Context en aantekeningen bij 2 Timoteüs 4:6-18
Hier vind je informatie over de context van 2 Timoteüs 4:6-8.16-18 en aantekeningen bij de tekst.
De Tweede Brief aan Timoteüs als geheel
Meer over deze brief als geheel lees je in deze inleiding
In deze 2 Timoteüs-serie gaat het om het volhouden in het geloof. Elk item heeft een eigen invalshoek:
- Met behulp van de heilige Geest (ga naar dit item
) - Met Jezus Christus in gedachten (ga naar dit item
) - Met een bruikbaar kompas (ga naar dit item
) - Met het oog op Gods redding
Plek van deze passage in het geheel
Na Timoteüs voor het laatst aangespoord te hebben met betrekking tot de dwaalleraren (2 Tim. 4:1-5), maakt Paulus in vers 6-8 zijn levensbalans op. Daarna volgen praktische instructies en persoonlijke mededelingen aan Timoteüs (vers 9-15), waarna Paulus in vers 16-18 getuigt van zijn teleurstelling in mensen en de bijstand van God. Daarna sluit Paulus af met de gebruikelijke groet en zegen.
Opbouw en kern van de passage
In vers 6-8 is Paulus' persoonlijke reflectie op zijn naderende dood te lezen. Hij gebruikt drie krachtige metaforen om zijn leven samen te vatten: zijn bloed als offer, zijn leven als een goede strijd, en zijn toekomst als een erekrans. Dit gedeelte heeft een plechtige, testamentaire toon. Paulus kijkt terug op zijn volbrachte werk en blikt vooruit naar zijn beloning.
Vers 16-18 beweegt van teleurstelling in mensen naar vertrouwen in Gods bijstand. Paulus erkent dat mensen hem hebben teleurgesteld, maar benadrukt dat God hem heeft gesterkt voor zijn missie. De passage sluit af met een lofprijzing van God.
Uitgelicht
Ondanks het besef van zijn naderende dood, is Paulus ervan overtuigd dat God hem zal redden van alles wat hem zijn redding kan ontnemen.
Aantekeningen
Bij vers 6-7
- Mijn bloed (…) als een offer uitgegoten: Een plengoffer. Bij diverse brandoffers werd ook wijn vergoten (Ex. 29:38-41; Num. 28:14-15) en in de oudheid goot men boven op of naast een offer vaak een drankoffer. Het plengoffer werd soms als beeld gebruikt voor het geven van iemands leven (waarbij bloed vloeide). Paulus gebruikt het beeld in Filippenzen 2:17 ook. Daar is het plengoffer een aanvulling op het offer van de gemeente zelf. In Romeinen 15:16 stelt Paulus zich voor als priester die de kerk uit de heidense volken aan God offert. Hier in 2 Timoteüs is de gemeente als het hoofdoffer niet in beeld.
- heenga: Dit ‘heengaan’ heeft betrekking op vertrek uit het leven. Paulus gebruikt het woord ook in Filippenzen 1:23.
- gestreden (…) volbracht (…) behouden: De drie werkwoorden staan in het Grieks in het perfectum, een tegenwoordige tijd die uitdrukt dat de beschreven acties van belang zijn voor het heden. Het gaat hier om Paulus’ voorbeeldige staat van dienst; hij maakt de balans op.
- goede strijd (…) wedloop: Paulus betrekt twee van de drie voorbeelden die hij Timoteüs eerder voorhield (2 Tim. 2:3-6) op zichzelf, namelijk die van de soldaat en de atleet (beide ook in 1 Kor. 9:26). Anderen interpreteren ‘strijd’ als ‘wedstrijd’, waardoor beide voorbeelden uit de sportwereld komen.
- het geloof behouden: Of: ‘ik ben trouw gebleven’. Ook deze uitspraak zou binnen het beeld van de soldaat of de atleet kunnen passen. Dan heeft het betrekking op de belofte van de atleet om zich aan de regels van de wedstrijd te houden (vgl. 2 Tim. 2:5) of de eed van trouw van de soldaat. De woorden hebben in ieder geval ook direct betrekking op de uitoefening van Paulus’ taak. De NBV21 volgt de opvatting dat ‘het geloof’ hier op dezelfde manier bedoeld is als in bijvoorbeeld ‘strijd de goede strijd van het geloof’ (1 Tim. 6:12). Dan betekent ‘het geloof’ ‘de ware vroomheid’. De Griekse uitdrukking ‘de pistis bewaren’ is echter ook standaard voor ‘trouw blijven’ (vgl. Op. 14:12). Dan is het punt dat Paulus tot het einde toe trouw gebleven is aan zijn taak (wat uiteraard impliceert dat hij het geloof, de ware vroomheid, heeft behouden).
Bij vers 8
- erekrans van de gerechtigheid: Winnaars bij sportwedstrijden ontvingen een erekrans als beloning, wat Paulus hier als beloning voor zijn trouwe leven ziet (1 Kor. 9:24-27). ‘Van de gerechtigheid’ wordt op twee manieren uitgelegd: gerechtigheid is de beloning (‘als erekrans de gerechtigheid ontvangen’) of drukt de betekenis van de krans uit (‘de erekrans die iemands rechtvaardigheid vaststelt’). Omdat hierna sprake is van ‘de rechtvaardige rechter’ ligt het tweede meer voor de hand.
- de grote dag: De vervulling van de hoop op verlossing (Sef. 1:14; 2:11). Letterlijk ‘die dag’, in de pastorale brieven jargon voor de oordeelsdag.
- zijn komst: De pastorale brieven gebruiken deze term bij voorkeur om Jezus' glorieuze komst aan te duiden (2 Tim. 4:1; Tit. 2:13) alsook voor zijn eerste verschijning op aarde (2 Tim. 1:10; Tit. 2:11; 3:4).
Bij vers 16
- verdediging: Volgens de traditionele visie kijkt Paulus terug op een eerdere gevangenschap waaruit hij bevrijd werd, waarbij de ‘leeuw’ keizer Nero voorstelt. Een andere theorie plaatst de brief in Caesarea, waar de ‘leeuw’ de Joodse of Romeinse autoriteiten daar zou kunnen zijn (Hand. 24:1, 23, 27). De meest waarschijnlijke interpretatie is dat Paulus nog steeds in dezelfde gevangenschap zit en dat zijn ‘eerste verdediging’ verwijst naar een eerdere fase van hetzelfde proces.
Bij vers 17
- de Heer heeft mij ter zijde gestaan: Vergelijk Handelingen 23:11; 27:23-24.
- de verkondiging tot (…) boodschap hebben gehoord: Het proces in Rome bood Paulus de gelegenheid het evangelie in het centrum van de toenmalige wereld te verkondigen.
- gered uit de muil van de leeuw: Een echo van Psalm 21:22 [LXX]. Zie ook Daniël 6:20, 23 [LXX]. Eerder sprak Paulus over de redding uit allerlei beproevingen (2 Tim. 3:11), maar op het moment van schrijven is hij overtuigd van zijn naderende dood. Paulus is dus vol vertrouwen dat God hem, ook door de dood heen, zal behouden, en dat degenen die hem bedreigen geen echte macht over hem hebben.
Bij vers 18
- alle kwaad: Letterlijk ‘van elke slechte daad’. ‘Goede daden’ zijn in de pastorale brieven verbonden aan de gezonde leer, en slechte aan de dwaalleer. Concreet gaat het dus om het gedrag en de tegenwerking van de dwaalleraren (zoals bijvoorbeeld in vers 14-15 benoemd wordt). Dat alles kan Paulus en zijn geloof niet aantasten. God zal hem redden van alles wat zijn redding in de weg staat.
- eer (…) tot in alle eeuwigheid: Traditionele lofprijzing die vaak door Paulus gebruikt wordt (Gal. 1:5; Rom. 11:36; 16:27; Filip. 4:20).
Bron: Willibrodvertaling 2012, aangepast
Bron: Willibrodvertaling 2012
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen, aangepast
Bron: Studiebijbel in Perspectief, aangepast
Achtergrondinformatie
Verdieping
Bij deze serie schreven Ronald de Jong en Cor Hoogerwerf een verdiepend artikel over de brief als geheel
Ga op deze pagina naar:
- de Tweede Brief aan Timoteüs als geheel
- de plek van deze passage in dit geheel
- opbouw en kern van deze passage
- aantekeningen bij de verzen
- achtergrondinformatie bij kernwoorden en begrippen
