Abraham bezegelt het verbond met een offer
Het doen van een belofte of het maken van een afspraak kun je met allerlei rituelen bezegelen: het onderteken van een officieel document, het uitwisselen van geschenken of samen eten. Wat Abram in Genesis 15:10 doet en wat er vervolgens gebeurt, heeft Bijbellezers sinds lange tijd verwonderd. Inmiddels zijn uit het Oude Nabije Oosten meer dan honderd verdragen en verbonden bekend, alleen staat daarin meestal niet met welk ritueel ze samengingen. Een enkele keer gaat het over een dier dat werd gedood. Andere buiten-Bijbelse teksten associëren een oven op de grond of een brandende fakkel met de aanwezigheid van goden, zoals ook hier het geval lijkt (Gen. 15:17). Maar die teksten hebben dan weer weinig te maken met een belofte, verplichting of afspraak.
De puzzelstukken in dit Bijbelgedeelte en ook die van de herkomst van de Hebreeuwse uitdrukking ‘een verbond sluiten’ (letterlijk: ‘een verbond snijden’) vallen op hun plek als we kijken naar Jeremia 34:18-19, waar het ook gaat over het in tweeën snijden van een stierkalf. Het gaat om een zelfvervloekingsritueel, waarbij beide partijen samen tussen de dierhelften door lopen. Zo zweren ze dat dít met hen mag gebeuren als ze hun belofte schenden. Abram bereidt dus een symbolisch geladen ritueel voor, waar de passage vervolgens een heel eigen draai aan geeft. Eerst moet Abram aasgieren bij de dieren wegjagen, als waren het de latere vijanden van Israël die Gods belofte van land en nakomelingschap bedreigen. Als Abram vervolgens vermoeid in slaap valt, gaat God op mysterieuze wijze als enige door de bloedstraat. Zo neemt Hij zelf de hele last van de vervulling van zijn belofte op zich en verleent Hij er uitzonderlijke draagkracht aan.
Haal het meeste uit je account
Word Bijbel+ gebruiker en ontvang een Bijbel naar keuze en direct toegang tot: Als Bijbel+ gebruiker steun je het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap om wereldwijd mensen te bereiken met de Bijbel.
