1Van David.
Naar U, HEER, gaat mijn verlangen uit,
4Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.
8Hemel, laat gerechtigheid neerregenen,
laat haar neerstromen uit de wolken.
Laat de aarde zich openen
zodat redding zal ontkiemen
en gerechtigheid ontspruiten.
Ik, de HEER, heb dit alles geschapen.