Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

1e van de zomer

Psalm

17Soms leefden zij als dwazen,

gingen gebukt onder de last van hun zonden,

18ze gruwden van elk voedsel

en waren de poorten van de dood nabij.

19Ze schreeuwden in hun angst tot de HEER

Hij heeft hen gered uit vele gevaren,

20Hij zond zijn woord en genas hen,

ontrukte hen aan het graf.

21Laten zij de HEER loven om zijn trouw,

om zijn wonderen aan mensen verricht,

22laten zij Hem dankoffers brengen,

juichend zijn daden bezingen.

23Soms daalden zij af naar zee,

gingen scheep en bevoeren het wijde water,

24ze zagen de daden van de HEER,

zijn wonderen op de oceaan.

25Hij sprak en ontketende storm,

hoog zweepte Hij de golven op.

26Zij stegen tot aan de hemel, vielen neer in de diepte,

hun maag keerde om van ellende,

27ze tolden en tuimelden als dronkaards,

alle kennis baatte hun niets.

28Ze riepen in hun angst tot de HEER

Hij leidde hen weg uit vele gevaren,

29Hij bracht de storm tot zwijgen,

de golven gingen liggen.

30Het verheugde hen dat de zee tot rust kwam,

Hij bracht hen naar hun veilige haven.

31Laten zij de HEER loven om zijn trouw,

om zijn wonderen aan mensen verricht,

32Hem hoog verheffen als het volk bijeen is,

Hem loven in de kring van de oudsten.

Psalmen 107:17-32NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.19.2
Volg ons