Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

Hooglied 8:6-7 – Preekinspiratie

Waar gaat het om in dit gedeelte?

Hooglied 8:6-7 spreekt over liefde die zo sterk is dat ze tegen alles bestand is. De liefde, of het nu tussen mensen onderling of tussen God en mens is, is onverwoestbaar. Het overwint iedere tegenslag. Brandende liefde is prachtig en vervult ons van grote vreugde. De passage verwoordt op een prachtige manier wat de essentie van liefde is.

Klik om deze passage te lezen in de NBV21

Hier kun je (als je bent ingelogd) deze tekst lezen in verschillende vertalingen.

En wanneer je een Plus-account hebt, vind je hier de passage in verschillende vertalingen met aantekeningen (tip: zet bij ‘Persoonlijk’ ‘Toon voetnoten’ en ‘Toon verwijzingen’ aan).

Invalshoeken voor de verkondiging

  • Hooglied 8:6-7 spreekt over de liefde die sterk is als de dood en alles weerstaat. Enerzijds kunnen we dit lezen als de intermenselijke liefde. Wanneer we iemand graag zien, dan weerstaat deze liefde iedere tegenslag. De liefde overwint steeds. Anderzijds kunnen we het ook lezen als de liefde van God voor de mensen. God, die liefde is, houdt van de mens. Al maken we soms fouten en doen we dingen die niet goed bevonden worden in zijn ogen, toch blijft Hij ons onvoorwaardelijk liefhebben. Voelen we deze liefde van God in alles wat we doen, op goede en slechte momenten in ons leven?
  • In vers 7 lezen we dat liefde niet te koop is. Tegenwoordig zien we dat er steeds meer mensen een partner wensen die er financieel goed voor zit. Aan de ene kant is dit te begrijpen. Financiële stabiliteit is noodzakelijk als je een goed leven wilt leiden. Aan de andere kant mag dit niet de doorslaggevende factor zijn om met iemand een relatie aan te gaan. Geld alleen maakt niet gelukkig. Een duurzame relatie is gegrondvest op wederzijdse liefde tussen twee personen. Hoeveel vermogen de een of de ander heeft, zou niet moeten uitmaken. Hooglied 8:6-7 maakt duidelijk dat de liefde zo sterk is als de dood en zelfs iedere vorm van tegenkanting overleeft. Financiële instabiliteit zal de liefde uiteindelijk ook overwinnen. In welke mate speelt geld een rol in de keuze voor de partner die we kiezen? Of laten we ons enkel leiden door de grote kracht die liefde is?

Context en aantekeningen bij Hooglied 8:6-7 

Het boek Hooglied als geheel  

Meer over de opbouw, stijl, centrale thema’s en andere achtergrond bij het boek Hooglied vind je in deze inleiding op het boek Hooglied.   

Plek van deze passage in het geheel

Onze passage bevindt zich in het laatste hoofdstuk van het boek Hooglied. Het hoofdstuk is een verzameling van gedichten. De volgende zaken komen aan bod: Allereerst is het meisje aan het woord, dat haar geliefde aanspreekt met een wens, en spreekt ze de meisjes van Jeruzalem aan (vs. 1-4). Vervolgens komen de meisjes van Jeruzalem aan het woord, die zich afvragen wie dat meisje is (vs. 5a). Het meisje antwoordt vervolgens en nodigt haar lief uit om haar als een zegel te dragen (vs. 5b-7). Vervolgens komt er een vergelijking van de broers tussen het meisje en een jonger zusje (vs. 8-9). Tot slot spreekt het meisje nog over de wijngaard van Salomo (vs. 10-12) en wordt het boek afgesloten door een wens van de jongen (vs. 13) en een uitnodiging van het meisje (vs. 14).

Opbouw en kern van de passage

Onze passage bestaat slechts uit twee verzen. In vers 6a nodigt het meisje haar geliefde uit om haar als een zegel te dragen zodat ze hem toebehoort. Nadien komt een loflied op de liefde, waarbij gesteld wordt dat ze zo sterk is als de dood en dat ze onverwoestbaar is (vs. 6b-7a). Het laatste gedeelte maakt duidelijk dat liefde niet te koop is (vs. 7b).

De meeste geleerden zijn van mening dat vers 6 het belangrijkste vers in het boek is. Het vat goed samen waar het boek om draait, namelijk de wens van het meisje en de jongen om hun liefde te verzegelen en eenheid te ontvangen.

Aantekeningen per vers

Bij vers 6 

6Draag mij als een zegel op je hart,

als een zegel op je arm.

Sterk als de dood is de liefde,

beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.

De liefde is een vlammend vuur,

een vuurgloed van de HEER.

Hooglied 8:6NBV21Open in de Bijbel

  • een zegel: ḥôtām in het Hebreeuws. Zegels waren heel persoonlijk en werden gebruikt om de authenticiteit van iets of het bezit van iemand te bekrachtigen. Denk in dit verband aan het verhaal van Juda en Tamar (Gen. 38) waarbij Juda zijn zegel aan Tamar in onderpand gaf. Juda droeg zijn zegel als een ketting (Gen. 38:18), wat overeenkomt met het dragen van een zegel op het hart. In Hooglied 8:6 is het meisje aan het woord en richt ze zich tot de jongen. Het gaat hier over het (huwelijks)verbond dat ze met hem wil sluiten.  
  • het dodenrijk: šəʾôl in het Hebreeuws. Zie achtergrondinformatie voor meer uitleg bij het dodenrijk in het Oude Testament. 
  • de hartstocht: qāšeh in het Hebreeuws. Enkel in deze passage en in Prediker 9:6 wordt het als ‘passie, hartstocht, verlangen’ gebruikt. Elders in het Oude Testament betekent het ‘jaloezie’ of ‘woede’ (zie, bijvoorbeeld, Num. 5:14Jes. 11:3Ps. 79:5Spr. 6:34). 
  • een vuurgloed van de HEER: šalhebetyâ in het Hebreeuws. Het woord šalhebet betekent vlam en komt ook voor in Job 15:30 en Ezechiël 21:3. Als de vorm šalhebetyâ komt het enkel voor in Hooglied 8:6. Het Hebreeuwse šalhebetyâ kan ofwel als één woordgroep verstaan worden, ofwel als twee woorden, namelijk šalhebet-yâ. Wanneer dit laatste gelezen wordt, bestaat de woordgroep uit šalhebet en . wordt hier dan verstaan als een afkorting van JHWH, de naam van God. Om die reden vertaalt men het hier vaak met ‘een vuurgloed van de HEER’. Echter, wanneer het als één woordgroep begrepen wordt, wordt vaak als superlatief gebruikt. Op die manier vertaalde de NBV het als ‘een laaiende vlam’. Vaak wordt voor deze optie geopteerd omdat de naam van God niet voorkomt in de rest van het boek Hooglied. De NBV vertaalde het eerst met ‘een laaiende vlam’, waarbij de theofore inkleuring in een voetnoot stond. Na de revisie staat ‘een vuurgloed van de HEER’ in de hoofdtekst van de NBV21 en ‘een laaiende vlam’ in voetnoot als andere mogelijkheid. De Septuaginta heeft gelezen als een suffix (derde persoon vrouwelijk) en het vertaald als phloges autēs (‘haar vlammen’).

Bij vers 7 

7Zeeën kunnen haar niet doven,

rivieren spoelen haar niet weg.

Zou een man met al zijn rijkdom liefde willen kopen,

dan werd hij smadelijk veracht.

Hooglied 8:7NBV21Open in de Bijbel

  • Zou een man (…) willen kopen: De woordgroep kol-hôn bêtô (‘alle rijkdom van zijn huis’) in het Hebreeuws komt ook voor in Spreuken 6:31, waar het om een dief gaat die uit noodzaak steelt en daarom niet veracht wordt. In dit vers van Hooglied wordt gesteld dat liefde niet te koop is. Dit zou een aanklacht kunnen zijn tegen gearrangeerde huwelijken, waar vaak ook een bruidsschat tegenover stond (zie, bijvoorbeeld, Hos. 3:2). 
  • veracht: Hetzelfde werkwoord bûz wordt in Hooglied 8:1 gebruikt. In een zekere zin vormen ze tezamen een inclusio

Achtergrondinformatie 

Toelichting bij kernwoorden en begrippen 

Blijf op de hoogte

Wil je een seintje ontvangen wanneer er nieuw materiaal online staat?

Ter inspiratie

Draag mij als een zegel op je hart

Poëzie die past in de context van een huwelijksviering. Al geef ik de suggestie om ook in de reguliere samenkomst eens aandacht te vestigen op de woorden uit Hooglied. De Hebreeuwse duiding is sjier hasjieriem, dat staat voor ‘lied der liederen’. Het is van alle eeuwen dat de meeste liederen over de liefde tussen twee personen gaan. Wat mooi dat in Gods Woord ruimte is om deze liefde te bezingen. Je kunt Hooglied vergeestelijken en beschouwen als een typering van de liefde van de Ene voor zijn geliefde volk Israël, of als een die de relatie van de Heer met de kerk symboliseert. Het kan, maar laten we blijven beseffen dat het primair geschreven is om de schoonheid van de liefde tussen man en vrouw te duiden. De woorden zijn voorbereidend op het huwelijk. In het voorafgaande vers (5b) realiseert de aanstaande bruid zich dat haar geliefde eerst gedragen is op het hart van een moeder. De gekozen bewoording is als eerbetoon aan de schoonmoeder. Zij heeft de bruidegom gebaard en opgevoed. De liefdevolle zorg wil zij graag van haar overnemen. Nu wil zij op en in het hart van haar geliefde zijn.

Als poëzie over de ultieme liefde kent Hooglied zijn climax in vers 6. Hier spreekt de vrouw het voornemen uit om de liefdesband te verzegelen. Waar wij in het digitale tijdperk met een indentifier werken, was de zegel destijds een persoonlijk bezit om de authenticiteit van iets of het bezit van iemand te bekrachtigen. Het was niet zomaar een handtekening. Die zou je nog kunnen vervalsen. Een zegel was persoonsgebonden en daarmee uniek. Het waren vooral vorsten die een zegel in het bezit hadden. Ze gebruikten het om een belangrijk vredesverdrag te sluiten of een landgoed te kopen. De eigenaar kon het als ketting of armband dragen om er verzekerd van te zijn dat het nergens zou rondslingeren. Vandaar de woorden: ‘Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm.’ Vandaag de dag verzegelen we de trouwbelofte met een ring. Het gaat om een teken van duurzame liefde, die niet gegarandeerd is, maar je zet hier wel op in. Een leven lang, ofwel ‘tot de dood ons scheidt’. Daarmee zeggen we dat de verbintenis enkel door een overlijden uiteen kan vallen. Zo ‘sterk als de dood is de liefde’ zingt de aanstaande bruid. Er is geen ontkomen aan deze hartstocht. Het valt niet langer te negeren. Daarmee is het net zo opdringend als de aankondiging van de dood of de kracht van de Heer die ons treffen kan. Als de hartstocht van de liefde mag leiden tot een verbintenis voor het leven dan laat het zich niet door tegenslagen uit het veld slaan. Het mag zijn als een vuur dat zelfs door de zee niet gedoofd wordt en door geen rivier kan worden weggespoeld.

‘De liefde is een vlammend vuur’ zou je kunnen lezen als een pleidooi om de hartstocht vrij spel te geven. Dit is echter geenszins de bedoeling. De bruid adviseert (vs. 4) de jonge vrouwen juist om deze hartstochtelijke liefde niet zomaar te laten ontwaken. Daar komt ellende van. In de verzen 8-9 doet zij een appèl om de hartstocht te beteugelen. Zij pleit ervoor om seks te bewaren voor de partner van je leven. Denk daarbij niet alleen aan een rem op al te voortvarend seksueel gedrag voortkomend uit de erotiek. Het was en is ook een appèl om jonge meisjes te beschermen tegen de seksuele omgang waar ze nog niet aan toe zijn. Denk aan de cultuur waarin zeer jonge meisjes al uitgehuwelijkt werden. In een dergelijke situatie heeft het niets met ware liefde van doen, maar met de eenzijdige verlangens van de man. Dat staat ver van wat de Heer met een huwelijk voor ogen heeft. Lees de uitspraak: ‘Zou een man met al zijn rijkdom liefde willen kopen, dan werd hij smadelijk veracht’ (vs. 7b). Bij het kopen van een jonge bruid denken we aan culturen van buiten Europa, maar ook in de westerse context heeft het wel degelijk zeggingskracht. Dan zeg ik tegen ouders: bewaak je dochter voor het gevaar van grooming. Aan jonge vrouwen de oproep om te reageren als een vriendin slachtoffer dreigt te worden van deze verachtelijke manier om tot seks te komen.

In een samenleving waar een op de drie huwelijken op een echtscheiding uitloopt mogen de woorden van Hooglied klinken als een oproep om te investeren in huwelijken en als geluid tegen vrijblijvende seksuele omgang. Je kunt de toehoorders bepreken met een opgeheven vinger, maar ik adviseer om vooral de schone taal van de duurzame liefde te verwoorden. Dat ware liefde nog steeds is waar je als christen voor mag en wilt gaan.

Ds. Erik van Duyl, voorganger baptistengemeenten De Schutse en De Regenboog

Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.46.1
Volg ons