Wat zegt de Bijbel over het paradijs?
In Openbaring 2:7 klinkt de belofte: ‘Wie overwint zal Ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.’ Wie aan het toekomstige paradijs denkt, kijkt graag terug naar de hof van Eden. De Septuaginta noemt deze hof ‘paradijs’, een term die in de oudheid een afgebakende tuin aanduidt.
In Eden plantte God een paradijs, een hof waar mensen zijn zegen mochten ervaren. Dit getuigenis van een zegenrijke tuin vinden we vooral in Genesis 2, maar bijvoorbeeld ook in Jesaja 51 en Ezechiël 28. Het idyllische karakter ervan ontbreekt in andere teksten uit het oude Midden-Oosten. Een Soemerische mythe bevat enkel de beschrijving van een landdomein dat nog braak ligt en door de eerste mensen moet worden ontgonnen. In Genesis 2 is die ontginning al gerealiseerd.
Gerelateerde Bijbelgedeelten
Lucas 23:43 - Lucas 23:43Haal het meeste uit je account
Word Bijbel+ gebruiker en ontvang een Bijbel naar keuze en direct toegang tot: Als Bijbel+ gebruiker steun je het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap om wereldwijd mensen te bereiken met de Bijbel.
