Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Genesis 9:1-17 – Preekinspiratie 

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Hoe moet het verder na de zondvloed? Genesis 9:1-17 geeft een blauwdruk van het leven op aarde na de vloed en legt daarbij de nadruk op Gods verbond met alles wat leeft. Nog steeds geldt de mens als Gods evenbeeld, maar zijn heersen op aarde krijgt een grimmig karakter. De begrenzing die God geeft – dood geen mens en eet geen bloed – wijst vooruit naar de latere wetten die Israël vormen tot een heilige gemeenschap. Bijzonder is hoe God zijn eigen geweld aan banden legt: nooit meer een zondvloed, belooft Hij. De regenboog die verschijnt tussen de wolken zal Hem aan die belofte herinneren en is daarmee het teken van Gods verbond met alles wat leeft.  

In deze tekst ligt een hoopvolle aanwijzing verborgen. De sabbat, hoeksteen van Gods goede orde in Genesis 1:1-2:3, lijkt weliswaar vergeten in de nieuwe situatie na de vloed, maar kijk hoe vaak het kernwoord ‘verbond’ genoemd wordt: zeven keer achter elkaar. Onder de radar blijft de sabbat aanwezig tot het moment dat God hem voluit aan zijn volk onthult.  

Klik om deze passage te lezen in de NBV21  

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging 

  • Het verbond in Genesis 9 wordt soms het klimaatverbond genoemd. Dat is een beetje anachronistisch, maar dat God dit verbond niet alleen met de mensen sluit maar ook met de dieren en met heel de aarde, is wel iets om vandaag te benadrukken. De mens krijgt een bijzondere rol toebedeeld, maar Gods liefde is gericht op heel de schepping. Wat zou het voor ons handelen betekenen als we Gods verbond met de dieren en de aarde net zo serieus zouden nemen als zijn verbond met de mensen? 
  • Het teken van Gods verbond met mens, dier en aarde is de regenboog. Die zal God blijven herinneren aan zijn plechtige toezegging om nooit meer een allesverwoestende vloed over de aarde te brengen. Dat de regenboog een beeld is voor Gods strijdboog (in het Hebreeuws hetzelfde woord) geeft de tekst extra lading. God heeft de macht – en gezien het onrecht op aarde soms wellicht ook de aandrang – om alles weg te vagen, maar Hij doet het niet omwille van zijn belofte. Als God zich deze zelfbeperking oplegt ten gunste van de aarde en al het leven, zouden wij mensen als heersers op aarde daarvan dan kunnen leren?  
  • De regels voor het leven na de vloed, ‘dood geen mens’ en ‘eet geen bloed’, worden vaak de noachitische geboden genoemd. Daarmee zouden dit basisregels zijn voor de mensheid, die los staan van de speciale regels voor Gods eigen volk. Toch kun je Genesis 9 ook (en wellicht beter) lezen als een vooruitwijzing naar de regelgeving van de Thora. Ook Handelingen 15:19-21 verbindt de basisregels voor alle volken met de Thora. Laat dit zien dat er ten diepste een diepere eenheid zit tussen Gods bedoelingen met de hele mensheid en met zijn eigen volk? 

Context van Genesis 9:1-17

Het boek Genesis als geheel 

Meer over zaken als de historische context, opbouw, centrale thema’s en andere achtergrond bij het boek Genesis vind je in deze Inleiding bij het boek Genesis.  

Plek van deze passage in het geheel 

Genesis 9:1-17 vormt de afsluiting van het zondvloedverhaal, dat begint in Genesis 6:5. De grote vloed is een markant moment in de Bijbelse geschiedenis: ervoor konden de mensen eeuwen leven, erna lijken mensenlevens meer op die van ons, al geldt dat nog niet voor Noach. Genesis 9:1-17 geeft een blauwdruk van het leven na de vloed. De bekende opsomming van de hoofdcategorieën van levende wezens – de wilde dieren, de tamme dieren, de kruipende dieren, de vogels en de vissen – prominent in Genesis 1 en in Genesis 6-8, komt hier voor het laatst in Genesis voor (9:2 en 9:10). Genesis 9:1-17 is sterk verbonden met Genesis 1, alsof met een terugblik op de scheppingsorde de balans wordt opgemaakt: ja, de mens is nog steeds Gods evenbeeld (9:5), maar zijn heersen over de dierenwereld heeft een grimmig karakter gekregen (9:2-3). Strijd en bloed vormen deel van het leven. De vrede van het begin is een messiaans ideaal geworden (Jes. 11:6-9).  

Tegelijk wijst de passage vooruit: onder Gods zegen zullen de mensen in aantal toenemen en de aarde bevolken. Gods verbond met Noach – kort aangestipt in 6:18, voorafgaand aan de vloed – wordt uitgewerkt en uitgebreid. Het betreft Gods plechtige toezegging aan Noach, zijn familie en alle komende generaties; ook alle andere levende wezens delen erin; kortweg heel de aarde. God zegt toe de aarde nooit meer met een allesverwoestende vloed te zullen teisteren en plaatst als teken van die toezegging zijn boog in de wolken. Deze eerste verbondstekst in de Bijbel wijst vooruit naar de verbonden die zullen volgen, zoals het verbond met Abraham, dat de besnijdenis als teken heeft, en het verbond met Israël, met de sabbat als teken.  

Een cruciale term van het boek Genesis duikt ook op in Genesis 9: het ‘zegenen’ door God (9:1). Gods zegen is een belangrijk motief in Genesis 1:1-2:3 (zie ook Gen. 5:2). Na de vloed bevestigt God zijn zegen aan de mensen. Als Abram geroepen wordt, begint dat ook weer met Gods zegen (Gen. 12:2-3) en vanaf dat moment blijft de zegen een doorlopend motief in zijn familiegeschiedenis.  

Opbouw en kern van de passage 

De passage bestaat uit twee delen: 9:1-7 en 9:8-17. Het eerste gedeelte staat in nauw verband met Genesis 1, en geeft een nieuwe blauwdruk voor het leven op aarde. De vrede van de schepping is verloren gegaan. Het heersen in het licht van de sabbat maakt plaats voor een grimmig heersen. In de nieuwe situatie hebben de dieren angst voor de mens. Het slot van Genesis 9:2, ‘ze zijn in jullie macht’, is een uitdrukking van overgave of uitlevering. De relatie tussen mens en dier is vijandig en de mens trekt aan het langste eind. Dit is geen heersen als evenbeeld van God en daar wordt het in Genesis 9 ook niet mee verbonden. De mens blijft ondanks alles Gods evenbeeld, maar dat wordt hier op een meer bescheiden manier ingevuld dan in Genesis 1. ‘Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt’ (Gen. 9:6). Als beeld van God geniet de mens bescherming. De basisregels die mens en dier meekrijgen – dood geen mens, eet geen bloed – wijzen vooruit naar de priesterlijke regelgeving in de Thora. 

Het tweede deel vertelt over het verbond van God met Noach, met alle mensen en dieren. God belooft de aarde nooit meer te verwoesten door een vloed. God sluit dit verbond met alle levende wezens (9:10-16) en plaatst zijn boog in de wolken als teken van dit verbond. God wil verbonden zijn met de aarde en met ieder levend wezen. God belooft zijn zorg voor alle levende wezens en voor alle toekomstige generaties. Het is het eerste verbond in de Bijbel, bedoeld om de orde in de schepping te herstellen. Zeven keer staat in deze passage het woord ‘verbond’ (bǝrît). Dat is een stille verwijzing naar de sabbat. Later, in Exodus, zal God de sabbat aan zijn volk onthullen. Dat is ook het moment dat het verbond verder wordt ingevuld, als voorbeeld voor heel de schepping. In Genesis 9 plaatst God zich aan de kant van het leven. In het vervolg van de Thora, rond het verbond met Israël, maakt God duidelijk wat de mens kan en moet doen om het leven op aarde tot bloei te laten komen. 

Genesis 9:8-17 is een fundamentele tekst in het denken over Bijbel en duurzaamheid. Maar het zou verkeerd zijn om de tekst geïsoleerd te bekijken en anachronistisch te typeren als ‘dé Bijbeltekst over het klimaatverbond’. Deze passage is een door en door priesterlijke tekst, die nauw samenhangt met Genesis 1:1-2:3 en met Gods verbond met Abraham (in Genesis) en met Israël (in Exodus en Leviticus). Voor deze grote lijn en het belang ervan voor duurzaamheid als Bijbels thema, zie Matthijs de Jong en Cor Hoogerwerf, Hemels Groen. Nieuw licht op duurzaamheid als Bijbels thema (Haarlem 2024), p. 25-87. 

Aantekeningen per vers 

Bij vers 1  

1Toen zegende God Noach en zijn zonen; Hij zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en bevolk de aarde.

Genesis 9:1NBV21Open in de Bijbel

  • zegende: Net als bij de schepping (1:28; 5:2) zegent God de mens wanneer er na de zondvloed een nieuw tijdperk aanbreekt. De oproep tot vruchtbaarheid uit 1:28 wordt eveneens herhaald (zie ook 8:17).

Bij vers 2 

2De dieren die in het wild leven, de vogels van de hemel, de dieren die op de aardbodem rondkruipen en de vissen van de zee zullen ontzag en angst voor jullie voelen – ze zijn in jullie macht.

Genesis 9:2NBV21Open in de Bijbel

  • ze zijn in jullie macht: Formule die overgave of uitlevering uitdrukt. Net als in Genesis 1 krijgt de mens gezag over de dierenwereld, maar in tegenstelling tot de oorspronkelijke situatie is de relatie tussen mens en dier aangetast door geweld en angst.

Bij vers 3 

3Alles wat leeft en beweegt zal jullie tot voedsel dienen; dit alles geef Ik je, zoals Ik je ook de planten heb gegeven.

Genesis 9:3NBV21Open in de Bijbel

  • Alles wat leeft (…) de planten heb gegeven: God verwijst hier woordelijk naar zijn bepaling in Genesis 1:29 en benoemt wat er in de nieuwe situatie gewijzigd is. Oorspronkelijk kende God de mens een plantaardig menu toe, nu dienen ook de dieren de mens tot voedsel. De harmonie en vrede van de schepping is verloren gegaan, de akker is vervloekt (Gen. 3:17), er is onderlinge strijd en concurrentie. De situatie is radicaal veranderd.    

Bij vers 4 

4Maar vlees waarin nog leven is, waar nog bloed in zit, mag je niet eten.

Genesis 9:4NBV21Open in de Bijbel

  • waarin nog leven is, waar nog bloed in zit: Bloed staat symbool voor leven (vgl. Lev. 17:11). In de Thora wordt het eten van bloed zeer uitdrukkelijk verboden (Lev. 7:26-27; 17:10-14; Deut. 12:16, 23; 15:23). Dit taboe duidt op de heiligheid van het leven: hoewel het de mens is toegestaan om dieren te doden en te eten, dient hij zeer behoedzaam om te gaan met leven en dood. Het bloed van dieren wordt juist wel gebruikt voor heilige handelingen, zoals het bevestigen van een verbond, rituele reiniging en verzoening.  

Bij vers 5 

5En Ik zal genoegdoening eisen wanneer jullie eigen bloed, waarin je levenskracht schuilt, wordt vergoten; Ik eis daarvoor genoegdoening van mens en dier. Van iedereen die zijn medemens doodt, eis Ik genoegdoening.

Genesis 9:5NBV21Open in de Bijbel

  • Ik zal genoegdoening eisen: God stelt basisregels om het geweld op aarde te beperken. Daarmee moet de spiraal van moord en geweld van voor de vloed (4:84:236:116:13) doorbroken worden.  
  • van mens en dier: De Thora schrijft voor dat een moordenaar die met voorbedachten rade heeft gehandeld dient te worden geëxecuteerd (Ex. 21:12-14; Num. 35:16-32) en dat een dier dat een mens doodt, gestenigd dient te worden (Ex. 21:28-32).

Bij vers 6 

6Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt.

Genesis 9:6NBV21Open in de Bijbel

  • want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt: Je kunt dit vers op twee manieren lezen. Optie 1: als Gods evenbeeld moet de mens zorgen voor law and order, en (alleen) daarom is het de mens toegestaan om moordenaars met de dood te bestraffen. Optie 2: als Gods evenbeeld staat de mens onder Gods bijzondere bescherming. Wie een mens doodt, pleegt een vergrijp tegen God zelf en moet daarom gedood worden. De meeste uitleggers kiezen de tweede optie.   

Bij vers 9 

9‘Hierbij sluit Ik een verbond met jullie en met je nakomelingen,

Genesis 9:9NBV21Open in de Bijbel

  • verbond: De sleutelterm verbond (bǝrît) komt zeven keer voor in 9:8-17. In dit geval betreft het een bindende verplichting die God zichzelf oplegt, waarmee Hij zich als almachtig Heer goedgunstig betoont voor het aardse leven, dat van Hem afhankelijk is. Het is een eenzijdig verbond, in die zin dat God niets terugvraagt voor zijn toezegging. De belofte die Hij doet is onvoorwaardelijk. Driemaal spreekt God in het Hebreeuws van ‘mijn verbond’ (vs. 9, 11, 15). Hij is niet alleen de initiatiefnemer, maar ook de ‘eigenaar’ van dit verbond – het is zíjn toezegging. De begunstigden van dit verbond worden opgesomd in vers 9-10, en daarna in allerlei varianten kort aangeduid (vs. 12-17). De inhoud van de toezegging staat in vers 11b en vers 15b.  
  • sluit Ik: In de Hebreeuwse Bijbel worden twee werkwoorden gebruikt voor ‘sluiten’ van een verbond. Het gebruikelijke woord, kārat, komt tientallen keren voor. Hier staat echter het woord hēqîm (qûm hifil), dat in combinatie met ‘verbond’ slechts in zeven passages voorkomt (Gen. 6:18Gen. 9Gen. 17Ex. 6:4Lev. 26:9Deut. 8:18Ezech. 16:60-62). Deze uitdrukking is kenmerkend voor priesterlijke teksten. Het is onzeker of er inhoudelijk verschil is met de gewone uitdrukking. Misschien drukt het hier gebruikte woord het doorgaande karakter van het verbond uit, want zowel in Genesis 9 als in Genesis 17 sluit God het verbond niet alleen met degenen die ter plekke aanwezig zijn, maar ook met toekomstige generaties.  

Bij vers 11 

11Ik sluit met jullie dit verbond: nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid, nooit weer zal er een zondvloed komen om de aarde te vernietigen.

Genesis 9:11NBV21Open in de Bijbel

  • Ik sluit met jullie dit verbond: Hier zie je dat ‘verbond’ in deze passage niet helemaal de lading dekt van bǝrît. Het gaat hier om een zelfverplichting, een belofte of toezegging. De NBV uit 2004 vertaalde hier daarom met ‘Deze belofte doe ik jullie’. Inhoudelijk is dat sterk, maar de keerzijde is dat daarmee de reeks van zeven keer ‘verbond’ in de vertaling doorbroken wordt. Aangezien dat een essentieel tekstkenmerk is, kiest de NBV21 ervoor om ook hier met ‘verbond’ te vertalen.  
  • nooit weer zal alles wat leeft door het water van een vloed worden uitgeroeid: Het ‘nooit weer’ in dit vers en in vers 15 vormt de inhoud van Gods toezegging. Nooit weer zal God zo’n allesverwoestende vloed over de aarde doen komen. De term voor ‘(zond)vloed’ (mabbûl) komt alleen voor in Genesis 6-11 en daarnaast nog één keer, in Psalm 29:10.  

Bij vers 12  

12En dit,’ zei God, ‘zal voor alle komende generaties het teken zijn van het verbond tussen Mij en jullie en alle levende wezens bij jullie:

Genesis 9:12NBV21Open in de Bijbel

  • teken: Ook het verbond met Abram en het verbond van de Sinai krijgen hun eigen teken, respectievelijk de besnijdenis (Gen. 17:11) en de sabbat (Ex. 31:13). 

Bij vers 13

13Ik plaats mijn boog in de wolken; die zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en de aarde.

Genesis 9:13NBV21Open in de Bijbel

  • mijn boog in de wolken: Dit duidt op de regenboog. Dit bijzondere en tot de verbeelding sprekende natuurfenomeen dat verschijnt na de regen is heel geschikt om te herinneren aan Gods belofte dat Hij de aarde niet meer zal vernietigen door een watervloed. De NBV21 vertaalt het als ‘boog’, omdat in het Hebreeuws het gebruikelijke woord voor ‘(strijd)boog’ (qešet) staat. Er is dus een sterke associatie met de boog als wapen, en dat is betekenisvol in deze context. Vaak wordt het geduid als een vredeshandreiking van God – Hij heeft zijn boog afgelegd. De symboliek zou echter ook kunnen zijn dat Gods boog juist de macht van het water in toom houdt en daarmee het leven op aarde beschermt. Volgens de oude verhalen gaat er van de watervloed een bedreigende macht uit, maar God troont boven de vloed (zie Ps. 29:10). Door zijn macht wordt levensbedreigend water veranderd in levenbrengend water (Ps. 104:6-14).   
  • de aarde: ‘De aarde’ is de kortste aanduiding in deze tekst voor de begunstigde partij. De complete opsomming staat in vers 9-10, daarna wordt er op allerlei manieren op gevarieerd: ‘jullie en alle levende wezens bij jullie’ (vs. 12), ‘jullie en al wat leeft’ (vs. 15), ‘al wat op aarde leeft’ (vs. 16), ‘alle levende wezens op aarde’ (vs. 17). De uiteenlopende formuleringen onderstrepen de sterke lotsverbondenheid tussen mens, dier en aarde.  

Bij vers 15 

15zal Ik denken aan mijn verbond met jullie en met al wat leeft, en nooit weer zal het water aanzwellen tot een vloed die alles en iedereen vernietigt.

Genesis 9:15NBV21Open in de Bijbel

  • zal Ik denken aan mijn verbond: De tekenen zijn meestal bedoeld als herinnering voor de mens, maar in dit geval geeft God zichzelf een teken ter herinnering (zie ook vs. 16). Dat ligt ook voor de hand omdat dit verbond een verplichting is die God zichzelf oplegt. Hoewel niet primair voor ons bedoeld, bevestigt het teken van de regenboog dat God zijn schepping niet in de steek laat.  

Achtergrondinformatie

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Verdieping bij thema’s 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons