Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
22 maart 2026Carla Dik-Faber

Vertragen? Liever niet!

‘Vertragen’ is echt iets voor deze Veertigdagentijd. Misschien ligt het aan de bubbel waarin ik me bevind – kernwoorden: christelijk, duurzaam en buitenleven – of zijn het de verfoeide algoritmes, maar veel van wat ik lees gaat over ... vertragen. Vertragen is ook onderdeel van het jaarthema van GroeneKerken (‘vertraag, verwonder, vier!’), waarover ik eerder een artikel schreef.

Heel eerlijk? Vertragen is iets waar ik nogal kriebelig van word. Ik wéét wel dat het goed voor me zou zijn, maar echt aantrekkelijk vind ik het niet. De snelheid van het politieke leven zit nog in m’n lijf, zo houd ik mezelf vaak vergoelijkend voor. Zal vast zo zijn, maar niet voor niets noemde mijn vader mij als kind al ‘actie-Carla’. Altijd vol ideeën, bezig met een veelheid aan activiteiten en alvast nadenkend over de vólgende stap. En daar geniet ik volop van. Vertragen? Niets voor mij.

Veertig dagen vertragen?

En toch … Ben ik niet teveel een kind van deze tijd geworden? In een wereld waarin sneller, groter en efficiënter altijd beter lijkt, vaak ten koste van de aarde en van onszelf, is vertragen een daad van verzet. Zeker in de Veertigdagentijd, een periode die vaak onterecht wordt gereduceerd tot een moreel ‘pauzemenu’: minder snoep, minder koffie of alcohol, minder shoppen.

Wat als de Veertigdagentijd méér is dan een tijdelijke zelfdiscipline en ons uitdaagt om radicaal anders te denken over hoe we in het leven staan? Hoe we met de wereld omgaan? Laten we in deze veertig dagen elke dag opnieuw even stil staan en onszelf afvragen: ‘Waarom eigenlijk?’ Waarom steeds vaker en verder vliegen? Waarom gemiddeld zestig kledingstukken per jaar kopen? Waarom zoveel likes op sociale media verzamelen?

Waarom doen we dat eigenlijk?

Ja, waarom? We worden er niet méér mens van. En ook geen betere Jezusvolgers. Denk ik. Het vraagt moed om werkelijk te vertragen, want het roept ongemakkelijke vragen op en confronteert ons met onszelf. In plaats van onszelf te verliezen in de haast van het moderne bestaan, zou deze tijd van veertig dagen een radicale keuze kunnen zijn om opnieuw naar onszelf te kijken in het licht van Pasen.

Pasen is geen zoet lentefeest met paaseitjes en een paasbrunch, hoe gezellig ook. Het is de ontmaskering van alles wat dood maakt en het bewijs dat de dood niet het laatste woord heeft. Pasen is het feest van de opstanding en van nieuw leven. Opstanding gebeurt niet door harder te rennen of nóg beter ons best te doen, maar is de doorbraak van een vernieuwd leven in Christus. Pasen vraagt niet nog meer ‘doen’ maar aandachtig ‘zijn’.

Vertragen als warme uitnodiging

Vertragen in de Veertigdagentijd is geen vrijblijvende oefening, maar een warme uitnodiging. Om ons écht te verbinden met de natuur tijdens lange wandelingen. Ken je de namen van de bomen, herken je de roep van vogels? De schepping roept! Het is een uitnodiging om meer tijd te nemen voor mooie gesprekken met vrienden, over wat het leven werkelijk de moeite waard maakt. Om meer te gaan bidden en luisteren naar Gods stem.

Ons wachten en vertragen in de weken vóór Pasen is zo geen tijd van ‘minder’ maar van ‘meer’. ‘Ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid’ zegt Jezus in Johannes 10 vers 10. Jezus volgen is vervuld en betekenisvol leven met God. Zijn komst in de wereld biedt perspectief en hoop op herstel van heel de schepping. Dat is wat we verwachten, zeker in deze Veertigdagentijd. Dirk de Wachter schrijft in zijn nieuwste boek:

‘Wachten is juist een actief proces van bedachtzaamheid, geduldig nadenken, verbinding, zorgzaam zijn en hoop hebben.’

Dat het dan toch iets actiefs is, spreekt mij zeer aan.

Carla Dik-Faber, projectleider Groene Kerken

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.41.0
Volg ons