Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
8 april 2026Emmely Post-Spreeuwenberg

Onderweg met de Emmaüsgangers

Verschijningen; Jezus opgenomen in de hemel

13Diezelfde dag gingen twee van de leerlingen op weg naar Emmaüs, een dorp dat zestig stadie van Jeruzalem verwijderd ligt. 14Ze spraken met elkaar over alles wat er was voorgevallen. 15Terwijl ze zo met elkaar in gesprek waren, kwam Jezus zelf naar hen toe en liep met hen mee, 16maar hun blik werd vertroebeld, zodat ze Hem niet herkenden. 17Hij vroeg hun: ‘Waar lopen jullie toch over te praten?’ Daarop bleven ze somber gestemd staan. 18Een van hen, die Kleopas heette, antwoordde: ‘Bent U dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ 19Jezus vroeg hun: ‘Wat dan?’ Ze antwoordden: ‘Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret, een machtig profeet in woord en daad in de ogen van God en van het hele volk. 20Onze hogepriesters en leiders hebben Hem ter dood laten veroordelen en laten kruisigen. 21Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is. 22Bovendien hebben enkele vrouwen uit ons midden ons in verwarring gebracht. Toen ze vanmorgen vroeg naar het graf gingen, 23vonden ze zijn lichaam daar niet en ze kwamen vertellen dat er engelen aan hen waren verschenen, die zeiden dat Hij leeft. 24Een paar van ons zijn toen ook naar het graf gegaan en troffen het aan zoals de vrouwen hadden gezegd, maar Jezus zagen ze niet.’ 25Toen zei Hij tegen hen: ‘Hebben jullie dan zo weinig verstand en zijn jullie zo traag van begrip dat jullie niet geloven in alles wat de profeten gezegd hebben? 26Moest de messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’ 27Daarna verklaarde Hij hun wat er in al de Schriften over Hem geschreven stond, en Hij begon bij Mozes en de Profeten.

28Ze naderden het dorp waarheen ze op weg waren. Jezus deed alsof Hij verder wilde reizen. 29Maar ze drongen er sterk bij Hem op aan om dat niet te doen en zeiden: ‘Blijf bij ons, want het is bijna avond en de dag loopt ten einde.’ Hij ging met hen mee en bleef bij hen. 30Toen Hij met hen aanlag voor de maaltijd, nam Hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het en gaf het hun. 31Nu werden hun ogen geopend en herkenden ze Hem. Maar Hij werd onttrokken aan hun blik. 32Daarop zeiden ze tegen elkaar: ‘Brandde ons hart niet toen Hij onderweg met ons sprak en de Schriften voor ons ontsloot?’ 33Ze stonden op en gingen meteen terug naar Jeruzalem, waar ze de elf en de anderen aantroffen, 34die tegen hen zeiden: ‘De Heer is werkelijk uit de dood opgewekt en Hij is aan Simon verschenen!’ 35De twee leerlingen vertelden wat er onderweg gebeurd was en hoe Hij zich aan hen kenbaar had gemaakt door het breken van het brood.

Lucas 24:13-35NBV21Open in de Bijbel

Je hoofd kan vol zitten. Je kunt je verward voelen. Je dacht dat je God begreep. Je dacht dat je het leven begreep, maar ineens is het anders. Je voelt je onrustig en je hebt even geen vaste grond onder je voeten. Je gaat maar door, maar je komt niet verder. De Emmaüsgangers kunnen erover meepraten. Tot hun ontmoeting met die ene Man.

Wat doen de Emmaüsgangers

We zien ze gaan: twee leerlingen van Jezus op weg naar Emmaüs. Ze lopen bij Jeruzalem vandaan, weg van waar het allemaal foutging. Ze zijn teleurgesteld. Bedroefd. Somber. Ze spreken er met elkaar over door. Wat is er toch allemaal gebeurd? Hoe hebben we er zo naast kunnen zitten? Dan komt een man bij hen lopen. Hij vraagt en luistert. Het komt er vervolgens allemaal uit: alles wat ze hebben meegemaakt de afgelopen dagen. Ze vertellen over Jezus, van wie ze dachten dat Hij de Messias was. Over zijn kruisiging, en over het bizarre verhaal dat sommigen vertelden, dat Hij weer zou zijn opgestaan. Alles wat hen verbijstert en verwart. Alles wat hen droevig maakt.

Wat doet Jezus?

Laten we nu naar Jezus kijken. Wat doet Hij? Hij voegt zich bij hen, komt bij hen lopen. Hij sluit zich aan bij hun gesprek. Hij is nabij. Vervolgens stelt Hij vragen, open vragen. ‘Waar lopen jullie toch over te praten?’ Hij geeft ruimte aan hun emoties. Hun duiding van het verhaal mag er zijn. Hun pijn mag er zijn, en ook hun verwarring.

Wanneer de mannen vertellen onderbreekt Jezus ze niet. Hij neemt hun teleurstelling serieus. Pas nadat Hij heeft geluisterd, komt Jezus met zijn boodschap. Een correctie, maar wel op het juiste moment, gericht op herstel en niet op veroordeling. Hij confronteert hen met hun gedachten en spiegelt die aan zijn eigen woorden. Liefde en waarheid gaan bij Jezus hand in hand.

Vervolgens wijst Hij op het Woord. Hij onthult zijn identiteit niet meteen, maar Hij legt hun alles uit wat in de Schriften over Hem geschreven staat. Daar moeten ze zijn! Daar vinden ze woorden van leven.

Dan komen ze aan bij Emmaüs. Jezus maakt aanstalten om verder te gaan. Hij dringt zich niet op, forceert niet, maar wacht op hun uitnodiging. Wanneer ze vragen of Hij meekomt, doet Hij dat. Natuurlijk wil Hij bij ze zijn. Tijdens het eten breekt Hij met zijn doorboorde handen het brood en zien de mannen wie Hij is. Dan is Hij weg. Maar Hij heeft hun hart al gevuld. Hij geeft hen nu ruimte om zelf op te staan en terug naar Jeruzalem te gaan, zodat zij over Hem kunnen getuigen.

Wat doe jij?

Dan naar jou. Wanneer je ervaart dat je hoofd vol is, als je God niet kunt doorgronden en verward bent, denk dan aan die Man die met je meeloopt. Hij weet hoe het met je gaat, maar nodigt je toch uit: ‘Vertel het Me maar. Laat het Me maar horen, Ik wil het allemaal van je weten.’ Je teleurstelling, pijn, verwarring, onbegrip en verdriet mag je spuien bij Hem. Wanneer je dat doet, vind je daar weer ruimte. Hij wijst je op het Woord, daar waar je woorden van leven vindt. Waar je je eigen gedachten leert spiegelen aan Gods gedachten. Waar je misschien moet erkennen dat je ernaast zat. Dat je te veel met je eigen gedachten bezig was en te weinig met Gods gedachten. In dat Woord vind je nieuwe inzichten, nieuwe hoop en een brandend hart. En dat brandende hart maakt dat je weer opstaat en je omkeert. Je loopt niet meer bij God vandaan, maar weer naar Hem toe.

Het goede nieuws gaat door

De Emmaüsgangers gaan weer terug met zo'n brandend hart. Een hoopvol hart. Een hart vol van hun Messias. Hij, die het tóch was. De anderen moeten dit ook horen. Ze haasten zich terug naar Jeruzalem om het goede nieuws te vertellen.

Wil je het hen nadoen? Kijk dan hoe Jezus het doet. Luister, stel open vragen, sta open voor het verhaal van de ander, corrigeer waar nodig in liefde en wijs op het woord van God. Het hart van anderen kan zomaar gaan branden.

Emmely Post-Spreeuwenberg is hbo-theoloog en werkt voor welzijnsorganisatie Ontmoeting in Rotterdam.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.42.4
Volg ons