Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Inleiding Hosea (NBV)

Het boek Hosea is het eerste boek van het Twaalfprofetenboek.

Titel van het boek

Het boek Hosea is genoemd naar een profeet die in het opschrift genoemd wordt. Volgens Hosea 1:1 trad hij op in de achtste eeuw voor Christus. In Juda regeerden toen de koningen Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia. In Israël was Jerobeam, de zoon van Joas, koning. Hosea was een tijdgenoot van de profeten Jesaja, Amos en Micha.
Over Hosea’s leven is weinig bekend; Hosea 1-3 geeft alleen vage aanduidingen.

Inhoud

Het boek bevat twee delen: Hosea 1-3 en Hosea 4-14. Het eerste deel geeft twee vertellingen over Hosea en een overspelige vrouw. Haar ontrouw is een metafoor voor de ontrouw van het volk van Israël tegenover God.
Het tweede deel is reeks profetieën. Er staan aanklachten in tegen het volk en de leiders, een aankondiging van Gods oordeel en een beschrijving van het onrecht waarover God verontwaardigd is. Dit deel bevat ook een terugblik op de geschiedenis van het volk van Israël. Aan het slot wordt de lezer opgeroepen wijs te zijn en Gods rechtvaardigheid te erkennen.

Thema’s

Het centrale thema van het boek is de verbondsrelatie tussen God en Israël. Deze relatie wordt in de tekst meestal voorgesteld als een huwelijk, waarbij de vrouw (Israël) ontrouw is aan haar man (God).

De ontrouw van Israël uit zich in de verering van afgoden, in sociaal onrecht en in het vertrouwen op de buitenlandse mogendheden Assyrië en Egypte. God maakt zijn geliefde veel verwijten. Maar ondanks alles blijft hij van Israël houden en probeert hij haar terug te winnen.

Het boek wil de hoorders oproepen tot inkeer en volledige toewijding aan God.

Kenmerken

De tekst van Hosea wordt gerekend tot de moeilijkste teksten van de Oude Testament. Het boek bevat verschillende soorten profetische teksten, zoals aanklachten, strafaankondigingen, heilsorakels en een boetelied.

Proza en poëzie wisselen elkaar af. De stijl is meestal eenvoudig, soms lyrisch en beeldrijk. De toon is vaak fel, hartstochtelijk en bitter. Het taalgebruik is hier en daar schokkend en direct.

Datering

Hosea profeteerde tussen 750 en 725 voor Christus. Men gaat ervan uit dat de profetieën een (korte) tijd mondeling overgeleverd werden voordat ze werden opgeschreven. Mogelijk is er na de val van Samaria (722 voor Christus) een begin gemaakt met het vastleggen van Hosea’s woorden.
Het boek is in zijn huidige vorm het resultaat van een proces van redactionele bewerkingen. De laatste bewerkingen zijn waarschijnlijk van een Judese redacteur, in de periode na de Babylonische ballingschap.

Twaalf profeten

Het boek Hosea is een van de twaalf kleine profeten. De twaalf boeken zijn vermoedelijk in de vierde of derde eeuw voor Christus bij elkaar gevoegd tot het zogenoemde Dodekapropheton, het Twaalfprofetenboek.

Opbouw

Het boek is in te delen in twee delen: Hosea 1-3 en Hosea 4-14.

Hosea 1-3

Het eerste deel bevat twee vertellingen over Hosea en een overspelige vrouw. De vrouw in het eerste verhaal heet Gomer (Hosea 1:2-9), de vrouw in het tweede verhaal heeft geen naam (Hosea 3).
De namen van de kinderen uit het eerste huwelijk zijn profetisch. De kinderen heten:

  • 'Jizreël’ - omdat God de koning ter verantwoording roept voor de moorden in de buurt van Jizreël;
  • ‘Lo-Ruchama’ - die geen ontferming ontvangt; 
  • ‘Lo-Ammi’ - niet mijn volk.

Hosea 4-14

Het tweede deel is een moeilijk in te delen reeks profetieën. Deze hoofdstukken bevatten onder andere:

  • een aaneenschakeling van aanklachten tegen het volk en de leiders (Hosea 4:1-5:8);
  • een aankondiging van het onafwendbare oordeel, onderbroken door een boetelied (Hosea 5:9-6:11);
  • een beschrijving van het onrecht waarover God verontwaardigd is (Hosea 7-8);
  • een aankondiging van een tijd van vergelding (Hosea 9:1-9);
  • een terugblik op Israëls verleden vanuit de huidige situatie (Hosea 9:10-11:11);
  • een herinnering aan aartsvader Jakob en het woestijnverleden van het volk (Hosea 12:1-15);
  • verschillende dreigementen Hosea (13:12-14:1);
  • woorden over Israëls terugkeer en genezing (Hosea 14:2-9);
  • een slotbeschouwing die de lezer oproept om de woorden van het boek serieus te nemen (Hosea 14:10).

Opschrift

De opschriften van Hosea, AmosSefanja en Micha zijn bijna gelijk. Dat suggereert dat Hosea vroeger deel uitmaakte van een kleine verzameling van vier profetenboeken. Uiteindelijk is het boek opgenomen in het Twaalfprofetenboek.

Gerelateerde Bijbelgedeelten

Hosea 1
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.1
Volg ons