2Ik wil met jou een verbond aangaan en Ik zal je veel, heel veel nakomelingen geven.’
10Dit zegt de HEER: Als er in Babel zeventig jaar voorbij zijn, zal Ik naar jullie omzien. Dan zal Ik mijn belofte gestand doen door jullie naar Jeruzalem te laten terugkeren.
6HEER, hoog als de hemel is uw liefde,
tot in de wolken reikt uw trouw,
5de HEER is goed,
zijn liefde duurt eeuwig,
zijn trouw van geslacht op geslacht.
18Wie is een God als U,
die schuld vergeeft
en aan zonde voorbijgaat?
U blijft niet woedend
op wie er van uw volk nog over zijn;
liever toont U hun uw trouw.
13als wij Hem ontrouw zijn,
blijft Hij ons trouw,
want zichzelf verloochenen kan Hij niet.
21Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.’