Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap
12 januari 2026Pieter J. Lalleman

Hij draagt ons

Velen van ons kennen het gedicht over de voetstappen in het zand, waarvan het slot het hoogtepunt is: ‘… toen het moeilijk was, toen heb Ik jou gedragen.’ Het is gebaseerd op Psalm 68:20, waar staat dat God ons draagt. Een vergelijkbare belofte staat in Jesaja 46:3-4, waar de hulp van God met name wordt verbonden met het ouder worden.

3Luister naar Mij, volk van Jakob

en al wat er van Israël nog over is –

van de moederschoot af door Mij gedragen,

door Mij gekoesterd vanaf de geboorte:

4Tot in je ouderdom blijf Ik dezelfde,

tot in je grijsheid zal Ik je steunen.

Wat Ik gedaan heb, zal Ik blijven doen,

Ik zal je steunen en beschermen.

Jesaja 46:3-4NBV21Open in de Bijbel

Onzekere tijden

We hebben niet vaak zoveel onzekerheid gehad aan het begin van een nieuw jaar als nu. Ook de profeet Jesaja was getuige van soortgelijke tijden: het wereldrijk van Babylon, jarenlang een toonbeeld van kracht en macht, viel. De stad Babel moest worden geëvacueerd en de afgodsbeelden werden door het volk weggedragen. Jesaja 46 werpt profetisch licht op deze val van Babylon. In deze situatie helpen de goden van Babylon niet – ze zijn eerder een last, want om zo’n zwaar afgodsbeeld te redden is veel slepen, trekken en zwoegen vereist.

God in de onzekerheid

Toen en nu falen oude zekerheden; grootmachten zijn niet wat ze leken te zijn. In deze situatie vestigt Jesaja onze aandacht op de Heer, de God van Israël: Hij wordt niet gedragen – Hij draagt zijn volk! Wij hebben zorg om mensen en instituten die zichzelf niet staande kunnen houden. De westerse kerk wankelt en de politiek stelt teleur. De Heer is anders. Hij beschermt ons. Hij heeft dat altijd gedaan, zegt vers 3b, en Hij zal dat blijven doen (vers 4).

Jesaja spreekt over volken; zijn woorden gelden ook voor ons persoonlijke leven. Zoals God de geschiedenis leidt, zo leidt Hij ons leven. God draagt ons. Hij draagt ook zijn kerk. Predikanten en kerkenraadsleden hoeven daarom geen (te) zware lasten te dragen.

Wie is jouw steun en toeverlaat?

Dit alles garandeert niet dat er niets zal gebeuren! Maar Hij is bij ons, Immanuel. Denk maar terug aan het wonder van Kerstmis. Onze God is uniek, zegt vers 5. Zullen we Hem toestaan ons te dragen dit jaar?

Dat brengt me bij de vraag of wij ook afgoden hebben. Nee, natuurlijk hebben wij geen beelden! Hoewel, in veel tuincentra en dus in veel tuinen en woonkamers staan Boeddhabeeldjes. Maar echte afgoden? Wat wil jij redden in geval van een woningbrand? Wat gaat jou geluk en bescherming brengen in het nieuwe jaar? Elk ding dat door mensen is gemaakt en waarop jij je vertrouwen stelt, is een afgod. Wij kunnen enorm onder de indruk zijn van de moderne technologie en de mensen die het maken – maar het is allemaal tijdelijk. Ook AI zal ons niet redden. Het blijft niet vanzelf overeind! Het moet gedragen worden.

Als wij God toestaan om ons te dragen, maakt dat ons dan niet passief? Echt niet! Van ons wordt nog steeds verwacht dat we een christelijk leven leiden. Dat we naar vermogen bijdragen aan zijn koninkrijk, aan de kerk, aan de maatschappij.

Is je leven moeilijk? Ben je bang voor 2026? God wil je dragen. Hij doet dat eigenlijk al.

Dit jaar krijgen we waarschijnlijk een nieuw kabinet, maar dat zal ons niet dragen! Dat doet God alleen. Dus voor het nieuwe jaar, voor ons leven als volgelingen van Jezus, is de vraag: dragen of gedragen worden? Ga je je zorgen maken en zwoegen, of God vertrouwen?

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons