Onderweg met de Emmaüsgangers


Verschijningen; Jezus opgenomen in de hemel
Je hoofd kan vol zitten. Je kunt je verward voelen. Je dacht dat je God begreep. Je dacht dat je het leven begreep, maar ineens is het anders. Je voelt je onrustig en je hebt even geen vaste grond onder je voeten. Je gaat maar door, maar je komt niet verder. De Emmaüsgangers kunnen erover meepraten. Tot hun ontmoeting met die ene Man.
Wat doen de Emmaüsgangers
We zien ze gaan: twee leerlingen van Jezus op weg naar Emmaüs. Ze lopen bij Jeruzalem vandaan, weg van waar het allemaal foutging. Ze zijn teleurgesteld. Bedroefd. Somber. Ze spreken er met elkaar over door. Wat is er toch allemaal gebeurd? Hoe hebben we er zo naast kunnen zitten? Dan komt een man bij hen lopen. Hij vraagt en luistert. Het komt er vervolgens allemaal uit: alles wat ze hebben meegemaakt de afgelopen dagen. Ze vertellen over Jezus, van wie ze dachten dat Hij de Messias was. Over zijn kruisiging, en over het bizarre verhaal dat sommigen vertelden, dat Hij weer zou zijn opgestaan. Alles wat hen verbijstert en verwart. Alles wat hen droevig maakt.
Wat doet Jezus?
Laten we nu naar Jezus kijken. Wat doet Hij? Hij voegt zich bij hen, komt bij hen lopen. Hij sluit zich aan bij hun gesprek. Hij is nabij. Vervolgens stelt Hij vragen, open vragen. ‘Waar lopen jullie toch over te praten?’ Hij geeft ruimte aan hun emoties. Hun duiding van het verhaal mag er zijn. Hun pijn mag er zijn, en ook hun verwarring.
Wanneer de mannen vertellen onderbreekt Jezus ze niet. Hij neemt hun teleurstelling serieus. Pas nadat Hij heeft geluisterd, komt Jezus met zijn boodschap. Een correctie, maar wel op het juiste moment, gericht op herstel en niet op veroordeling. Hij confronteert hen met hun gedachten en spiegelt die aan zijn eigen woorden. Liefde en waarheid gaan bij Jezus hand in hand.
Vervolgens wijst Hij op het Woord. Hij onthult zijn identiteit niet meteen, maar Hij legt hun alles uit wat in de Schriften over Hem geschreven staat. Daar moeten ze zijn! Daar vinden ze woorden van leven.
Dan komen ze aan bij Emmaüs. Jezus maakt aanstalten om verder te gaan. Hij dringt zich niet op, forceert niet, maar wacht op hun uitnodiging. Wanneer ze vragen of Hij meekomt, doet Hij dat. Natuurlijk wil Hij bij ze zijn. Tijdens het eten breekt Hij met zijn doorboorde handen het brood en zien de mannen wie Hij is. Dan is Hij weg. Maar Hij heeft hun hart al gevuld. Hij geeft hen nu ruimte om zelf op te staan en terug naar Jeruzalem te gaan, zodat zij over Hem kunnen getuigen.
Wat doe jij?
Dan naar jou. Wanneer je ervaart dat je hoofd vol is, als je God niet kunt doorgronden en verward bent, denk dan aan die Man die met je meeloopt. Hij weet hoe het met je gaat, maar nodigt je toch uit: ‘Vertel het Me maar. Laat het Me maar horen, Ik wil het allemaal van je weten.’ Je teleurstelling, pijn, verwarring, onbegrip en verdriet mag je spuien bij Hem. Wanneer je dat doet, vind je daar weer ruimte. Hij wijst je op het Woord, daar waar je woorden van leven vindt. Waar je je eigen gedachten leert spiegelen aan Gods gedachten. Waar je misschien moet erkennen dat je ernaast zat. Dat je te veel met je eigen gedachten bezig was en te weinig met Gods gedachten. In dat Woord vind je nieuwe inzichten, nieuwe hoop en een brandend hart. En dat brandende hart maakt dat je weer opstaat en je omkeert. Je loopt niet meer bij God vandaan, maar weer naar Hem toe.
Het goede nieuws gaat door
De Emmaüsgangers gaan weer terug met zo'n brandend hart. Een hoopvol hart. Een hart vol van hun Messias. Hij, die het tóch was. De anderen moeten dit ook horen. Ze haasten zich terug naar Jeruzalem om het goede nieuws te vertellen.
Wil je het hen nadoen? Kijk dan hoe Jezus het doet. Luister, stel open vragen, sta open voor het verhaal van de ander, corrigeer waar nodig in liefde en wijs op het woord van God. Het hart van anderen kan zomaar gaan branden.
Emmely Post-Spreeuwenberg is hbo-theoloog en werkt voor welzijnsorganisatie Ontmoeting in Rotterdam.




