Preekvoorbeeld
Doopsel van bekering
Toen ik dit woord van verkondiging op papier zette stond de wereld in brand.
De Gazanen werden uitgehongerd, aan het front in Oekraïne werden chemische wapens ingezet, en in ons land was de regering gevallen, werden uitgeprocedeerde asielzoekers strafbaar gesteld en was er een discussie of je hen mocht helpen.
De samenleving polariseerde.
De vraag was en is: wat gebeurt er als je te midden van dit alles een woord van verkondiging, een blijde boodschap moet vertellen?
Laten we kijken wat de lezingen ons aanreiken.
Evenals in onze tijd was de situatie in het land waar Jezus opgroeide niet rooskleurig.
Het land was bezet door de Romeinen en koning Herodes, de kindermoordenaar van Betlehem duldde geen tegenspraak. Hij leefde in weelde terwijl het volk uitkeek naar een Redder, een Messias.
Evenals in onze tijd was er in die dagen geen geestelijke leider zichtbaar die richting gaf.
En toen was daar Johannes. Hij trad op in de leegte van de woestijn bij het stromend water van de Jordaan. De woestijn stond in die tijd symbool voor de plaats waar God zich openbaarde en de Tien Woorden aan Mozes gaf, de plek ook waar het volk doorheen moest om het beloofde land te bereiken. De Jordaan was de doorgangsplek naar het land van belofte.
Op die plaats aan de rand van de woestijn en bij de overgang van de Jordaan, daar trad Johannes op en hij was gekleed in een mantel van kameelhaar. Zijn verschijning deed denken aan Elia, de grote profeet die zó nauw met God verbonden was dat hij na zijn dood ten hemel werd opgenomen.
Er staat geschreven: Heel Jerusalem trok erop uit om naar Johannes te luisteren.
Met andere woorden: alle groeperingen trokken er op uit om te horen wat die nieuwe profeet te vertellen had. Zou hij de beloofde Messias zijn, de redder van het land?
Heel Jeruzalem trok erop uit om naar hem te luisteren. Alle groepen waren als het ware vertegenwoordigd. Ik noem er een aantal.
- De sadduceeën: het waren de bestuurders die met de bezetter onderhandelden. Het waren mensen met veel geld en macht.
- De farizeeën die erop toezagen dat de Tora nageleefd werd.
- Er kwamen ook Zeloten luisteren, dat was een radicale verzetsbeweging.
- En dan waren er de Essenen die zich in de woestijn terugtrokken om een leven van gebed en soberheid te leiden. Johannes zelf was er nauw mee verbonden.
- En ten slotte was daar het volk, de vaders en moeders die zwaar te lijden hadden onder de belasting die Romeinen hen oplegden… het geld moest ergens vandaan komen.
- Ook soldaten waren er om de orde te handhaven en om te luisteren of er geen aanzet tot gewelddadig verzet ontstond.
(Ik heb weleens gedacht: bij welke groepering zou ik horen als ik in die tijd zou leven.)
En al die mensen die zich bij de Jordaan verzamelden stonden er ten diepste met één vraag: Wat heeft Johannes te vertellen, wat moet ik, wat moeten wij doen om gelukkig te worden?
Nu had Johannes een roeping. En die roeping was:
- Ik wil God zichtbaar maken.
- Ik wil dat ze zich keren naar God, zich bekeren.
- Ik wil dat ze zich schoonmaken en het vuil van zich afwassen.
Hij nodigde de mensen uit om zich te laten dopen als teken van overgang,
als teken doortocht naar een beloofd land.
God zichtbaar maken, dat is kijken met nieuwe ogen.
De profeet Jesaja neemt ons mee. Hij zegt:
‘Uit een dode stronk groeit een twijgje’…
De vraag is: Waar zien we dat gebeuren?
Waar gaan we kijken met nieuwe ogen?
In het boek Hoop zet onze overleden paus Franciscus ons op het spoor.
Ik wil het verhaal u niet onthouden.
Toen paus Franciscus voor het eerst na zijn benoeming op het Pietersplein kwam stond daar een groep blinden. Ze riepen: ‘Wij willen U zien!’.
Hij ging naar hen toe. De blinden staken hun handen uit om zijn gezicht aan te raken en met hun handen te voelen…
Met hun handen zagen zij de paus. Ze waren diep gelukkig.
Maar niet alleen zij zagen. Ook de paus was diep geraakt en zag als het ware de hemel open gaan.
Aangeraakt worden is een teken van Gods nabijheid.
Gaan we terug naar Johannes hij zag de sadduceeën en farizeeën en hij zei: ‘Addergebroed!’
Mensen in die tijd wisten dondersgoed wat dat woord addergebroed betekende.
Als er gevaar dreigde dan waren het de adders die het eerst weg kropen.
‘Addergebroed’ riep Johannes naar de machthebbers die enkel aan zichzelf dachten en doof en blind waren voor het leed van de naaste.
Addergebroed, riep Johannes: ‘Deel wat je hebt! Toon je leiderschap! Laat je aanraken door arme mensen die een teken van hoop willen zien, die God willen zien!’
‘Kom hier in het water en was je schoon, bekeer je!’
‘Zo niet, dan ligt de bijl aan de wortel.’
Keiharde woorden.
Na de woede komt meestal een ommekeer, ook bij Johannes.
En met de volgende woorden komt hij bij evangelische spiritualiteit:
Johannes zegt: ‘ik doop met water,’…..
dat is een daad die je kunt stellen, het vuil van je afwassen en schoon beginnen,
‘maar’ zo gaat Johannes verder ‘na mij komt iemand die doopt met Heilige Geest.’
Dat woord ‘Dopen met Heilige Geest’ wordt niet uitgelegd maar het betekent
dat het goddelijke zich in jou nestelt,
dat je zelf een teken wordt van Gods aanwezigheid.
Jesaja vult het concreet in. Ik zeg het met eigen woorden:
- Wees niet bang voor je vijand.
- Wees niet bang om als een lam te zijn als een wolf je aankijkt.
- Wees niet bang om je rijkdom te delen.
- Wees niet bang om op te staan en vluchtelingen te helpen.
- Geloof in het twijgje dat vrucht zal dragen.
Dat is wat Johannes ons wil zeggen vanuit een diep verlangen dat we als gemeenschap dragers van hoop worden in deze wereld die zoekt naar wegen om te gaan.
door: Hans Boerkamp
bron: Tijdschrift voor Verkondiging 97-06
