Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Pseudepigrafie: schrijven onder een andere naam

Volgens veel Bijbelwetenschappers zijn nogal wat Bijbelboeken niet geschreven door de auteur op wiens naam ze staan, maar door iemand anders. Het kwam vanaf de oudheid tot in de middeleeuwen inderdaad regelmatig voor dat auteurs schreven op naam van een gezaghebbend persoon uit het verre of nabije verleden. We noemen dit pseudepigrafie, naar de Griekse woorden pseudos (‘onecht’) en epigrafe (‘opschrift’). Pseudepigrafie is eigenlijk omgekeerd plagiaat: je zet niet tekst van een ander op je eigen naam, maar tekst van jezelf zet je op naam van een ander. In onze individualistische tijd worden beide sterk afgekeurd. Ook in het geval van pseudepigrafie ‘lieg’ je, want jij bent degene die de tekst schreef en niet een ander. Maar in de oudheid werd dit minder problematisch gevonden. Leerlingen van een bepaalde filosoof, profeet of apostel hadden vaak zoveel respect voor hun leermeester dat ze alleen onder diens naam wilden schrijven. Ze drukten ermee uit dat ze niets anders naar voren wilden brengen dan de opvattingen van hun geliefde leermeester. Maar ze claimden zo voor hun geschrift natuurlijk meteen ook diens gezag. Tegelijk schreven ze in hun eigen stijl. Ook aan de inhoud merk je soms dat die toch wel afwijkt, of een latere tijd weerspiegelt. Tekstgeleerden kunnen dit tegenwoordig door zorgvuldige tekstvergelijking goed op het spoor komen. Overigens was pseudepigrafie ook destijds niet geheel onomstreden. In de eerste eeuwen van de jaartelling was men er vaak dubbel over. Zo zijn er auteurs bekend die tegenstanders veroordeelden vanwege hun pseudepigrafie, maar zich er ter wille van de goede zaak zelf ook weleens van bedienden!

Ook in de Bijbel?

Het is algemeen erkend dat er in de eerste eeuwen van onze jaartelling veel pseudepigrafische evangeliën, handelingen, brieven en openbaringen werden geschreven. Ook in het hellenistische jodendom kwam pseudepigrafie vaak voor. Maar geldt dit ook voor de Bijbel? In zekere zin is het niet ingewikkeld om dat te erkennen. Wetsteksten werden in de tijd van het Oude Testament bijvoorbeeld vaak met Mozes verbonden, psalmen aan de naam David gekoppeld, terwijl spreuken met Salomo geassocieerd werden. Dat wilde niet zeggen dat deze ook allemaal door hen geschreven waren, maar omdat ze hun denkrichting volgden, werden ze aan de bestaande collecties toegevoegd. Hetzelfde gebeurde bijvoorbeeld met de profetieën van Jesaja. Voor wat betreft het Nieuwe Testament wees de Geneefse reformator Calvijn er al op dat 2 Petrus niet door Petrus geschreven kan zijn, gezien de grote stilistische verschillen met 1 Petrus. Maar omdat de schrijver zich als Petrus voorstelt (2 Petr. 1:1) en aangeeft het optreden van Jezus zelf te hebben meegemaakt (2 Petr. 1:18), moet Petrus volgens Calvijn wel bij de totstandkoming van de brief betrokken zijn geweest. Hij vermoedt dat een oud geworden Petrus een leerling gevraagd heeft de brief voor hem te schrijven. Iets soortgelijks lijkt het geval bij Kolossenzen, waarin staat dat Paulus alleen het laatste vers zelf geschreven heeft (4:18); de rest van de brief kan dan door diens leerling Timoteüs geschreven zijn (1:1).

Gerelateerde Bijbelgedeelten

Efeziërs 1:1 - Efeziërs 1:1

Haal het meeste uit je account

Word Bijbel+ gebruiker en ontvang een Bijbel naar keuze en direct toegang tot:

  • Meer dan 20 Bijbelvertalingen (waaronder bronteksten)
  • Extra achtergrondinformatie
  • Studieaantekeningen

Als Bijbel+ gebruiker steun je het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap om wereldwijd mensen te bereiken met de Bijbel.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.39.1
Volg ons