Context en aantekeningen bij 2 Timoteüs 3:14-4:5
Hier vind je informatie over de context van 2 Timoteüs 3:14-4:5 en aantekeningen bij de tekst.
De Tweede Brief aan Timoteüs als geheel
Meer over deze brief als geheel lees je in deze inleiding
In deze 2 Timoteüs-serie gaat het om het volhouden in het geloof. Elk item heeft een eigen invalshoek:
- Met behulp van de heilige Geest (ga naar dit item
) - Met Jezus Christus in gedachten (ga naar dit item
) - Met een bruikbaar kompas
- Met het oog op Gods redding (ga naar dit item
)
Plek van deze passage in het geheel
Timoteüs' rol als trouwe dienaar in uitdagende tijden in 2 Timoteüs 3:14-4:5 is een thema dat past in de bredere context van 2 Timoteüs. Deze passage versterkt Paulus' oproep aan Timoteüs om standvastig te blijven in het onderwijzen van de heilzame leer, ondanks tegenstand. Paulus' bredere zorg in 2 Timoteüs is dat de verkondiging van het evangelie doorgaat en de boodschap behouden blijft tegen de achtergrond van toenemende uitdagingen en zijn eigen naderende dood.
Opbouw en kern van de passage
Timoteüs moet blijven vasthouden aan twee bronnen die al vanouds zijn leven gestempeld hebben en die hier naast elkaar genoemd worden: (1) het onderwijs en het voorbeeld dat hij van Paulus heeft gehad (3:10-13); en (2) de heilige geschriften (3:14-17) die hij al van kindsbeen kent. Onder Timoteüs’ leraren vallen ook zijn moeder en oma (zie 2 Tim. 1:5). Door die heilige geschriften is Timoteüs onderricht in de wijsheid. Deze boodschap moet Timoteüs verkondigen (4:1-2, 5) in een tijd waarin zijn boodschap niet op prijs gesteld wordt (4:3-4). De kern van dit gedeelte is dat zowel het voorbeeld en het onderwijs van Paulus en Timoteüs’ moeder en grootmoeder als het gebruik van de heilige geschriften een kompas vormen voor Timoteüs om koers te houden in verwarrende tijden.
Uitgelicht
Het bekende vers over de inspiratie van de heilige geschriften (2 Tim. 3:16) heeft aanleiding gegeven tot veel discussie. In de context van de brief staat echter niet de aard van de heilige geschriften in het middelpunt, maar gaat de aandacht uit naar de bruikbaarheid ervan voor Timoteüs als kerkleider.
Aantekeningen
Bij vers 14-15
- Maar jij: In het voorgaande heeft Paulus allerlei soorten wangedrag opgesomd die er in de laatste dagen zal zijn (3:1-9). In vers 14-15 zet Paulus dit in contrast met wat Timoteüs is geleerd en toevertrouwd.
- van kindsbeen af: Loïs en Eunike (1:5) hebben Timoteüs ingewijd in de kennis van de Schrift, een opdracht die in het Oude Testament al gegeven is (Deut. 11:19).
- heilige geschriften: Een verwijzing naar de Joodse Bijbel, waaronder in ieder geval de Wet, de Profeten en de Psalmen vallen. In tegenstelling tot andere plekken (Rom. 2:27; 7:6; 2 Kor. 3:6) verwijst Paulus hier in positieve zin naar de heilige geschriften.
- wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered: De tekst laat open hoe het verkrijgen van wijsheid uit de heilige geschriften en het verkrijgen van redding door geloof precies samenhangen. Het meest voor de hand ligt dat het onderwijs uit de heilige boeken als uitwerking heeft dat juiste geloof in Christus Jezus ontstaat. De heilige geschriften die in staat zijn wijsheid te verschaffen staan tegenover de dwaalleraren met hun dwaasheid, die hun hoorders niet in staat stellen de waarheid te kennen (2 Tim. 3:6-9).
Bij vers 16
- Alles wat de Schrift zegt: De Griekse woorden pasa graphē kunnen op drie manieren vertaald worden: (1) elke schrifttekst / elk schriftwoord; (2) elk geschrift; en (3) heel de Schrift. Bij elke optie zijn voor- en tegenargumenten te noemen. In elk geval gaat het om iets dat samenvalt met ‘de heilige geschriften’ uit vers 15. In de context staat de bruikbaarheid van de inhoud van de heilige geschriften voorop. Daarom kiest de NBV21 voor de formulering ‘alles wat de Schrift zegt’ (vergelijk voor deze formulering Joh. 13:18 in de NBV21). Zie ook de aantekening bij vers 14-15 ‘heilige geschriften’.
- is door God geïnspireerd: Omdat de heilige geschriften door God geïnspireerd zijn, zijn ze nuttig en hebben ze de kracht om de gelovigen op te bouwen en op te voeden. Het Griekse woord theopneustos (‘door God geïnspireerd’) kan op twee manieren verbonden worden met ‘alles wat de Schrift zegt’: (1) ‘Alles wat de Schrift zegt is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden (…)’; en (2) ‘Alles wat de Schrift zegt, door God geïnspireerd als die is, kan ook gebruikt worden (…)’. In het eerste geval is de inspiratie een punt dat de auteur wil inbrengen en wil hij de aandacht vestigen op de goddelijke bron van alles wat de Schrift zegt. In het tweede geval is de inspiratie iets dat verondersteld wordt: net zoals de auteur de bedoelde geschriften ‘heilig’ noemt, noemt hij ze hier ‘door God geïnspireerd’, want dat is vanzelfsprekend het geval bij heilige boeken. Bij de tweede vertaling wijst het woord ‘ook’ waarschijnlijk terug naar de inspiratie: goddelijke inspiratie maakt de heilige boeken bij uitstek bruikbaar. Exegetisch gezien lijkt de tweede interpretatie de voorkeur te hebben. Maar het verschil in betekenis tussen de twee vertaalmogelijkheden is uiteindelijk miniem. Daarom kiest de NBV21 voor de minst gecompliceerde formulering in het Nederlands.
- kan gebruikt worden: Hier wordt het Griekse woord voor ‘nuttig’ gebruikt. De nuttigheid van een tekst was in het antieke onderwijs de toetssteen of een geschrift waarde had of niet.
- rechtschapen: Het Griekse dikaiosunē is een bekende term bij Paulus, met name in Romeinen (Rom. 1:16-17). In dit vers gaat het specifiek over de morele kant van het begrip rechtvaardigheid (in tegenstelling tot een meer ‘verticale’ kant, waarbij de individuele relatie met God getoetst wordt).
Bij vers 17
- een dienaar van God: Letterlijk ‘de mens van God’. Deze term wordt in het Oude Testament vaak voor profeten gebruikt (1 Sam. 2:27: ‘godsman’), in het bijzonder voor Mozes, de grootste profeet van het Oude Testament (Deut. 33:1). De taak waarvoor de dienaar bereid moet zijn, is het handelen naar de waarheid en het verdedigen ervan tegenover dwaalleraars (in Mozes’ geval Jannes en Jambres, 2 Tim. 3:8-9).
Bij vers 4:1
- komst: Een term die zowel gebruikt wordt voor Jezus’ verschijning op aarde (2 Tim. 1:10) als zijn glorieuze komst om te oordelen (2 Tim. 4:8; Tit. 2:13).
Bij vers 2
- de boodschap: Het evangelie, de boodschap over Jezus, die van God uitgaat, door de apostelen wordt verkondigd en de mens redt (Rom. 1:16-17; 1 Kor. 15:1; Kol. 1:25-29).
- of het nu uitkomt of niet: Paulus spoorde Timoteüs eerder aan om de waarheid regelrecht te verkondigen (2 Tim. 2:15) en zich niet te schamen voor het evangelie. Timoteüs moet zich niets aantrekken van luisterbereidheid bij de hoorders. Daarbij gaat het in deze context niet om mensen die openstaan voor de goede boodschap en pastorale raad, maar juist om hen die ongeneeslijk zijn in hun dwaalleer (2 Tim. 3:8). Kortom, Timoteüs moet zich niet van de wijs laten brengen door onvermijdelijke weerstand. Dit wijkt af van de heersende opvatting in filosofische kringen, waar men meende dat je voor wijze raad een geschikt moment uit moest kiezen (vgl. Kol. 4:5-6). Hier wordt van deze benadering afgeweken vanwege de koppigheid van de tegenstanders. De volhardende verkondiging is nodig ondanks, of juist vanwege, het hardnekkige verzet tegen de waarheid. Het beoogde doel van het even hardnekkige vasthouden aan de gezonde leer is wellicht om de schade zoveel mogelijk te beperken en de mensen te beïnvloeden die nog te bereiken zijn.
Bij vers 3-4
- er komt een tijd: De ‘laatste dagen’ van 2 Timoteüs 3:1-5.
- heilzame leer: Letterlijk ‘gezonde leer’, een uitdrukking die eerder al voorkwam (2 Tim. 1:13) bij Paulus’ onderricht aan Timoteüs. De gezonde leer brengt leven, maar stuit op weerstand bij mensen die de gezonde leer niet meer verdragen.
- en hun naar de mond praten: Letterlijk ‘omdat [de mensen] aan hun oren gekieteld worden’. Het is een uitdrukking die gebruikt werd voor aangename woorden en klanken die niet per se ‘heilzaam’ zijn. In de NBV21 is voor een equivalente Nederlandse uitdrukking gekozen.
- verzinsels: Dit woord komt ook voor in Titus 1:14 en 1 Timoteüs 1:4, waar Joodse verzinsels en eindeloze geslachtsregisters mensen van de goede weg afbrengen. Timoteüs kreeg eerder de opdracht zich hiermee niet mee bezig te houden (1 Tim. 4:7), al is het onduidelijk wat deze verzinsels precies zijn. Sommigen menen dat het gaat om hervertellingen van verhalen over de aartsvaders en om uitbreidingen van oudtestamentische gegevens, zoals die gevonden worden in sommige apocriefe boeken. Anderen denken hier aan de afstammingen van goden en bovenaardse wezens, die de afstand tussen de hoogste godheid en deze wereld moeten overbruggen. Het kan ook beide tegelijk waar zijn als het ging om allegorische uitleg van de eerste hoofdstukken van Genesis.
Bij vers 5
- nuchter: In de morele zin van het woord: op je hoede zijn en het hoofd koel houden.
- lijden aanvaarden: In navolging van Paulus zelf (2 Tim. 1:8; 2:3, 9).
- verkondiger van het evangelie: Paulus’ eigen rol als verkondiger, apostel en leraar van hetzelfde evangelie (2 Tim. 1:11) wordt nu ook de opgave voor Timoteüs, zijn opvolger.
Bron: Het Nieuwe Testament met Joodse Toelichtingen, aangepast
Bron: Willibrordvertaling 2012, aangepast
Bron: Studiebijbel in Perspectief, aangepast
Achtergrondinformatie
Verdieping
Bij deze serie schreven Ronald de Jong en Cor Hoogerwerf een verdiepend artikel over de brief als geheel
Ga op deze pagina naar:
- de Tweede Brief aan Timoteüs als geheel
- de plek van deze passage in dit geheel
- opbouw en kern van deze passage
- aantekeningen bij de verzen
- achtergrondinformatie bij kernwoorden en begrippen
