2Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer 3en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. 4Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel. 5En wie in mijn naam één zo’n kind ontvangt, die ontvangt Mij.