Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
19 mei 2018

Pinksteren: de verjaardag van de kerk

Wat vieren we met..

Pinksteren. Het feest van de ‘uitstorting van de heilige Geest’, zo wordt het weleens genoemd, of ‘de verjaardag van de kerk’. Zelf heb ik heel lang niet geweten wat ik met dit feest aan moet.

Het roept beelden op van vreemde plaatjes in kinderBijbels: mannen (en soms vrouwen) van wie het haar in brand staat, maar die desondanks vrolijk naar de kijker lachen. Ik krijg altijd de indruk dat de plaatjes iets proberen te verbeelden dat zich niet laat verbeelden. Dat ligt trouwens niet aan de tekenaars – die tekenen precies na wat het Bijbelverhaal in Handelingen 2 vertelt. Maar ook bij dat verhaal besluipt me het gevoel dat de schrijver zich niet goed raad weet met wat hier eigenlijk gebeurt. In de Nieuwe Bijbelvertaling voel je die worsteling aan: ‘een geluid als een hevige windvlaag’ en ‘een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden’ (Handelingen 2:2-3). De schrijver zoekt naar iets waarmee deze gewaarwording zich laat vergelijken, iets dat de lezers herkennen, maar dat is nou juist het probleem: wat hier gebeurt, is zo nieuw, zo ongekend, dat niets in onze voorstellingswereld ermee overeenkomt. Natuurlijk, de doorwinterde Bijbellezer kent wel wat verhalen waar soortgelijke beelden een rol spelen: Gods geest die volgens Genesis 1:2 boven het water zweeft (de BGT vertaalt hier met ‘een hevige wind’) of de brandende struik waarin Mozes God ontmoet. En natuurlijk zijn er ook in het Oude Testament verhalen over mensen die Gods geest krijgen, en ook daar roept dat, net  als in Handelingen 2:13, gemengde reacties op (lees Numeri 11:27-30 en 1 Samuel 11:10-12 maar eens). Maar Gods geest in wind en vuur, niet rondom de mensen maar in de mensen, en niet als een korte bevlieging maar blijvend aanwezig, dat is ongekend.

Het is dan ook verleidelijk om er snel overheen te lezen en weer te gaan focussen op dingen die we wél kunnen zien en begrijpen, hoe ongewoon ze ook zijn. Op de nieuwe gelovigen, die volgens Handelingen 2:43-47 dagelijks samenkomen en alles met elkaar delen, of op het moedige optreden van de apostelen in Handelingen 4:1-22. Zo zou ik ook wel willen zijn: zo verdraagzaam, zo onbaatzuchtig, zo vurig in dienst van het goede nieuws. Als ik naar mezelf en (eerlijk is eerlijk) naar de gemiddelde kerkelijke gemeenschap kijk, lijkt dat helaas een onhaalbare kaart.

Maar lees ik dan wel goed? Zie ik niet iets over het hoofd? Om het verhaal van Pinksteren en alles wat daarna gebeurt goed te begrijpen, helpt het om juist nog even te blijven staan bij dat merkwaardige moment in Handelingen 2:1-4. Of, anders gezegd: om dat moment heel bewust in mijn achterhoofd te houden bij alles wat erop volgt. Als ik dat doe, merk ik dat niet de welbespraakte Petrus, de doortastende Paulus of de andere apostelen met hun ongekende moed de hoofdpersonen zijn in het boek Handelingen. Nee, de echte hoofdpersoon is de heilige Geest. In Handelingen 2 heel even hoorbaar en zichtbaar als wind en vuur, maar ook daarna niet minder aanwezig of reëel. Keer op keer wordt hij genoemd: hij geeft vrijmoedigheid (Handelingen 4:31) en wijsheid (Handelingen 6:10), stuurt de apostelen op pad (Handelingen 8:29), en laat hen beseffen dat Gods liefde ook voor niet-joden geldt (Handelingen 15:8).   

Als de geboorte van de kerk op het begin van een mensenleven zou lijken, dan zouden de apostelen en de andere gelovigen op dat moment zo hulpeloos moeten zijn als zuigelingen. Net zo hulpeloos als ik me voel als ik mijn eigen beperkte mogelijkheden vergelijk met wat de wereld nodig heeft. Dat ze dat niet zijn – dat ze het veilige bovenvertrek achter zich laten en de ene na de andere grens over durven te gaan – is alleen te begrijpen als je op die kleine tussenzinnen let waar zo makkelijk overheen wordt gelezen. ‘Geleid door de heilige Geest’, ‘zoals hun door de Geest werd ingegeven’, ‘dankzij de bijstand van de heilige Geest’… Als een onvermoeibare ouder voedt de heilige Geest de pasgeboren kerk op. Wat we met Pinksteren eigenlijk vieren, is het vertrouwen dat de Geest waarover we in Handelingen lezen nog steeds bezig is met die opvoedklus. Hevige windvlagen of dansende vuurtongen komen er meestal niet meer aan te pas. Maar volgens de schrijvers van het Nieuwe Testament is er alle reden om te geloven dat ook wij, een kleine 2000 jaar later, bij Gods Geest in de leer kunnen gaan. En dan lijkt de kloof tussen wat we kunnen en wat we zouden willen ineens een stuk kleiner.

Anne-Mareike Schol-Wetter

Deze blog is geschreven door Anne-Mareike Schol-Wetter. Als hoofd Bijbelgebruik is zij onder andere betrokken bij deBijbel.nl, de kinderdienstmethode Bijbel Basics en de ontwikkeling van nieuwe uitgaven.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.16.20
Volg ons