Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Wat zegt de Bijbel over geweld?

Een God die aanzet tot geweld?

12Jullie die hier voorbijgaan, raakt het jullie niet? Merk toch op en zie:

is er leed als het leed dat mij wordt aangedaan,

dat de HEER op de dag van zijn toorn over mij heeft uitgestort?

13Hij zond vuur uit de hoogte, dat in mijn gebeente neerdaalde.

Hij spande een valstrik voor mij, Hij deed mij terugdeinzen.

Hij verwoestte mijn leven en maakte me ziek, dag na dag.

14Hij heeft mijn overtredingen gebundeld en ze vastgemaakt als een juk;

ze drukken zwaar op mijn nek, mijn kracht is gebroken.

De Heer heeft mij uitgeleverd aan hen bij wie ik weerloos ben.

15De Heer heeft de machthebbers in mijn midden verworpen,

Hij heeft het tijdstip bepaald om mijn jongemannen te breken.

De Heer heeft vrouwe Juda in de wijnpers vertrapt.

16Hierom ween ik, hierom baden mijn ogen in tranen.

Oneindig ver weg is mijn trooster, die mij levenskracht geeft.

Mijn kinderen zijn verbrijzeld, want groot was de overmacht van de vijand.

17Sion strekt haar handen uit, maar er is niemand die haar troost.

De HEER heeft de vijanden rondom tegen Jakob opgeroepen;

zij bejegenen Jeruzalem alsof ze onrein is.

18De HEER staat in zijn recht: ik trotseerde zijn bevel.

Luister toch, volken, en zie hoe ik lijd:

mijn meisjes en mijn jongemannen zijn gevangen weggevoerd.

Klaagliederen 1:12-18NBV21Open in de Bijbel

Een tijd van vrede

6Uw hand, HEER, ontzagwekkend in kracht,

uw hand, HEER, verplettert de vijand.

7U toont uw majesteit en breekt uw tegenstanders,

uw toorn ontbrandt en verteert hen als stro.

8De adem van uw neus stuwde het water omhoog,

de wilde watermassa’s stonden als een wal,

het kolkende water stolde in het diepst van de zee.

9De vijand dacht: Ik achtervolg hen, haal hen in, verdeel de buit.

Weldra wordt mijn wraaklust bevredigd,

ik trek mijn zwaard, mijn hand vernietigt hen.

10Maar U blies, uw adem waaide en de zee bedekte hen,

zij kwamen om in het ontzagwekkende water,

ze zonken weg als lood.

11Wie onder de goden is uw gelijke, HEER?

Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig,

wie dwingt zoveel eerbied af met roemrijke daden,

wie anders verricht zulke wonderen?

12U strekte uw hand uit en de aarde verzwolg hen.

13U bevrijdde dit volk en ging het liefdevol voor,

sterk en machtig leidde U het naar uw heilige woning.

Exodus 15:6-13NBV21Open in de Bijbel

3Hij zal rechtspreken tussen machtige volken,

over grote en verre naties een oordeel vellen.

Dan zullen zij hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers

en hun speren tot snoeimessen.

Geen volk zal meer het zwaard trekken tegen een ander volk,

geen mens zal nog de wapens leren hanteren.

Micha 4:3NBV21Open in de Bijbel

En nu?

4Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’

Openbaring 21:4NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.44.0
Volg ons