4Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren door U daar bevestigd,
5wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt,
het mensenkind dat U naar hem omziet?
6U hebt hem bijna een god gemaakt,
hem gekroond met glans en glorie,
7hem toevertrouwd het werk van uw handen
en alles aan zijn voeten gelegd:
8schapen, geiten, al het vee,
en ook de dieren van het veld,
9de vogels aan de hemel, de vissen in de zee
en alles wat trekt over de wegen der zeeën.