Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Invalshoek 2 bij Matteüs 16:13-23: Petrus als rots en struikelblok

Door je te verdiepen in de rol van Petrus in deze passage, kun je in een preek ingaan op vragen als:

  • Wie is/zijn in onze gemeenschap belangrijke sleutelfiguren?
  • Welk beeld hebben wij van hen?
  • Hoe sterk je elkaar in de gemeenschap en wanneer ben je wellicht een struikelblok voor een ander?

Petrus en leiderschap

Het beeld van Petrus als poortwachter bij de toegang tot de hemel, die beslist wie naar binnen mag gaan en wie niet, is beroemd geworden. Toch gaat het in Matteüs om iets anders. 

Petrus speelt in het Evangelie volgens Matteüs een fundamentele rol in het vormen van de nieuwe gemeenschap rondom Jezus (15:15; 16:16, 22). Hij is de rots, een symbool van sterkte en standvastigheid (zie ook aantekeningen bij vers 18). Hij is, als grootste autoriteit in de vroegste kerk, de verpersoonlijking van het belang van de verbondenheid met Jezus en zijn leer. Met de sleutels van het koninkrijk ontvangt Petrus de bevoegdheid om beslissingen te nemen over die leer. Hij ontvangt die bevoegdheid omdat hij Jezus ronduit belijdt als de messias. Jezus noemt hem daarbij ‘gelukkig’, herinnerend aan hoe Hij in de Bergrede heeft gesproken over wie ‘gelukkig’ (of ‘zalig’) zijn.

Tegelijk treedt hij op als de vertegenwoordiger van alle leerlingen van Jezus. Petrus is representant van de leerlingen in zowel zijn positieve als negatieve kanten. Matteüs laat namelijk in zijn evangelie ook Petrus’ zwaktes zien. Zo wil hij over water naar Jezus lopen. Dit lukt even, maar door zijn twijfel zakt hij dan toch weg in het water (14:28-31). Ook verloochent Petrus Jezus: wanneer Jezus gevangengenomen wordt, zegt Petrus tot drie keer toe dat hij Jezus niet kent (26:69-75; vgl. Marc. 14:66-72; Luc. 22:47-53; Joh. 18:25-27).

Evenzo is in het tweede deel van onze tekst (16:21-28) Petrus niet meer de ontvanger van een openbaring van de Vader, maar speelt hij de rol van Satan. Hij is dan geen rots meer, maar een struikelblok, hij maakt het Jezus moeilijk de weg te gaan die Hij moet gaan. Petrus zet zichzelf boven de andere leerlingen en meent Jezus terecht te kunnen wijzen. Maar Jezus wijst hem terecht en zet hem weer op zijn plaats tussen de andere leerlingen (zie aantekeningen bij vers 22 en bij vers 23; vgl. hoe in 20:20-28 andere leerlingen een ereplaats proberen te bemachtigen en door Jezus gecorrigeerd worden). Petrus’ bevoegdheid kent duidelijke beperkingen.

Petrus’ gedrag is op twee manieren confronterend voor ons als lezers: zelfs de ‘rots’ Petrus blijkt niet immuun voor verkeerde zienswijzen, ook leiders kunnen falen (vgl. 23:8-11). Maar Petrus’ visie is bovendien ‘wat mensen willen’, het is een op zichzelf verstandige, begrijpelijke reactie. Hij gunt Jezus een beter lot en ziet de bui voor hemzelf en de andere leerlingen al hangen. De weg die Jezus moet gaan is echter radicaal en vraagt om radicale navolging, ook al gaat die weg tegen aardse belangen en menselijke verwachtingen in.

Artikelen

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.2
Volg ons