Context en aantekeningen bij Matteüs 1:18-24
Hier vind je informatie over de context van Matteüs 1:18-24 en aantekeningen bij de tekst.
Het evangelie volgens Matteüs als geheel
Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het Evangelie volgens Matteüs vind je in deze Inleiding op het Evangelie volgens Matteüs
Plek van deze passage in het geheel
Hoofdstuk 1 verzen 1 tot en met 17 van Matteüs geven de genealogie van Jezus mee die Hem plaatst in het geslacht van David. Onze passage, die start met vers 18, gaat verder met de bijzondere afkomst van Jezus en verhaalt over de geboorte-aankondiging van Jezus door een engel aan Jozef.
Opbouw en kern van de passage
De passage vertelt over de afkomst van Jezus, niet uit Jozef maar uit de heilige Geest.
De tekst start met vers 18, die informatie geeft over de ouders van Jezus. In de volgende verzen wordt er ingezoomd op Jozef.
Jozef, een rechtschapen man, wil Maria niet in opspraak brengen en denkt erover na haar te verstoten (vs. 19). Dan verschijnt hem een engel van God in een droom die hem aanspoort om Maria toch als vrouw te nemen (vs. 20). Ook kondigt hij de geboorte aan van een zoon die Jezus genoemd moet worden (vs. 21). Hierdoor gaan de woorden van de profeet Jesaja in vervulling (vs. 22-23).
Na de aankondiging aanvaardt Jozef zijn opdracht en besluit hij Maria tot vrouw te nemen (vs. 24).
Uitgelicht: Van menselijke berekening naar vertrouwen op God
In de geboorteaankondiging in Matteüs speelt Jozef de centrale rol. Als hij te weten komt dat Maria zwanger is, overweegt hij haar te verstoten. Echter, door tussenkomst van een engel van God die hem aanspoort niet bang te zijn en Maria tot vrouw te nemen, herwint hij het vertrouwen. Het kind dat gebaard zal worden, namelijk Jezus, zal de redder van het volk zijn en de belichaming van Gods liefdevolle nabijheid. Jozefs herwonnen vertrouwen in God kan een voorbeeld zijn voor mensen die zoekende zijn.
Aantekeningen
Bij vers 18
- De afkomst van Jezus Christus: In de eerste verzen van Matteüs wordt de genealogie van Jezus al beschreven en aangekondigd met ‘Overzicht van de afstamming van Jezus Christus’ (vs. 1). Vers 18 hervat deze woorden maar geeft geen geslachtslijst weer. De passage beschrijft daarentegen de aanloop naar de geboorte van Jezus. Hierin staat Jezus’ bijzondere afkomst centraal: Hij is niet verwekt op een natuurlijke wijze via Jozef, maar op een goddelijke wijze door de heilige Geest.
- uitgehuwelijkt: Vanaf de dag waarop de vrouw werd uitgehuwelijkt, gold zij als vrouw van haar partner en hij als haar man, ook al woonden ze nog niet bij elkaar.
Bij vers 19
- rechtschapen mens: Jozef handelt op een manier die je van een rechtschapen persoon zou verwachten en kiest een oplossing die in de gegeven omstandigheden zowel wettig is als de minste extra schade veroorzaakt. Zijn handelen blijft echter wel binnen de menselijke verwachtingspatronen.
- en dacht erover haar in stilte te verstoten: Deze zin laat blijken dat Jozef vermoedde dat Maria overspel gepleegd had. Hij weet immers nog niet dat ze zwanger is van de heilige Geest. Dat wordt pas aan hem duidelijk gemaakt door een engel in de volgende verzen. Sommige (voornamelijk katholieke) exegeten beweren dat Jozef juist wel wist dat Maria zwanger was van de heilige Geest en dat hij haar niet wilde aanraken omdat ze al aan de Heer toebehoorde.
Bij vers 20
- in een droom: De droom geldt als een bijzonder moment van openbaring. Jozef krijgt viermaal een droom (zie Mat. 1:20; 2:13, 19, 22). Ook de wijzen worden in een droom gewaarschuwd (zie 2:12). Doordat dromen hier in Matteüs zo’n belangrijke rol spelen, ontstaat een parallel met de cyclus van Jozefverhalen in Genesis 37-50.
- een engel: De engel wordt verder niet beschreven. De nadruk ligt duidelijk op de boodschap van de engel.
- zoon van David: Verwijzing naar de genealogielijst in de voorgaande verzen van Matteüs 1 waar Jozef binnen het nageslacht van David geplaatst wordt.
Bron: Willibrordvertaling 2012, aangepast
Bij vers 21
- Jezus: Jezus is de Griekse weergave van de naam Jozua en betekent ‘de HEER bevrijdt’. Dit wordt ook in dit vers uitgelegd. Hij is degene die het volk van hun zonden zal bevrijden.
- volk: In het Grieks laos. Matteüs doelt hiermee op het volk Israël. Vanaf het begin van het Evangelie volgens Matteüs, met de genealogie die op David teruggaat, is duidelijk dat de evangelist Jezus ziet als de messias van het volk Israël.
Bij vers 22
- omdat in vervulling moest gaan: Deze in Matteüs vaak voorkomende wending betekent dat in Jezus de woorden van de profeet in hun ware betekenis aan het licht zijn getreden.
- de profeet: Opvallend is dat de naam van de profeet niet meegedeeld wordt, terwijl dat elders in het evangelie wel gebeurt (zie o.a. Mat. 4:14; 8:17; 12:17; 13:35 en 27:9). Het gaat hier om de profeet Jesaja die in het volgende vers geciteerd wordt.
Bij vers 23
- Dit vers is een citaat uit Jesaja 7:14 (LXX). Jesaja 7:14 is een van de meest becommentarieerde verzen in de Bijbel. De aankondiging daar is vaak opgevat als een belofte van de komst van de messias in de verre toekomst, en toegepast op Jezus. In Jesaja gaat het echter niet om een miraculeuze zwangerschap, maar om de aankondiging van de geboorte van een kind. Dit kind en zijn naam zijn een teken van de redding die God belooft aan Achaz.
- maagd: In het Grieks parthenos, ‘maagd’. Matteüs volgt hier de Septuaginta. In de Hebreeuwse tekst van Jesaja 7:14 staat er ʿalmâ, wat ‘jonge, huwbare vrouw’ betekent. In Jesaja betreft het waarschijnlijk een van de vrouwen van de koning. De volgelingen van Jezus betrokken echter, net zoals sommige andere Joodse stromingen, de profetieën in de heilige boeken op hun eigen tijd, die ze als de eindtijd beschouwden waarin God zijn beloften ging vervullen.
- zal zwanger zijn: Hier, net zoals in de Septuaginta van Jesaja 7:14, in de toekomstige tijd. In de Hebreeuwse tekst van Jesaja 7:14 lezen we ‘is zwanger’. Het Hebreeuwse werkwoord hara, ‘is zwanger’, is daar vanwege de context vertaald in de tegenwoordige tijd. Het teken dat de Heer geeft zal zich in Jesaja in de nabije toekomst afspelen.
- men zal (…) de naam (…) geven: In LXX Jesaja 7:14 vinden we het enkelvoud terug: ‘je zult hem noemen’.
- Immanuel (…) ‘God is met ons’: De naam Immanuel wordt hier in Matteüs uitgelegd. ‘God met ons’ zijn woorden uit LXX Jesaja 8:8. Door Jezus is God onder de mensen gekomen. Ook heeft Jezus door zijn lijden de mensheid bevrijd van zonden. Ook dit is een teken van Gods liefdevolle nabijheid.
Bij vers 24
- deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: Op deze manier wordt Jozef voorgesteld als een rechtschapen en gehoorzame man die de opdracht van God ernstig neemt.
Achtergrondinformatie
Verdieping bij thema’s
Artikel volgt.
Ga op deze pagina naar:
- Matteüs als geheel
- de plek van deze passage in dit geheel
- opbouw en kern van deze passage
- aantekeningen bij de verzen
- achtergrondinformatie bij kernwoorden en begrippen
