Wandelen met Jezus


Soms lijkt het alsof een zin of een woord uit de Bijbel ineens van de pagina ‘springt’. Iets wat je treft en stil doet staan om over na te denken. Dat overkwam mij bij het lezen van Kolossenzen 2, de verzen 6 en 7. Daar staat, letterlijk vanuit het Grieks vertaald: ‘Nu jullie Christus Jezus als Heer hebben aanvaard, wandelt in Hem, geworteld en opgebouwd in Hem en bevestigd in het geloof zoals jullie is geleerd ...’
Henoch en Noach
Die woorden ‘wandelt in Hem’ troffen mij. Wandelen was in de tijd van de Bijbel een alledaagse bezigheid. In de Bijbel komt het woord wandelen honderden keren voor. Van Henoch
Dat ‘wandelen met God’ duidt een leven aan dat in overeenstemming is met wat God wil. Voor ons vandaag denk ik aan een eerbiedig luisteren naar Gods Woord en ernaar leven, maar ook aan een dagelijks contact met Hem door gebed, door dankzegging, misschien ook door te zingen voor Hem of naar muziek te luisteren waarin zijn liefde doorklinkt.
In de brief aan de Kolossenzen geeft Paulus heel concreet aanwijzingen hoe dat leven met Jezus, dat nieuwe leven waaraan die gelovigen daar begonnen zijn, in de praktijk gestalte krijgt. Wees dankbaar, zegt hij (2:7), vergeef elkaar en heb elkaar lief, enzovoorts (3:5-17). Dat ‘wandelen met Jezus’ is geen abstract begrip, maar is te zien aan hoe je dagelijks leeft.
‘Renners’ of ‘wandelaars’?
Maar pas op: wij mensen hebben vaak de neiging om vooral de nadruk te leggen op het ‘doen’ van van alles. Veel mensen denken dat het christelijk geloof inhoudt dat je vooral veel doet voor God, zijn geboden opvolgt, actief bent in de kerk en ga zo maar door. Voordat we het weten zijn we ‘doeners’ en ‘renners’ in plaats van ‘wandelaars met Jezus’.
Aan de andere kant zie je een enorme behoefte aan stilte en rust. Mensen gaan naar retraitedagen om tot rust te komen en stilte te ervaren. Je leest in dat verband woorden als ‘pelgrim’.
Het leven als christen zien als een pelgrimstocht is een waardevolle beeldspraak. We zijn onderweg naar Gods toekomst of naar het nieuwe Jeruzalem, of hoe je het maar wilt uitdrukken.
Vaste grond onder je leven
Sommige mensen benadrukken met het begrip ‘pelgrimstocht’ ook dat je zoekend en tastend je weg vindt door dit leven. Toch zegt Kolossenzen 2:6-7 mij iets anders. Gelovigen zijn niet onderweg omdat ze nog moeten zoeken naar wat echt de moeite waard is, maar omdat ze dat al gevonden hebben. Namelijk toen ze Jezus Christus als Heer hebben aanvaard.
Paulus schrijft vanuit de zekerheid dat de gelovigen in Kolosse ‘geworteld’ zijn in Christus, en ’gebouwd zijn’ in Hem. Het fundament ligt onder hun leven. Dat ligt vast. En vandaaruit, zo spoort Paulus hen aan, kun je/mag je/moet je ‘wandelen’ met Christus. Dat ‘moeten’ bevalt ons als moderne lezers niet zo, maar het staat er wel in de gebiedende wijs: ‘wandelt!’
Tegelijk is dat natuurlijk geen bevel dat je beperkt in je leven, maar je juist in de vrijheid zet. Zoals het leven van Henoch geen straf was, maar juist iets heel moois, want God zelf nam hem aan het eind van zijn leven tot zich. De tekst suggereert dat hij niet door het dal van de dood hoefde te gaan.
Jezus leeft!
We zijn op weg naar Goede Vrijdag en Pasen. Het is mooi en opbouwend om in deze tijd Jezus te volgen op zijn weg naar Jeruzalem door het lezen van de verhalen en door tijd te nemen om te bidden. Maar we doen dat niet alsof Pasen er niet geweest is. Er wordt nog weleens gezegd dat christenen te snel naar Pasen gaan, en te weinig stilstaan bij het lijden van Jezus. Dat kan waar zijn. Toch kan het ook niet de bedoeling zijn om te leven alsof alles nog volbracht moet worden. Jezus is Heer en Hij leeft. En vanuit die zekerheid mogen wij leven met Hem en wandelen met Hem. Daarom mag de ‘vastentijd’ een tijd zijn waarin we ook tegen onszelf mogen zeggen: mijn leven is geworteld in Christus en ik wil graag elke dag met Hem leven en zijn wil doen. Omdat ik van Hem houd – zoals Hij van mij.


