15Zie Behemot, het beest dat Ik gemaakt heb, net als jou;
het eet gras als een rund.
16Hoe krachtig zijn zijn lendenen,
hoe machtig de spieren van zijn buik!
17Hij kan zijn staart rechten als een ceder,
de pezen van zijn dijen spannen zich in bundels.
18Zijn botten zijn staven van brons,
zijn ribben stangen van ijzer.
19Hij is een van Gods eerste meesterwerken,
tegen hem trekt alleen zijn maker het zwaard.
20Zijn voedsel vindt hij in de bergen,
waar de dieren van het veld zich vermaken.
21Hij strekt zich uit onder de lotusplanten,
hij ligt verborgen tussen het riet van het moeras;
22de lotusplanten hullen hem in hun schaduw,
de waterwilgen beschutten hem.
23Onverschrokken bedwingt hij de rivier,
hij blijft kalm wanneer de Jordaan zijn muil in golft.
24Wie kan oog in oog met hem staan
en een ring door zijn neus halen?