Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap

1e van de zomer

Oude Testament

De HEER zal goed én kwaad vergelden

1Al vragen zij niet naar Mij,

toch laat Ik me raadplegen,

en al zoeken ze Mij niet,

toch laat Ik me vinden.

Al roept dit volk mijn naam niet aan,

toch antwoord Ik: ‘Hier ben Ik, hier ben Ik.’

2Heel de dag sta Ik met uitgestoken handen

tegenover een opstandig volk,

dat op de verkeerde weg is

en zijn eigen ingevingen volgt.

3Een volk dat Mij openlijk tergt, telkens opnieuw:

ze ontsteken offers in tuinen

en branden wierook op branders van aardewerk,

4ze zitten in graven

en slapen op geheime plaatsen,

ze eten vlees van varkens,

hun vaatwerk is gevuld met onrein vleesnat.

5Ze zeggen: ‘Blijf waar je bent, kom niet dichterbij,

want ik ben te heilig voor jou.’

Ze prikkelen Mij als rook in mijn neus,

ze zijn als een vuur dat de hele dag brandt.

6Hier voor Mij ligt wat er geschreven staat;

Ik zal niet rusten tot Ik alles heb vergolden.

Ik zal jullie je wandaden terugbetalen

7en die van je voorouders erbij – zegt de HEER;

ook zij hebben wierook gebrand op de bergen

en Mij gehoond op de heuvels.

Ik heb hun loon van tevoren bepaald,

ze krijgen het allemaal terug.

8Dit zegt de HEER:

Zolang er sap is in een druiventros, zegt men:

‘Vernietig hem niet, er zit nog iets goeds in.’

Voor mijn dienaren zal Ik hetzelfde doen,

Ik zal niet alles vernietigen.

9Uit Jakob zal Ik nageslacht doen voortkomen,

uit Juda een erfgenaam van mijn bergland;

mijn uitverkorenen zullen het land in bezit nemen,

mijn dienaren zullen zich daar vestigen.

Jesaja 65:1-9NBV21Open in de Bijbel
Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschapv.4.42.5
Volg ons