23‘Onze god heeft onze vijand Simson aan ons uitgeleverd,’ verklaarden de Filistijnse vorsten, en daarom hielden ze een groot offerfeest ter ere van hun god Dagon.
83de ruiters werden uiteengejaagd over de vlakte en vluchtten naar Azotus. Daar gingen ze de tempel van hun afgod Dagon binnen om zich in veiligheid te brengen. 84Jonatan plunderde Azotus en de steden eromheen en stak ze in brand. Ook de tempel van Dagon legde hij in de as, met iedereen die er zijn toevlucht had gezocht.