkenis zelf sprake van verliezen en vinden, terwijl de toepassing gaat over tot inkeer komen en de hemelse vreugde daarover. In de laatste, veel langere gelijkenis is er in de gelijkenis zelf sprake van ‘tot zichzelf komen’, terugkeer en vaderlijke vreugde, terwijl juist de toepassing, uitgesproken door de vaderfiguur uit de gelijkenis, gaat over verloren zijn en gevonden worden. De passage met de oudste zoon heeft een aparte positie: deze valt enigszins buiten het patroon van de gelijkenissen in dit hoofdstuk en geeft in feite via de gelijkenis een antwoord op de conflictsituatie in de raamvertelling. De traditionele duiding dat de oudste zoon symbool staat voor de schriftgeleerden en farizeeën, heeft daarom goede papieren.
Opbouw en kern van de passage
Na de uitgangssituatie (Lucas 15:11b) wordt de probleemsituatie ontvouwd (15:12-16) die om een oplossing vraagt. De oplossing is dat de zoon terugkeert (15:17-20a), waarop de vader reageert met een feestelijk ontvangst (15:20b-24). Anders dan in de voorafgaande gelijkenissen volgt er nog een twistgesprek tussen de oudste zoon en de vader (15:25-32), dat de vader beëindigt met de vaststelling dat ze niet anders konden dan feestvieren. Dit twistgesprek in de gelijkenis spiegelt het twistgesprek in de raamvertelling.
Het exegetische zwaartepunt van de gelijkenis ligt in de dubbele vaststelling van de vader dat zijn zoon gevonden is en weer leeft (15:24, 32) en dat er daarom een groot feest gegeven moest worden. Dat correspondeert met het visioen van Jezus over het herstelde Israël, dat aanligt aan het feestmaal in het koninkrijk van God.
Uitgelicht
Vaak focussen preken op de jongste of de oudste zoon. Vanuit de context van het hoofdstuk ligt het voor de hand om aandacht te besteden aan de blijdschap van de vader, die zijn jongste zoon met medelijden en liefde ontvangt en daarom een feestmaal aanricht.
Aantekeningen
Bij vers 12
- verdeelde zijn vermogen onder hen: De Joodse wet liet dit toe en er zijn documenten uit Jezus’ tijd waarin dergelijke vermogensconstructies voorkomen. Maar het blijft een uitzonderlijk gebeuren dat afgeraden werd als de dood nog niet in zicht was (zie Sirach 33:20-24). Het verzoek van de jongste zoon is dus op zichzelf zeker niet beledigend, zoals wel eens gezegd wordt. De zonde van deze zoon zit in wat hij van plan is en vervolgens ook doet.
Bij vers 15
- varkens: Een onrein dier, dat Joden wel mogen aanraken maar niet eten. De varkens illustreren primair de niet-Joodse wereld waarin de zoon is terechtgekomen.
Bij vers 16
- peulen: Johannesbrood, peulen met een zoetige smaak. Uitgedroogde peulen konden alleen nog als veevoer dienen.
Bij vers 17
- kwam tot zichzelf: Hier staat niet het woord voor ‘inkeer’ (zoals in Lucas 15:7, 10). Maar het tot zichzelf komen en de terugkeer naar de vader binnen de gelijkenis verwijzen in de context van Lucas 15 naar de zondaars die tot inkeer komen.
Bij vers 18
- ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u: De hemel is een omschrijving voor God. De formulering komt binnen de Bijbel dicht bij wat de farao uit lijfsbehoud zegt in Exodus 10:16 (‘Ik heb gezondigd tegen de HEER, uw God, en tegen u’). Uitleggers die hier een bewuste parallel zien, concluderen daaruit dat de verloren zoon spreekt als een opportunist. Toch is het twijfelachtig of de jongste zoon bewust in lijn met de farao wordt getypeerd, want zo’n boete-formulering komt in de bredere Joodse literatuur wel vaker voor.
Bij vers 20-21
- kreeg medelijden: Het Griekse woord is verwant aan het eerste woord in de uitdrukking ‘het medelijden / de liefde van barmhartigheid’ (NBV21: ‘liefdevolle barmhartigheid’) van God uit Lucas 1:78. Gods barmhartigheid of medelijden komt ook voor (met een ander Grieks woord) in de centrale tekst uit de vlakterede Lucas 6:36: ‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.’ In Lucas 1, waarin Jezus’ geboorte wordt aangekondigd, is Gods barmhartigheid een motief (zie Lucas 1:50, 54, 58, 72, 78). In de eerdere gelijkenis over de barmhartige Samaritaan is het de Samaritaan die op het beslissende moment medelijden krijgt (Lucas 10:33). Jezus is de belichaming van Gods barmhartigheid en ontferming. Zie hierover uitgebreider het artikel ‘Het Evangelie volgens Lucas in het Jubeljaar van de Hoop
’ van Arco den Heijer. - rende: Een ongebruikelijke reactie voor een rijke landeigenaar (om te rennen moet hij zijn lange overkleed optillen). De vader is uitermate blij met de terugkomst van zijn zoon. De zoon krijgt ook geen gelegenheid wat hij wilde zeggen af te maken.
Bij vers 22-23
- In tegenstelling tot wat de zoon wilde voorstellen, ontvangt de vader hem niet als een dagloner maar als een eregast. Hem vallen meer feestelijkheden ten deel dan een zoon normaal zou krijgen. Er staat niet dat hij opnieuw erfgenaam wordt. Het feest verwijst naar de maaltijd van het koninkrijk van God en de komst van Gods nieuwe wereld.
Bij vers 24
- hij was verloren en is teruggevonden: Deze woorden verbinden deze gelijkenis met de twee voorafgaande gelijkenissen over het verloren schaap en de verloren drachme.
Bij vers 25-31
- Dit twistgesprek in de gelijkenis weerspiegelt het twistgesprek waarin Jezus in dit hoofdstuk verwikkeld is (Lucas 15:1-3).
- De knecht zei tegen hem: De knecht vertelt niets over de inkeer van de jongste zoon maar doet het voorkomen alsof die zoon gewoon gezond is thuisgekomen. Het is pas de vader die de diepere reden voor het feest aan de oudste zoon uitlegt.
- probeerde hem tot andere gedachten te brengen: De vader wil dat de oudste zoon niet mort, maar blij is en op het feest komt. Daarom praat hij op hem in.
- Al jarenlang (…) kalf geslacht: Het probleem is niet dat de vader de rechtvaardige zoon tekort heeft gedaan, maar dat de vader zo excessief uitpakt bij de terugkeer van zijn zondige zoon. De oudste zoon heeft een probleem met het feest. Vanuit de toepassing van de gelijkenis van het verloren schaap (Lucas 15:7) weten we dat die houding niet strookt met de grote vreugde in de hemel over een zondaar die tot inkeer komt. Dat is geen veroordeling van de oudste zoon, maar op deze manier wordt duidelijk dat diens houding ongepast is en anders zou moeten zijn. Sommige uitleggers denken dat de oudste zoon zich hier als knecht/slaaf gedraagt (een ironische omkering van hoe het met de jongste zoon ging), maar dat miskent dat de oudste zoon boos is vanwege de reactie van de vader en niet vanwege een onvervulde wens om beloond te worden.
- We kunnen toch alleen maar feestvieren: De vader antwoordt op alle punten uit het verwijt van zijn oudste zoon. Voor de vader is niet de levensloop van de zoons wat het verschil maakt, maar of ze bij hem zijn: de ene zoon was altijd bij hem, de andere is weer teruggekeerd. Over dat laatste, zo concludeert de vader, moesten ze wel uitzonderlijk blij zijn.
(Bron STIP) à Bron: Studiebijbel in Perspectief
(Bron STIP, aangepast) à Bron: Studiebijbel in Perspectief, aangepast
(Bron NTJT) à Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen
(Bron NTJT, aangepast) à Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen, aangepast
(Bron WV2012) à Bron: Willibrordvertaling editie 2012
(Bron WV2012) à Bron: Willibrordvertaling editie 2012, aangepast
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Verdieping bij thema’s
Ga op deze pagina naar:
- het Evangelie volgens Lucas als geheel
- de plek van deze passage in dit geheel
- opbouw en kern van deze passage
- aantekeningen bij de verzen
- achtergrondinformatie bij kernwoorden en begrippen
