Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Schijn en werkelijkheid

Bijbeltekst(en)

10Het zou beter zijn als een van jullie de tempeldeuren zou sluiten en jullie het vuur op mijn altaar niet langer zouden aansteken, want dat heeft toch geen nut. Ik wijs jullie af – zegt de HEER van de hemelse machten – en de offers die jullie brengen aanvaard Ik niet. 11Van waar de zon opgaat tot waar ze ondergaat staat mijn naam bij alle volken in aanzien, overal brengt men Mij reukoffers en reine offergaven. Mijn naam staat bij alle volken in aanzien – zegt de HEER van de hemelse machten –, 12maar jullie ontwijden hem door te beweren dat mijn altaar verontreinigd mag worden, door te denken dat je er minderwaardig voedsel heen kunt brengen. 13Jullie halen je neus op voor de dienst aan mijn altaar – zegt de HEER van de hemelse machten –, jullie zeggen: ‘Dit alles kost ons te veel moeite.’ Jullie brengen Mij gestolen dieren, en kreupele en zieke dieren – zegt de HEER –, dat is wat jullie Mij als offergave aanbieden, en Ik moet dat aanvaarden? 14Vervloekt de bedrieger die de Heer een mannelijk dier zonder enig gebrek uit zijn kudde belooft maar Hem een geschonden dier offert! Ik ben een groot koning – zegt de HEER van de hemelse machten –, en alle volken zijn vervuld van ontzag voor mijn naam!

1Dit is wat Ik over jullie, priesters, heb besloten. 2Als jullie niet luisteren, en als jullie niet ter harte nemen dat je mijn naam in ere moet houden – zegt de HEER van de hemelse machten –, dan zal Ik jullie met mijn vloek treffen en vervloek Ik alles waarmee jullie gezegend zijn; Ik zal jullie zéker vervloeken, want jullie nemen het toch niet ter harte. 3Ik zal jullie nageslacht treffen en jullie de mest van de offerdieren in het gezicht gooien. Jullie zullen uiteindelijk zelf op de mesthoop belanden! 4Weet dat Ik dit besloten heb op grond van mijn verbond met Levi – zegt de HEER van de hemelse machten. 5Ik beloofde Levi leven en vrede, en die heb Ik hem gegeven; van Levi verwachtte Ik eerbied, en hij, vervuld van diep ontzag voor mijn naam, eerde Mij. 6Het onderricht dat hij gaf berustte op waarheid, er kwam niets verkeerds over zijn lippen. Hij was rechtschapen en leefde in vrede met Mij; velen hield hij af van het kwaad. 7Kennis ligt op de lippen van de priester en uit zijn mond verlangt men onderricht, want hij is een bode van de HEER van de hemelse machten. 8Maar jullie zijn afgeweken van de weg die Ik je wees, veel mensen zijn gestruikeld door wat jullie hun leerden. Jullie hebben mijn verbond met Levi geschonden – zegt de HEER van de hemelse machten. 9Daarom zal Ik ervoor zorgen dat heel het volk jullie minacht en op je neerkijkt, want jullie volgen de weg niet die Ik je wijs maar steunen in je onderricht op eigen inzichten.

Maleachi 1:10-2:9NBV21Open in de Bijbel

De tempel was voor de Israëlieten de plek op aarde waar God woonde. Waar priesters opgeleid werden en wisten hoe men zich moest gedragen. Waar het volk offers bracht en dicht bij God kon zijn. Maar nu zegt God dat het beter is de tempelpoort dicht te doen. Juist op de plek waar het goed zou moeten zijn, is het een ramp. Op andere plekken wordt God beter aanbeden dan op de heiligste plek, en worden offers wel volgens de regels gebracht!

Heb je weleens mensen ontmoet van wie je niet had verwacht dat ze God zouden loven en prijzen, en die dat wel deden? Wat deed dat met jou?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.7
Volg ons