18En Melchisedek, de koning van Salem, liet brood en wijn brengen. Hij was een priester van God, de Allerhoogste, 19en sprak een zegen over Abram uit:
‘Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste,
schepper van hemel en aarde.
20Gezegend zij God, de Allerhoogste:
uw vijanden leverde Hij aan u uit.’
Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd.
3Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God, de Ontzagwekkende, maar mijn naam HEER heb Ik niet aan hen bekendgemaakt.