Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

God, mens en schepping

Het begin van de wereld: botsende wereldbeelden?

In moderne oren kunnen teksten zoals Genesis 1 en 2 klinken als mythen, sprookjesachtige vertellingen over de oorsprong van de aarde (Scheppingsdagen en Adam, Eva en het ontstaan van de mens). Je krijgt de indruk dat het ontstaan van de wereld en het leven erop in een oogwenk plaatsvond: God sprak en het gebeurde. Twee mensen, Adam en Eva, werden op bijzondere manier tot leven geroepen. Adam werd gemaakt uit stof van de aarde. God blies levensadem in hem en zo werd hij een levende mens. Eva werd gemaakt uit een rib of de zijde van Adam. Wonderlijk! De plek waar dit gebeurde lijkt een romantische en idyllische tuin, een paradijs, een perfecte wereld. Er was een levensboom en het eten van de vruchten van deze boom schonk eeuwig leven. Maar deze perfecte wereld ging al snel verloren op het moment dat Adam en Eva iets deden dat niet mocht. Hierdoor leerde het eerste mensenpaar het kwaad kennen en werd de idylle verstoord. Zo begon alle ellende. Maar God liet het er niet bij zitten!

Hoe anders klinkt het wetenschappelijke verhaal over de oorsprong van de wereld. Dat is gebaseerd op een veelheid van gegevens en bevindingen in tal van onderzoeksgebieden. Het voor ons waar te nemen heelal is 13,8 miljard jaar oud. Daarin ontstonden al relatief snel sterrenstelsels. In een uithoek van één daarvan, ons melkwegstelsel, ontstond ruim 4,5 miljard jaar geleden ons zonnestelsel, met daarin de aarde. Het leven op aarde ontstond geleidelijk. Waarschijnlijk waren de eerste micro-organismen er 3,5 miljard jaar geleden al. Ruim een miljard jaar later begonnen bepaalde bacteriën op grote schaal zuurstof te produceren. Dit veranderde het leefklimaat op aarde en vormde de basis voor de ontwikkeling van dierlijk leven. Tussen 500 en 600 miljoen jaar geleden ontstond er een veelheid van plantaardig en dierlijk leven. Genetische veranderingen in DNA in combinatie met veranderingen in leefomgeving en natuurlijke selectie hebben ervoor gezorgd dat nieuwe soorten ontstonden, waarvan er veel ook weer uitstierven. De moderne mens is een relatieve laatkomer op aarde. Als zoogdier evolueerde de mens uit een gemeenschappelijke voorouder met apen gedurende ongeveer 8 miljoen jaar. De laatste miljoen jaar daarvan is de menselijke populatie nooit kleiner geweest dan vijf- à tienduizend individuen, zo blijkt uit analyse van de aanwezige genetische variatie tussen mensen. Op basis van fossiele vondsten moet de anatomisch moderne mens er vanaf ongeveer 200.000-300.000 jaar geleden geweest zijn.

De overtuigingskracht van de wetenschappelijke bevindingen is groot. Tegelijk kunnen ze overkomen als hard en koud. Zo te zien is de mens een product van tijd en toeval, levend in een heelal dat ten diepste zinloos is. En God? Hij lijkt in dit verhaal de grote afwezige. Wat lijkt de kloof met Bijbelse scheppingsverhalen groot! Aan de ene kant een mooi verhaal dat troost biedt, maar als historische voorstelling moeilijk houdbaar lijkt; aan de andere kant een gedetailleerd wetenschappelijk verhaal dat gebaseerd is op feiten en observaties, maar ons met lege handen laat staan als het gaat om duiding en zingeving. Kan het allebei waar zijn? Sommige gelovigen, maar ook atheïsten, hebben het gevoel te moeten kiezen. Is dat echt nodig, of kunnen we ook anders omgaan met dit ogenschijnlijke conflict? Om die vraag te beantwoorden, moeten we Bijbelse scheppingsverhalen zien in de tijd en plaats waarin ze overgeleverd en opgeschreven zijn: het Oude Nabije Oosten.

Schepping in context

Gelovigen zien de Bijbel als Gods Woord, door God geïnspireerd. Dat neemt natuurlijk niet weg dat bij het ontstaan van de Bijbel mensen een belangrijke rol speelden (2 Petr. 1:20-21). Anders dan nu was het in die tijd algemeen geaccepteerd dat God (of de goden) iets van doen had(den) met het begin van de wereld. Het was simpelweg ondenkbaar dat dit niet zo was. Er waren destijds andere spannende vragen aan de orde: Welke God of goden waren betrokken bij het begin, en wilden zij goed of kwaad, orde of chaos? Is de wereld het toneel van een epische titanenstrijd van goede en kwade machten, en wat is de rol van de mens daarin?

Op die fundamentele vragen geven Genesis en teksten zoals Psalm 104 antwoord: Er is één God (Gen. 1:1). Hij schept orde in wat eerst chaos was (Gen. 1:2; vergelijk het scheiden van licht en donker, hemel en aarde, zee en land, Gen. 1:4,6-7,9). Hij maakt zo een leefbare wereld waarin de mens God kan eren. Vermeende goden zoals zon en maan hebben een bijrol als naamloze ‘lampen’ in deze door God geordende wereld (Gen. 1:16). Daarin laat God het leven tot bloei komen.

Wat de rol van de mens betreft: deze wordt evenbeeld van God genoemd (Gen. 1:26-27). Dat is bijzonder, want in het Oude Nabije Oosten werden vooral koningen gezien als vertegenwoordigers van de goden. In Genesis 2 gaat het om twee concrete mensen, Adam en Eva, die tegelijk de mensheid als geheel representeren. Adam betekent ‘mens’, en het voorbeeld van Adam is typerend voor de mens in het algemeen (Gen. 2:24). Die mens is sterfelijk geschapen ( ‘stof ben je’, vgl. Gen. 2:7, 3:19; Ps. 103:14-16), maar Gods adem geeft leven (Gen. 2:7; Ps. 104:29-30). God wilde dat het leven van de mens een eeuwig leven zou worden (Gen. 2:9), anders dan wat in de rest van de wereld gewoon was. Eden was namelijk een bijzondere plek. De belofte van eeuwig leven was verbonden aan die plek, zoals blijkt uit wat er na de zondeval gebeurt (Gen. 3:22-24). Genesis 2-3 sluit niet uit dat er buiten de tuin van Eden tal van mensen leefden die, net als de dierenwereld, al vertrouwd waren met de dood.

Met het leren kennen van God ontstaat ook de mogelijkheid om je tegen Hem te verzetten. Dat is het verhaal van Adam en Eva, maar ook het verhaal van de mens in het algemeen. De neiging om ons eigen spoor te willen trekken, los van God, zit diep in ons.

Zo gelezen zijn Bijbelteksten over de schepping niet in tegenspraak met wat uit de natuurwetenschappen bekend is over het begin van de wereld. De focus in de Bijbel ligt niet op het natuurwetenschappelijke ‘hoe’ en ‘wat’, maar op God als schepper en op onze positie in de schepping. Wie zijn we als mensen, van wie kunnen we hulp verwachten, wat is onze roeping? Genesis vertelt dit verhaal aan de hand van twee mensen die als eersten op de wereld God leerden kennen.

Tijd, toeval en Gods plan

De Bijbel en de natuurwetenschappen vertellen dus elk hun eigen verhaal. Dat eigen verhaal schetst Genesis wel als iets dat gebeurd is in de tijd; het is niet alleen maar symboliek, al speelt symboliek zeker een rol. Uit de natuurwetenschappen is echter duidelijk dat de aarde veel ouder is dan de mensheid. Sommige uitleggers plaatsen Genesis 2 en de daaropvolgende hoofdstukken daarom in de nieuwe steentijd, toen landbouw en veeteelt hun intrede deden (Gen. 4:2). Dat zou verklaren dat Kaïn bang is voor andere mensen als hij wordt weggestuurd na de moord op zijn broer Abel, en dat hij een stad bouwde (Gen. 4:13-17). Toch laten dergelijke verklaringen, net als alle andere, nog veel vragen open.

Het is in elk geval niet nodig een tegenstelling te maken tussen ‘blinde’ natuurwetten en een schepping door God. Tijd en toeval zijn beide in Gods hand (Spr. 16:33). Psalm 104 zegt dat het God is die de wereld en de kosmos regeert. Poëtisch spreekt deze psalm over Gods voortdurende betrokkenheid bij zijn schepping. God bestuurt onder andere door (natuur)wetten die Hij heeft ingesteld, maar waarvan Hij niet afhankelijk is. Hij heeft de wereld en de ontwikkeling van het leven niet alleen voorzien, maar ook gewild (vgl. Ef. 1:4-5). Dit betekent dat we mogen leven in verbinding met God, die de strijd aangaat tegen de machten van het kwaad die zich in de schepping genesteld hebben. Zijn plan voorziet in een schepping die nieuw gemaakt wordt; in het beeld van Openbaring is dat een stad met daarin een nieuwe levensboom en een stadspark als de nieuwe tuin van Eden (Op. 22:1-5).

Open of gesloten wereldbeeld?

Voor wie ervoor openstaat is geloof in God als schepper verenigbaar met de hedendaagse wetenschap, inclusief de conclusies over evolutie als iets dat zich heeft voltrokken en nog steeds gebeurt. De Bijbel gaat in op ándere vragen. Daarbij wijst de Bijbel resoluut een wereldbeeld af waar God geen rol in speelt. De Bijbel roept op om te leven met hoop en verwachting voor altijd.

Gerelateerde Bijbelgedeelten

Genesis 1.1 - Genesis 1.25

Haal het meeste uit debijbel.nl

Word BIJBEL+ gebruiker en ontvang een Bijbel naar keuze en direct toegang tot:

  • Meer dan 20 Bijbelvertalingen (waaronder bronteksten)
  • Extra achtergrondinformatie
  • Studieaantekeningen

Als BIJBEL+ gebruiker steun je het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap om wereldwijd mensen te bereiken met de Bijbel.

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.18.8
Volg ons