Context en aantekeningen bij Lucas 15:1-10
Hier vind je informatie over de context van Lucas 15:1-10 en aantekeningen bij de tekst.
Op dit gedeelte wordt ook ingegaan in dit webinar over de verloren zoon
Het Evangelie volgens Lucas als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Lucas vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Lucas
Dit evangelie is opgebouwd in vier hoofdgedeeltes:
Jezus’ geboorte en kinderjaren | |
Jezus’ optreden in het Judese land | |
Jezus’ reis naar Jeruzalem | |
Jezus in Jeruzalem |
Lucas schreef volgens veel uitleggers tegen het einde van de eerste eeuw, in de periode dat de verwoesting van Jeruzalem nog nadreunde en tot grote spanningen leidde in en rond Joodse gemeenschappen. Hij wil met Lucas-Handelingen uitleggen dat Jezus Christus de vervulling is van Gods belofte aan Israël, maar ook hoe het komt dat de meeste Joden Hem niet hebben aanvaard en het evangelie juist veel niet-Joodse aanhangers in de hele wereld heeft gekregen. Lucas’ werkwijze is dat hij zijn verhaal vormgeeft rond hem bekende overleveringen, maar daar een eigen ordening aan geeft. Het doel is om de boodschap van het evangelie te versterken (zie Luc. 1:1-4).
Voor een beschouwing over het Evangelie volgens Lucas als geheel, zie dit artikel van Arco den Heijer, ‘Het Evangelie volgens Lucas in het Jubeljaar van de Hoop’
Plek van deze passage in het geheel
Lucas 15 is een samenhangende eenheid binnen het reisverhaal in het midden van dit evangelie. Evenals in Lucas 12:1-13:9 en in 20:1-21:36 spreekt Jezus hier tot verschillende toehoorders: eerst richt Hij zich tot de farizeeën en de schriftgeleerden (15:3-32), vervolgens spreekt Hij tot de leerlingen (16:1-13), daarna tot de farizeeën (16:15-31) en ten slotte weer tot de leerlingen (17:1-10).
In Lucas 15 weerspreekt Jezus met drie gelijkenissen over ‘het/de verlorene’ de kritiek van de farizeeën en schriftgeleerden. Zijn omgaan met zondaars is ingegeven door Gods zoektocht naar iedereen die verloren is, in de hoop dat zij tot inkeer willen komen.
In Lucas 15 zien we een aantal motiefwoorden (‘zondaar’ in de verzen 2, 7 en 10; vergelijk ‘zondigen’ in de verzen 18 en 21; ‘verliezen’ in de verzen 4, 6, 8, 9, 24 en 32; ‘vinden’ in de verzen 4, 5, 8, 9, 24 en 32; ‘blijdschap’ in de verzen 7 en 10; vergelijk verzen 5, 6, 9 en 32).
Opbouw en kern van de passage
Met drie gelijkenissen verdedigt Jezus zijn omgang met tollenaars en andere wetsovertreders: Hij is gekomen om te redden wie verloren zijn. Lucas 15:1-10 omvat de eerste twee gelijkenissen.
Het punt van beide gelijkenissen is dat er in de hemel grotere vreugde is over een zondaar die tot inkeer komt, dan over de rechtvaardigen. De negenennegentig schapen in de stal hebben het prima, maar dat er één verloren is en weer gevonden wordt, rechtvaardigt grotere blijdschap. De gelijkenissen veronderstellen wel twee dingen: 1) ‘Tollenaars en zondaars’ zijn verloren mensen die gevonden moeten worden. Deze visie is kenmerkend voor het optreden van Jezus. 2) Jezus staat in dienst van God. Dat Hij ‘foute mensen’ die bij Hem komen welkom heet en vrolijk met ze eet, laat iets zien van Gods herstel van Israël. Het gemor van Jezus’ critici gaat er niet over dat zondaars tot inkeer komen (daar is niemand op tegen), maar betreft het wonderlijke gedrag van Jezus.
Uitgelicht
Het is een karakteristieke eigenschap van de evangeliën en in het bijzonder van Lucas dat er vaak naast een mannelijke persoon of beeld ook een vrouwelijke wordt opgevoerd.
Aantekeningen
Bij vers 1-2
De zorg om wat verloren is
- tollenaars en zondaars: Zondaars zijn mensen die het welzijn van de gemeenschap schade toebrengen. Het gaat om mensen die als tollenaars en zondaars bekend stonden; het zegt niets over hun huidige houding ten opzichte van God. Dat ze naar Jezus toekomen om naar Hem te luisteren wijst erop dat er iets bij hen is veranderd.
- eet met hen: Dit suggereert verbondenheid en goedkeuring (zie daartegenover Ps. 1:1: ‘Gelukkig de mens die niet […] bij spotters aan tafel zit’). Sommige uitleggers menen dat de farizeeën en schriftgeleerden bezorgd zijn over rituele onreinheid, maar dat haalt rituele en morele onreinheid door elkaar (het eerste is geen zonde, het tweede wel). De farizeeën en schriftgeleerden vinden het onjuist dat Jezus zich gezelschap laat houden door mensen die door God veroordeeld worden.
Bij vers 3-7
- gelijkenis: Lucas introduceert een reeks samenhangende gelijkenissen met het enkelvoud ‘gelijkenis’ (vgl. Luc. 6:39).
- Als iemand: Het woord ‘herder’ komt in de gelijkenis niet voor. Hoewel de beeldspraak van God als herder bekend is (Ps. 23; 78:52; 80:2; 100:3), ligt de focus van de gelijkenis op het verlies en de vondst van het verloren schaap. Het beeld van mensen als verloren schapen komt voor in het Oude Testament (Jer. 50:6; Ezech. 34:15-16; Ps. 119:176).
- één zondaar die tot inkeer komt: Bij Matteüs staat deze gelijkenis in de context van de hemelse zorg voor de geringste mensen in de kerk (Mat. 18:10-14). De herder staat duidelijk voor God, de Vader. Bij Lucas is de identificatie van de man met de schapen minder belangrijk, want hij concentreert zich op het punt van vergelijking: de vreugde over de terugkeer van het verlorene. Net zoals de man uit de gelijkenis na de vondst van het schaap zijn vrienden en buren in de vreugde laat delen, zo is er in de hemel vreugde als een zondaar zich bekeert. Dit laatste wordt zichtbaar in het komen van de tollenaars en zondaars naar Jezus en in hun maaltijden met Hem. Jezus laat door middel van deze gelijkenis zien hoe Hij zondaren ziet: niet zozeer als een te veroordelen groep, maar als verlorenen die gevonden moeten worden. Bovendien laat Hij zo zien dat zijn optreden een hemelse betekenis heeft.
- die geen (…) nodig hebben: Wie zijn de ‘rechtvaardigen’? Sommige uitleggers menen dat dit gaat over mensen die zichzelf rechtvaardig vinden. Die hebben geen bekering nodig omdat ze zich er niet van bewust zijn dat ze het nodig hebben. Een eenvoudiger uitleg is dat dit gaat over mensen die gewoon rechtvaardig zijn: ook over hen heerst er vreugde in de hemel, maar niet zoveel als over zondaars die tot inkeer komen.
Bij vers 8-10
- tien drachmen: een drachme, een Griekse munt, het equivalent van de Romeinse denarie, kwam overeen met het dagloon van een landarbeider.
- vriendinnen en buren: Vrouwelijke zelfstandige naamwoorden die dus wijzen op vrouwen.
- één zondaar die tot inkeer komt: Zie de aantekeningen bij vers 3-7.
Bron: Studiebijbel in Perspectief
Bron: Studiebijbel in Perspectief, aangepast
Bron: Willibrordvertaling 2012, aangepast
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen, aangepast
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen
Achtergrondinformatie
Toelichting bij kernwoorden en begrippen
Verdieping bij thema’s
Ga op deze pagina direct naar:
- het Evangelies van Lucas als geheel
- de plek van deze passage in dit geheel
- opbouw en kern van deze passage
- aantekeningen bij de verzen
- achtergrondinformatie bij kernwoorden en begrippen
